Man naar mijn hart

Als Hans Dijkstal zo doorgaat, dan dreigt er met mij persoonlijk iets ergs te gebeuren, ik mag wel zeggen: iets onvoorstelbaars. Mijn hele wezen verzet zich tegen stemmen op de VVD, maar Dijkstal brengt me ernstig in verleiding.

Met kop en schouders steekt hij tot dusver uit boven de andere lijstaanvoerders. Hij is de enige die zich als een normaal mens gedraagt. Waar anderen beginnen te keffen en te krijsen, zegt Dijkstal op rustige toon verstandige dingen over politiek beleid, maatschappelijke realiteiten, problemen en knelpunten. De man heeft bovendien humor, zonder de leukste thuis te willen zijn. Hij weigert zich te laten opfokken door raadgevers die hem de rechtspopulistische kant uit willen sturen. Hij verzet zich tegen de infantilisering van de politiek. Weloverwogen, beschaafd en consistent legt hij uit waar het naar zijn mening op staat. Na Kok is Dijkstal in mijn ogen de politicus die het meeste gezag uitstraalt en over de grootste bestuurlijke talenten beschikt.

Wat zeg ik nu toch allemaal? Sorry, Dijkstal. Ik kan me voorstellen dat u, mocht u dit stukje onder ogen krijgen, niet blij zult zijn met een adhesiebetuiging mijnerzijds, ook al is mijn bewondering oprecht gemeend. Heb je alles gehad, word je ook nog eens voor het oog van je rechterflank het graf ingeprezen door iemand die ,,volkomen idioot bezig is'' en die er ,,groteske'' en ,,modieuze'' standpunten op nahoudt (Frits Bolkestein in Nieuwe Revu).

Ik dreig full circle thuis te komen. Op het schoolplein van de enige openbare school in Leidschendam waren alle kinderen, ik ook, geheide aanhangers van de VVD (`Veel Vrije Dagen'). Bij ons thuis hing in verkiezingstijd een affiche voor het raam met het portret van Toxopeus. Maar lang voordat ik de eerste keer zelf mocht stemmen, was ik al tot het besef gekomen dat de partij van mijn vaders keuze het voertuig was van zelfvoldane egoïstische burgerheren en burgerdames die solidariteit een vies woord vonden.

Zo denk ik in het algemeen nog steeds over de VVD, maar Dijkstal brengt me aan het wankelen. In de Volkskrant van gisteren verklaart hij niet te zullen wijken voor het gedram van zijn rechterflank om `harde taal' uit te slaan. En in Vrij Nederland zet hij zich krachtig af tegen het ,,egoïstisch gevoel'' dat volgens hem de voedingsbron is van de opkomende populistische stromingen in Europa en Nederland. In plaats van de kiezers naar de mond te praten, durft hij ze recht in het gezicht te zeggen: ,,Opeens wordt geroepen dat de overheid alles fout doet en loopt men achter een man aan die de taal van de kroeg spreekt. Maar ik wil het ook wel eens hebben over wat de burgers fout doen. Sommigen van hen gedragen zich als verwende diva's: ze vinden dat de overheid zich niet met hen mag bemoeien, maar geven de overheid wel de schuld van alles wat fout gaat. Tegelijkertijd zie je een toenemende onachtzaamheid tegenover de zwakken in de samenleving.''

Een man naar mijn hart.

Hij spaart zijn eigen partijgenoten niet. Die zeuren over de benzineprijs en de wegenbelasting, maar vergeten de zwervers en daklozen. ,,Terwijl een beschaafd land zich ook dáár verantwoordelijk voor moet voelen.'' Geen duimbreed wijkt Dijkstal voor aandrang uit zijn partij om het vreemdelingenvraagstuk politiek te exploiteren. De grondwet is in deze context zijn enige toetssteen. Daaraan moeten immigranten zich conformeren en daaraan ontlenen zij aanspraken op gelijke behandeling en verdraagzaamheid. Dijkstal noemt dit ,,de vlag op onze beschaving''. Die vlag mag van hem niet naar beneden worden gehaald.

Ook over dit onderwerp spreekt de VVD-leider met bewonderenswaardige consistentie. In april 2000 hielden de fractievoorzitters in de Tweede Kamer een debat over `Het multiculturele drama' waar Paul Scheffer alarm over sloeg, als de Johannes de Doper van het fortunisme (`Ik ben het niet, maar Hij die na mij komt.') Tijdens dat Kamerdebat bracht Dijkstal naar voren dat je problemen niet oplost door ze te dramatiseren. Wel door gunstiger voorwaarden te scheppen voor het integratieproces en notoire knelpunten mee te helpen oplossen. Hij verklaarde zich tegen segregatie en assimilatie: ,,de gescheiden ontwikkeling en het totaal eenzijdige proces waarin de een zich volledig moet aanpassen aan de ander.''

Klasse. Een opvallend contrast met de stemmingmakerij en bangmakerij van zijn voorganger Bolkestein over de dreigende overweldiging van onze steden door buitenlanders. Dijkstal gaf er de voorkeur aan de zaken in proportie te zien. Relativerend wees hij erop dat we te maken hebben met ongeveer tien procent van de bevolking die een andere culturele achtergrond heeft dan de meerderheid. Hij wilde de multiculturele samenleving noch als drama, noch als verrijking beschouwen, maar als een gegeven. Constateren dat groepen allochtone jongeren (,,onze jongeren'', zei Dijkstal) hardnekkig voor problemen zorgen, is iets anders dan oplossingen aandragen.

De VVD-leider koos en kiest voor het laatste: meer taalonderwijs, betere jeugdhulpverlening, effectiever politieoptreden. Maar ook: ,,Ik zeg dat achter al deze hardnekkige problemen helaas ook nog steeds vooroordelen, discriminatie en misschien puur racisme zitten. Ik wens dat gezegd te hebben.''

De verloren jaren van Kok? De puinhopen van Paars? Dijkstal laat het zich niet zeggen. ,,Ik heb me voorgenomen dat ik Nederland niet in diskrediet laat brengen. Als nu over de puinhopen van het kabinet-Kok wordt gesproken, raakt me dat emotioneel. Ik ga me verzetten tegen de karikatuur die van onze bestuurders wordt gemaakt. Nu worden ze als boeven afgeschilderd. Dat pik ik niet.'' Goed zo.

Gelukkig is het nog altijd zo dat wij in Nederland bij verkiezingen niet primair op een persoon stemmen, maar op een partij. Was het anders, bijvoorbeeld in een presidentieel stelsel, dan zou ik niet eens meer aarzelen. Maar in ons stelsel zou ik met een stem op Dijkstal ook kiezen voor de Hofstra's, de Wilbersen, de Kampen en de Eenhoorns, om over de Wiegels en Bolkesteinen maar te zwijgen.

Kan de PvdA of D66 hem niet overnemen?