`Kunst kopen is een emotionele zaak'

Wie een kunstwerk wil kopen, moet door een doolhof van kunsthandels en galeries, hypes en flops, nep en authentiek. Drie galeriehouders geven - met frisse tegenzin - advies. ,,Kunst als pure belegging? Niet aan beginnen.''

Hoewel maar weinig beeldend kunstenaars rijk worden van hun werk, gaan er in de kunstwereld flinke bedragen om. Maar galeriehouders, de `managers' van de kunstenaars, praten liever niet over geld. Een schilderij aanschaffen puur om rijk van te worden? Pardon, we hebben het hier over Kunst.

Neem Koen Nieuwendijk, met zijn galerie Lieve Hemel zit hij middenin het Spiegelkwartier, de `doorlopende kunstbeurs' van de hoofdstad. Toch noemt hij zichzelf ,,geen echte koopman''. Hij verkoopt alleen wat hij zelf mooi vindt, en als het even niet wil vlotten, houdt hij een werk rustig in voorraad. Op den duur is alles weg, weet hij uit ervaring.

Nieuwendijk concentreert zijn activiteiten rond een kleine groep Nederlandse schilders als Theo Voorzaat, Anneke van Brussel en Ben Snijders (prijzen tussen de 1.000 en 50.000 euro). Koopman of niet, in de loop der tijd heeft hij de waarde van verschillende werken zien vertienvoudigen. ,,Ik heb zelf ooit voor een paar honderd gulden een vroege Voorzaat gekocht, nu zijn ze tienduizenden euro's waard. De schilderijen van Olav Cleofas van Overbeek vonden mensen vroeger te kil, nu is er een gigantische vraag naar. Van een deel van zijn komende collectie zou ik de prijzen zo kunnen verdubbelen, maar daarin ben ik voorzichtig. Ben je eenmaal gestegen, dan is er geen weg meer terug.''

Jan van Munster, eigenaar van Smelik & Stokking Galeries met vestigingen in Den Haag, Amsterdam en binnenkort ook Rotterdam, gaat vergeleken met Nieuwendijk heel wat sneller en gehaaider te werk. Hij verdeelt de tientallen namen uit zijn stal, die realistische beelden (van 150 euro tot 80.000 euro) en schilderijen (van 2.000 tot 80.000 euro) maken, onder in A- en B-types. De A's, dat zijn de toppers, de mensen die hij verwent met voorschotten, peptalks en constante zorg, en voor wie hij naar de klant toe zijn hand in het vuur steekt. Als het met een kunstenaar steeds minder goed loopt, als hij zich niet meer vernieuwt of de markt verzadigd is, dan schuift hij onherroepelijk door naar de B-categorie. Van Munster: ,,Dan neem ik z'n werk niet meer naar beurzen mee en ik zet het niet meer op het affiche.''

Met successen springt Van Munster even voorzichtig om als Nieuwendijk, met prijsstijgingen van maximaal 10 procent per jaar. ,,Ik draai nou twintig jaar mee in dit vak, en ik weet: op elke toptijd volgt een magere periode. In Amsterdam is de markt flink ingezakt sinds 11 september. Aan de andere kant: als je lang genoeg wacht, komen de klanten vanzelf terug. Vakanties of restaurantbezoek kun je nooit meer inhalen, kunstaankopen wel.''

Cokkie Snoei, die in haar filialen in Rotterdam en Amsterdam hedendaagse foto's, schilderijen en beelden (prijzen: van een paar honderd tot 10.000 euro) verkoopt, is somberder: ,,In Nederland ontbreekt het hippe sfeertje dat bijvoorbeeld in Londen rond de beeldende kunst hangt. Daar komen celebrities naar openingen en leggen popsterren collecties aan. Er is eens berekend dat het percentage van de bevolking dat zich voor beeldende kunst interesseert, op zo'n 5 procent ligt. Daarvan koopt nog weer een kleiner deel.'' Toch doet Snoei geen concessies aan haar smaak, die uitgaat naar ontoegankelijk, provocerend werk: ,,Dan kan ik net zo goed een schoenenzaak beginnen.''

Maar wie zijn dan de Nederlanders die wel kopen? Een precies profiel van hun klanten is dit drietal moeilijk te ontlokken. ,,Ik schat dat mijn klanten bovenmodaal verdienen'', zegt Van Munster van Smelik & Stokking. Nieuwendijk spreekt van mensen die `boven- tot ver bovenmodaal' verdienen. ,,Dat moet ook wel. Voor de anderen ben ik te duur.'' Behalve hoog opgeleid noemt hij zijn klanten ,,sensitief, verfijnd'', ,,maar dat is alleen maar een indruk''. Cokkie Snoei typeert haar klanten als mensen met een eigen bedrijf, of anders ,,een goede positie''. Zeker geen multimiljonairs, de bezoekjes van de Rotterdamse superverzamelaar Van Caldenborgh daargelaten.

Ongeveer eenachtste van de klanten van Nieuwendijk maakt gebruik van de Kunstkoopregeling (zie inzet). Bij Smelik & Stokking zijn dat er veel meer: zo'n zeventig procent. Bij Cokkie Snoei was dat tien procent.

Adviezen over wie van hun kunstenaars een aanschaf waard is, geven de galeriehouders niet. ,,Ik hou van ze allemaal'', zegt Snoei. ,,Dan ga ik de een toch niet boven de ander stellen?'' Nieuwendijk: ,,Ik werk namens mijn kunstenaars, niet voor de klanten.''

Een paar meer algemene tips willen de drie wel geven. Ten eerste: denk op lange, niet op korte termijn. Van Munster: ,,Als mensen een stuk behang naar de galerie meenemen, dan zeg ik: da's belachelijk. Over tien jaar heb je heel ander behang, maar dat kunstwerk is er dan nog.'' Nieuwendijk: ,,Een kunstwerk heeft incubatietijd nodig. Soms moet je iets tien, vijftien keer zien voordat je het koopt. Ik zeg altijd: ga eerst nog maar langs honderd andere galeries, lees wat over kunst, bezoek een museum. Bouw zelf een oriëntatie op. Als je krampachtig op zoek gaat naar dat ene schilderij voor thuis, dan vind je niets.'' Cokkie Snoei: ,,Kunst kopen is een emotionele zaak. Het moet je gaan om de schoonheid, om de intellectuele bevrediging.''

Een kunstenaar van wie je werk koopt, moet kwaliteit hebben. Dat betekent dat hij hard werkt, een visie heeft en niet te véél produceert, want daarmee prijst hij zichzelf uit de markt. Hypes in de kunst hebben niets met kwaliteit te maken. Van Munster: ,,Het werk van Brood boomt nu even, door alle publiciteit rond zijn dood. Maar dat zakt wel weer in. Op den duur voert echte artistieke waarde weer de boventoon.'' Snoei: ,,Voor de man in de straat blijft kunst een ingewikkelde belegging. Je kunt geen peil trekken op de toekomstige waarde van een werk, dat kan ik ook nog steeds niet. Het enige veilige is misschien om je in een bepaalde stroming te specialiseren, en daar dan in te gaan verzamelen.'' Van Munster: ,,Wie mij op de man af vraagt of kunst als pure belegging interessant is, zeg ik: nee, niet aan beginnen.'' Nieuwendijk: ,,Je moet het zien als een spannend schaakspel. Leuk voor een deel van je geld, niet voor alles.''

Volgens Nieuwendijk schuilt de voornaamste drempel voor klanten niet in de prijs, maar in het idee om geld aan kunst uit te geven: ,,Laatst ging er hier een gefortuneerde pensionaris weg, die zijn droomschilderij uiteindelijk nìet kocht. Zonde, zei hij, zo lang hard werken voor één schilderij. `Je bent gek man!' had ik wel willen roepen. Wat wil je dan met je geld doen, het oppotten of naar de fiscus afdragen?'' Van Munster: ,,Van een goed kunstwerk geniet je voor altijd. In die zin is het dus waardevast.''