Op reis in India: duur vliegen, met of zonder constipatie

Het is nogal een gewaarwording om bij de stadsgrens van Delhi het bord te zien: `Calcutta: 1441 km.' Dat is, vanuit Amsterdam gerekend, verder dan Moskou. En dan in hetzelfde land! Maar je gaat die afstand natuurlijk niet rijden. Gegeven de kwaliteit van de Indiase wegen en de fietsers, de karren en de overal kuierende koeien, doe je er makkelijk een week of anderhalf over. En waar zou je onderweg moeten eten en slapen? Alleen truckchauffeurs zijn opgewassen tegen de hotels en wegrestaurants en zelfs zij koken liever hun potje langs de weg en rusten op een mat onder hun truck.

De volgende optie is de trein. Met de Shatabdi-express kun je in twee en een halve dag in Calcutta zijn. Je ligt comfortabel in een vierpersoons slaapcoupe, als eerste klaspassagier heb je airconditioning, een bediende die je bed opmaakt en een leeslampje dat in de jaren veertig, toen de trein werd gebouwd, behoorlijk futuristisch moest zijn geweest. Een glimmende doos tegen de wand, ter grootte van een brillenkoker die, als je erop drukt, langzaam en mysterieus open gaat, om licht te schijnen op het boek of tijdschrift dat je aan het lezen bent.

Ook het eten in de Shatabdi-express is prima, al zijn alle maaltijden dezelfde: rijst en kerriekip met groenten, in bakjes van aluminiumfolie. Die bakjes worden in de wagonovergangen door een gehurkte man met vuil water gewassen voor hergebruik, maar een kniesoor die daarover valt.

Nee, de zwakste schakel in de Shatabdi-express schuilt ergens anders. Als je na drie maaltijden van rijst en kerriekip naar de wc moet kom je namelijk voor een verrassing te staan.

In India denkt men voortdurend in rangen en standen. Er is een eerste klas met `double AC', wat betekent dat je airconditioning hebt en een ventilator. Daarmee kan je je slaapcoupe koelen tot het vriespunt, als je dat prettig vindt. Een kaartje voor double-AC van Delhi naar Calcutta kost wel honderd euro.

Dan is er voor 50 euro de eerste klas single-AC, wat niet slaat op de extra ventilator, maar op het feit dat je slaapcoupé geen wand en deur heeft, maar een verlept gordijn. Sommigen hebben daar bezwaar tegen omdat je, terwijl je onder je futuristische leeslamp een tijdschrift leest, je koffer kwijt kunt raken. Kofferdiefstal is een veel voorkomend euvel in India.

In de tweede klas krijg je voor tien euro enkel een stoel en in de derde klas mag je voor 2 euro een plaatsje zoeken op een houten bank, zonder ventilator en zonder maaltijden in foliebakjes.

Maar wraak is zoet. Terwijl in India bij elke gelegenheid de wet heerst van rang en stand, zijn de wc's volkomen democratisch. Met als gevolg dat een passagier die honderd euro heeft betaald voor `double-AC', zijn eerste klas-wc gebruikt ziet worden door horden derde klaspassagiers, die er verdacht triomfantelijk bij kijken. Ze hebben zich overal ontlast, behalve in het gat van de Shatabdi-express.

Voor een treinrit van Delhi naar Calcutta moet je dus beschikken over een ernstige vorm van constipatie - en anders ben je aangewezen op het vliegtuig.

Maar het snelle en efficiënte vliegverkeer heeft ook een verrassing in petto: de prijs. Een retourticket Delhi-Calcutta kost 500 euro. Een retourtje Delhi -Bangkok, bijna twee keer de afstand, kost eveneens 500 euro. En als je het eens zorgvuldig navraagt, blijken bijna alle vliegreizen binnen India ongeveer 500 euro te kosten. Delhi-Bombay, 1400 km.: 500 euro. Delhi-Trivandrum, 2800 km.: 500 euro. Maar Delhi-Colombo, over Trivandrum heen en nog eens 300 kilometer over de Indische oceaan: 400 euro inclusief drie dagen gratis hotel aan het strand van Sri Lanka.

De vraag waarom is een lastige. Het staatsbedrijf Indian Airlines heeft een monopolie over binnenlandse vluchten. Er is sinds de liberalisering in 1985 een concurrent bijgekomen, Jet Airways genaamd, maar die moet de prijs volgen van de staat.

De staat heft bovendien vijftien procent belasting op elk vliegbiljet. En ook zoveel op brandstof dat deze in India bijna drie keer zo duur is als in de buurlanden. Zelfs de KLM probeert overal te tanken, behalve in India.

Volgens een studie van de Indiase Economic Times wordt, omgerekend, op elk ticket een belasting van veertig procent geheven. Op 500 euro is dat dus 200. Als men bedenkt dat mensen liever het vliegtuig nemen, opdat ze niet zijn aangewezen op de wc's in de trein, maakt dat van de Indiase overheid een knap dure toiletjuffrouw.