`Opvoedcursus ouders helpt niet'

Hoe corrigeer je jonge crimineeltjes? Stuur de ouders op opvoedcursus, zegt staatssecretaris Kalsbeek (Justitie). Hulpverleners vinden een persoonlijke coach beter.

In de 27 jaar dat A. Quik-Schuijt kinderrechter is, heeft ze nog nooit opvoeders op opvoedcursus gestuurd. ,,Dat werkt hooguit bij zeer gemotiveerde ouders'', zegt ze. ,,Je hebt er ook een zeker intelligentieniveau voor nodig.'' En dat zijn volgens haar nu juist twee eigenschappen die veel ouders van jeugdige criminelen missen.

Begin deze week pleitte staatssecretaris Kalsbeek (Justitie) ervoor ouders van criminele jongeren die veroordeeld zijn of die anderszins met justitie in contact zijn gekomen, een cursus opvoeden te laten volgen. Weigeren de ouders, dan wordt hun kind onder toezicht gesteld of uit huis geplaatst.

Dat is een slecht plan, vinden hulpverleners die dagelijks met criminele jongeren en hun ouders te maken hebben. ,,Op een opvoedcursus kunnen ouders trucjes leren, als je opvoedingsstijl rammelt'', zegt M. de Winter, hoogleraar kinder- en jeugdstudies aan de Universiteit Utrecht. Volgens hem heb je daar weinig aan als in een gezin alcohol- en geweldsproblemen spelen of als ouders zelf een crimineel verleden hebben.

Andere oplossingen bestaan wel, zeggen hulpverleners, maar een crimineel corrigeren is nooit eenvoudig, hoe jong hij ook is. Kinderrechter Quik-Schuijt gelooft dat de ondertoezichtstelling (OTS in vakjargon) het beste werkt. De rechter stelt dan een gezinsvoogd aan, die zich intensief bemoeit met het ontspoorde kind. Mits de criminele jongere zes, hooguit tien jaar is. ,,Tot die leeftijd kan een kind een geweten ontwikkelen, internaliseren wat goed en kwaad is. Daarna worden normen hooguit van buiten opgelegde regels.''

Waardevol aan de gezinsvoogd is volgens Quik-Schuijt dat deze desnoods tegen de wil van de ouders in dingen kan opleggen, maar ze heeft daarbij wel een kanttekening: de gezinsvoogd sorteert alleen effect als hij werkelijk intensief kan begeleiden. ,,Nu moet hij 23 criminelen begeleiden; dat moeten er maximaal 15 zijn. Daar is geld voor nodig.''

De Winter gelooft ook in de persoonlijke coach, maar dan in een eerder stadium. ,,Een rechter kan pas een OTS opleggen als er heel veel aan de hand is in een gezin en de Kinderbescherming onderzoek heeft gedaan.'' Hij vindt dat anderen de rol van coach moeten krijgen, zoals de leerplicht- en de reclasseringsambtenaar en de gezinsvoogd in jeugdhulpverleningsprogramma's. Probleem is volgens De Winter dat de afgelopen tien jaar zozeer is bezuinigd op jeugd- en jongerenwerk dat bovengenoemden nauwelijks meer toekomen aan live begeleiding. Laatst sprak hij een leerplichtambtenaar. ,,Hij had 300 spijbelaars onder toezicht en ziet die dus zelden.'' Jongeren die uit de jeugdgevangenis komen, zouden soms een maand moet wachten voordat zij een reclasseringsambtenaar zien. ,,Dat werkt niet. Een coach moet fysiek vaak aanwezig zijn. Pas dan kan hij erop toezien dat zijn pupil naar school gaat.''

De intensiteit van de hulp van Families First, een `gezinstherapeutische interventie', maakt dat volgens hem al jaren tot een succes. Een gezinsvoogd draait maximaal een jaar mee in een gezin en pakt alles aan wat zich aandient: financiële problemen, opvoedingszaken, scholing, werk, binnenshuis én buitenshuis. ,,Je moet levenspatronen veranderen'', aldus De Winter. ,,De voogd leert dan bijvoorbeeld de vader vragen of er iets naars gebeurd is, als hun zoon thuiskomt en woedend zijn spullen door het huis gooit. Dat is beter dat zijn zoon uit te schelden en te eisen dat hij zijn spullen onmiddellijk opruimt.''

Sinds drie jaar wordt een nieuwe, onorthodoxe therapie ingezet, die succesvol lijkt. In een kazerne in Wezep, een dorpje bij Zwolle, corrigeren criminelen, van 15 tot 22 jaar elkaar. Naar Amerikaans voorbeeld wordt op de Glenn Millsschool ,,met groepsdwang een gedragsverandering teweeggebracht'', aldus H. Nieukerke, algemeen directeur van de de overkoepelende stichting Hoenderloo Groep. Coachen is ook hier het toverwoord. Elke nieuwkomer krijgt een eigen coach, zijn `big brother', een medebewoner en stafmedewerkers heten ook coach. ,,In de gangs waarin veel jongens zaten, werden zij beloond voor slecht gedrag, hier is het precies andersom'', legt Van Nieukerke uit. Wie zich aan de (strenge) regels houdt, verdient privileges: hij mag naar school, hij mag later opstaan én hij krijgt meer zeggenschap over de anderen. Wie dwarsligt, mag niets, ,,ook niet, zoals in de bajes, video's kijken en rondhangen''. Van de 35 jongens die het programma afrondden, maakt 75 procent het ,,uitstekend''. Van Nieukerke: ,,Zij werken of studeren en zijn gelukkig.'' Na aanvankelijke scepsis kocht Justitie onlangs honderd plaatsen voor de komende twee jaar, op initiatief van staatssecretaris Kalsbeek, na een werkbezoek.

Anderen plaatsen kanttekeningen bij het geclaimde succes. ,,Wat in Wezep gebeurt, is indrukwekkend'', zegt De Winter, die een paar keer ging kijken. ,,Maar het uiteindelijke effect is onduidelijk. Als iemand na anderhalf jaar terugkomt in zijn oude omgeving, is de kans groot dat hij terugvalt.'' Een ontspoorde moet leren functioneren in zijn eigen omgeving, met alle beperkingen van dien, vindt hij. ,,Door isolatie worden dingen bereikt, zeker, maar thuis wacht toch weer die gewelddadige vader.'' Volgens Van Nieukerke verleent de school ,,intensieve nazorg'' en ,,is de kans op terugval niet groot als het twee jaar na de opleiding nog goed gaat. De droom van de gemiddelde pupil is huisje-boompje-beestje.''

Met medewerking van Laura Thissen.