Jezus met een rode baret

Hugo Chávez is in Venezuela president van de armen. Maar de vraag is hoelang nog. Het volk mort en de oppositie wil dat hij voor gek wordt verklaard. `Chávez ben niet ík', zegt de president, `Chávez is een gevoel.'

`Opdat iedereen het ziet. Opdat iedereen het hore!'' Hoog galmt Hugo Chavez boven de massa uit. ,,De verderfelijk en geprivilegieerde oligarchie van dit land wil niet zíen en niet hóren.'' Langzaam dendert hij naar het hoogtepunt toe. De president balt zijn vuisten, de toon nog gedragener. ,,Dít is de patrióttische revolútie van het glorieuze Venezolaanse volk. En deze revolútie doet geen stap achteruit!!''

Politiek onderzoeker Manuel Malaver drukt de mute-knop weer in. Die speeches zijn niet te harden, zegt hij. Oubollige revolutionaire retoriek. ,,Maar weet je wat het ergste is? Ze duren minstens twee uur!'' Alleen met kabel-tv kun je zappen naar een ander programma. Want bij officiële gelegenheden moeten alle staatskanalen de ceremonies verplicht uitzenden. Malaver loopt door zijn volgepropte appartement in Caracas. Het klópt natuurlijk niet, zegt hij: een gekozen president die zo staat te schelden tegen een deel van zijn eigen bevolking. Het kán ook niet dat hij zich steeds weer in een militair uniform hijst.

Maar of Chávez `gek' is? Malaver gaat weer zitten en draait aan zijn snor. ,,Dat weet ik niet'', zegt hij. ,,Dan is hij in elk geval een gek met een behoorlijke aanhang onder de verarmde bevolking.''

Meer dan drie jaar geleden werd luitenant-kolonel Hugo Chávez (47) verkozen tot president van Venezuela. Chávez beloofde een `vreedzame revolutie van de armen' in een land waar tachtig procent van de bevolking onder de armoedegrens leefde. En dat sloeg aan: bijna zeventig procent van de Venezolanen stemde op hem.

De verkiezing van de voormalig paratrooper leidde onmiddellijk tot paniek op het continent. Chávez was links en zijn nieuwe partij, de `beweging voor de vijfde republiek' had een vaag programma. Dat bracht politieke onzekerheid in het belangrijkste olieland van het westelijk halfrond: na Saoedi-Arabië de grootste leverancier van aardolie aan de Verenigde Staten. Wat zou deze populist met de buitenlandse belangen gaan doen?

Daarbij kwam dat Chávez in 1992 samen met een clubje mede-officieren geprobeerd had een staatsgreep te plegen tegen de corrupte sociaal-democratische president Carlos Andrés Perez. De coup werd neergeslagen. Chávez verdween in de gevangenis. Toen hij er twee jaar later weer uitkwam, preekte hij de ,,vreedzame revolutie van de armen''. Zou die revolutie wel vreedzaam blíjven?

De avond van zijn verkiezingsoverwinning werd de couppleger met een hijskraan op een podium neergelaten. De mensen waren uitzinnig. Ze brulden, zwaaiden, en huilden. ,,Hier staat Hugo Chávez'', riep de nieuwe president toen zijn voeten de planken raakten. ,,Geroepen door God om dit glorieuze volk te dienen!'' Marxist was hij niet. Die vergelijkt zich niet met Jezus Christus. ,,Dit is het nieuwe ochtendgloren'', zei Chávez met op zijn hoofd de rode baret waarmee hij eerder zijn mislukte staatsgreep pleegde. ,,Dit is de overwinning van de armen op de corrupte politieke elites die ons veertig jaar hebben vernederd.'' Opnieuw klonk lyrisch geloei. ,,Chávez, Chá-vez!'' De comandante hief zijn hand. ,,Chávez ben niet ík'', corrigeerde hij. ,,Chávez zijn júllie. Chávez is het volk! Chávez is een gevóél.'' Eerder die avond had ik gezien hoe jongeren in de sloppenwijken vol vreugde hun pistolen leegschoten. ,,Hij zal de rijken mores leren'', riepen ze. ,,Het is de eerste keer dat daar iemand van ons zit.'' En ze vuurden nog wat salvo's de lucht in.

Voor het eerst in veertig jaar was er in Venezuela een gekozen president die niet uit de rijke elite kwam. Een unicum, ook voor de rest van het continent. Venezuela identificeerde zich met het ronde indianengezicht van deze rebellerende luitenant-kolonel. Ze hielden van zijn krachtige imago, en zijn directe taalgebruik. ,,Hoe is het mogelijk dat in een rijk land vol olie tachtig procent van de bevolking onder de armoedegrens moet leven?'', vroeg Chávez. ,,Dat is omdat de elite de kluit belazert en er al veertig jaar met de poet vandoor gaat'', gaf hij zelf het antwoord.

,,Zijn aanklacht tegen de sociale ongelijkheid zou zo in elk rapport van de Wereldbank of de Verenigde Naties passen'', zegt Malaver. Drie jaar later heeft Chávez nog geen gevaarlijke dingen gedaan. Buitenlandse investeerders wordt niets in de weg gelegd. En met de aanname van een meer liberale Grondwet, twee jaar geleden, heeft hij de democratie in het land alleen maar versterkt, zegt Malaver. Maar het land heeft hij wanhopig verdeeld. De pers, de kerk, vakbonden en ondernemers. Iedereen loopt nu tegen Chávez te hoop. ,,Het probleem is zijn toon'', verklaart Malaver. ,,Het is een toon van revanche. Chávez heeft zich beperkt tot de stem van het gemarginaliseerde lompenproletariaat op dit continent.''

Zakdoekjes

Op de exercitieplaats oefent de militaire parade. ,,Attentie'', roept de generaal door de luidpreker. ,,In de houding.'' Kletterend schieten de wapens omhoog. De soldaten dragen rode `revolutionaire' zakdoekjes om hun nek. Zelfs hun veters zijn rood. Ze oefenen voor de ontvangst van El Presidente. ,,Hárder met die hakken!'', blaft de commandant. ,,De president moet ze kunnen hóren.'' Klik, klik, klak. Op de achtergrond swingt keiharde Caraïbische muziek. ,,Daar, ga aan de andere kant staan'', wijst een ceremoniemeester naar de overkant van het terrein. Te laat. Want daar komt de helikopter van de president aangewiekt. ,,Ay ay'', jammert de man. ,,Nu krijg ik op mijn kop.''

Ik wilde hem eindelijk wel eens zien. ,,Hij is gék'', schreeuwden de vrouwen de vorige dag in Caracas. ,,Gestoord. Klaar voor de inrichting!'' Het was een dag van demonstraties. Vakbonden protesteerden bij de burelen van het staatsoliebedrijf Pdvsa, studenten bij de universiteiten, en in Caracas was een grote mars van huisvrouwen. Ze kletterden met potten en pannen en riepen allemaal om het aftreden van Chávez. Waarom? ,,Omdat het me spijt dat ik op Chávez heb gestemd'', roept een van de vrouwen. ,,Hij is een dictator. Een tiran'', vielen de anderen haar bij.

,,We zijn van mening dat president Hugo Chávez gek is'', zegt partijvoorzitter Rafael Marín in zijn luchtgekoelde kantoor. Honderdvijftig kilo vlees in een bureaustoel geperst. Ooit was Marín de baas van de ordedienst van de traditionele sociaal-democratische partij Acción Democratica (AD). Net als de christen-democratische Copei-partij werd AD drie jaar geleden door Chávez van de kaart geblazen. ,,De lakei van de corrupte oligarchie'', noemt Chávez de nieuwe leider van AD in zijn verfijnd taalgebruik. Al even `verfijnd' slaat Marín terug. ,,Burgeroorlog!'', zegt de partijleider. ,,Chávez is uit op een burgeroorlog.'' Hoe hij dat weet? ,,Omdat hij zegt dat, als de revolutie niet vreedzaam kan worden gewonnen, hij naar de wapens grijpt.'' Maar dat zijn toch alleen woorden? De partijleider denkt na. ,,Het hele volk is tegen hem'', zegt Marín. Daarom moet hij onmiddellijk weg. En ook het leger is tegen hem, weet de politicus. ,,Ze zullen zich met hun wapens bij het volk tegen Chávez voegen.''

,,Maar de man is democratisch verkozen'', werp ik tegen. ,,En hij heeft een meerderheid in het parlement.'' Kan Marín niet gewoon wachten tot Chávez zijn termijn heeft uitgezeten? ,,Nee'', schudt Marín. ,,Chávez is een gevaar voor het land.'' Hij slaat met zijn hand op een lijvig rapport dat zijn partij vorige maand naar het hooggerechtshof stuurde. ,,Dit is het bewijs dat Chávez mentaal gestoord is.'' Vijf Venezolaanse psychiaters die sympathiseren met de oppositie geven daarin hun mening over de geestelijke gezondheid van Chávez. De psychiaters vragen het hof een onderzoek naar de mentale gesteldheid van de president te gelasten. ,,Het is op het continent al eens eerder voorgekomen'', zegt Marín. In 1998 werd de zingende president `El Loco' Abdalá Bucaram van Ecuador wegens gestoordheid door het parlement naar huis gestuurd. ,,Alleen controleert Chávez hier zowel het parlement als justitie'', zegt Marín sip.

Gymschoenen

Daar is hij dan eindelijk. Op zijn gymschoenen springt Chávez uit de helikopter. Saluerend marcheert hij langs de erewacht. Handje schudden met de hoge officieren. Hij klopt flink op hun ruggen. Opnieuw begint de ceremoniemeester te gebaren, wanneer Chávez op militair tromgeroffel de kazerne inloopt. ,,Naar links'', sist de man. Ik duik achter een paal. Maar op dat moment verandert de president van koers. Ik loop recht in zijn armen. ,,Waarom verstop je je?'', vraagt Chávez. ,,Ben jij soms ook bang van mij?''

De woorden van psychiater Jesús Méndez schieten door mijn hoofd. `Paranoïde vijandbeeld' en `pathologische agressie'. Dat had de dokter in het kantoor van de sociaal-democratische AD over Chávez gezegd. De psychiater was één van de vijf opstellers van het `gekte'-rapport. Inmiddels heeft de president joviaal een arm om mijn schouder geslagen. ,,Nou, vertel eens. Zijn jullie net zo bang voor mij als de Venezolaanse pers zegt dat iedereen is?'' ,,Nee'', hakkel ik. ,,Ik, eh, probeerde alleen het protocol te volgen.'' Nu wendt Chávez zich tot de aanstormende camera's. ,,Ach, protocol'', zegt hij wuivend. ,,Dat is wel de minste kopzorg van een revolutie, niet?'' Onder luid applaus loopt Chávez naar de houten tafel van waarachter hij elke week zijn ,,directe contact'' met het Venezolaanse volk onderhoudt. Het is alweer de 99ste tv-uitzending van `Aló Presidente'. Chávez rinkelt een bel, en begint te praten over `militaire strategie'.

Hoe je middenin een veldslag zoals nu in Venezuela altijd moet doorgaan, en niet mag ophouden. Hij laat zich afleiden door de vraag hoe je correct moet salueren. ,,Belangrijk! Met de dúím naar beneden.'' Dan herinnert hij zich hoe hij tijdens zijn training op de militaire academie over de grond `door de modder moest kruipen en doorgaan en doorgaan' terwijl de kogels om zijn oren vlogen. ,,Ja ja, dat is het leger. Vergeet niet: het leger is de voorhoede. Het leger vangt de eerste klappen op. Dus: als je vrede wilt, bereid je dan voor op de oorlog!''

Eén voor één stelt hij nu de mensen uit het `publiek' aan de camera voor. Het zijn generaals, ministers, een batterij vrouwelijke recruten, de besnorde voorzitster van de nieuw opgezette `ontwikkelingsbank' voor de armen. Om de beurt moeten ze naar voren komen. ,,Si, mi comandante. No, mi comandante.'' Een eigen verhaal zit er voor hen niet in. Er is maar één ster, en dat is Chávez. Als een talkshow-host vraagt hij ze uit, geeft zelf het antwoord, en zet ze voor gek. ,,Ik zou je aanvoerster van mijn basebalteam maken'', zegt hij tegen de vrouw van de ontwikkelingsbank.

Hoelang duurt het programma nog, vraag ik na twee uur aan de staatssecretaris van Cultuur. In haar met goudverf bespoten spijkerbroek begeleidt ze de uitzending. Ze houdt bordjes omhoog met: `applaus', `stilte' en `opstaan voor de president'. Bestraffend kijkt ze me aan. ,,Het programma duurt totdat de president klaar is'', zegt ze. Ik begin me zorgen te maken. Want aan de kern van het programma, het directe telefooncontact met het `volk', is Chávez nog steeds niet toegekomen.

Psychiater Jesús Méndez had gezegd: ,,Patiënt ontbeert gevoel voor proporties. Dictators als Mussolini, Idi Amín en Hitler vertoonden een vergelijkbare structuur.'' Maar Chávez heeft niemand vermoord en heeft ook niemand gevangen gezet. Hij scheldt op de pers, op de elite, op de vakbonden en op de ondernemers. Maar vooralsnog dóét hij ze niets. ,,Nóg niet'', beklemtoonde de psychiater. Maar op momenten van grote druk zou zijn mentale capaciteit instorten. ,,En dan kan het tot grote geweldsexplosies komen.'' Zo zou hij nu al zijn eigen vrouw in elkaar slaan.

Hartoperatie

Eindelijk, na meer dan vier uur is het zover. ,,Aló, Presidente?'', klinkt een vrouwenstem door de telefoon. ,,Glóooria'', zegt Chávez. ,,Wat een mooie naam. Mi vida, mi amor, vertel het maar.'' De vrouw vertelt dat ze van Chávez houdt. ,,Want u hebt mijn kind gered.'' De vrouw legt uit hoe ze naar het presidentiële paleis ging met haar zieke kind. En hoe ze daar geld kreeg voor een hartoperatie van de kleine meid. ,,Ik zeg elke dag: Dank God, dank Chávez.'' De president glundert. ,,Dit is een vonk van pure liefde, Gloria'', zegt hij. ,,Je woorden versterken ons hart.'' Hij vertelt hoe dít nu de ware revolutie is. Het arme volk helpen als het erom vraagt. ,,Maar eigenlijk, eh, wilde ik u nog iets vragen'', onderbreekt Gloria zijn speech. ,,Ziet u, ik leef op hele oude meubelen. Kunt u daar, eh..'' Chávez begint te lachen. ,,Gloria, Gloria. Nu moet je niet te veel vragen. Maar ik zal mijn minister naar je toesturen, en kijken wat we kunnen doen.''

Er belde nog een vrouw die haar geld was kwijtgeraakt, omdat een ander het uit de automaat zou hebben gepind. ,,Ik geloof je'', zei Chávez. ,,Ik zet onmiddellijk de procureur-generaal op je geval.'' Daarna had hij een generaal voor de microfoon geroepen en herinneringen met hem opgehaald over het peloton waarin ze samen jaren geleden dienden. ,,En dat negertje, wat is er van hem geworden? En Pepe? Ah, vermoord in Guyana. Hij was geen slechte kadet!'' Na vijf uur en veertig minuten is de president eindelijk klaar.

Dit is geen programma, dit is ook geen revolutie. Dit is de Venezolaanse variant op Radio Bergeijk. Wat is dit anders dan ouwe jongens krentenbrood, handjeklap, cliëntelisme en bedeling. Niet op de schaal van een dorpje in Brabant, maar op dat van een land met meer dan 23 miljoen inwoners. De vraag is echter: verschilt Chávez daarin van zijn voorgangers?

,,Ja'', zegt Jamilis Tortolero beslist. ,,Voor het eerst in de geschiedenis hebben we een president van de armen. Hij staat aan de kant van de gewone mensen zoals wij.'' Terwijl iedereen nog zat te bekomen van de uitzending, was Chávez alweer in een jeep gesprongen. Hij wordt ontvangen door een uitzinnig juichende menigte. Mensen in lompen. Mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt met de regenramp van twee jaar geleden, waarbij tienduizenden mensen stierven. ,,Dank je, Chávez, voor je solidariteit'', heeft ook Jamilis op haar spandoek geschreven. Hoewel ze nu met haar vier kinderen in een noodbarak in de woestijn woont. Hoewel er geen stromend water is, geen werk, en veel kakkerlakken. Toch blijft ze geloven in Chávez. ,,Ik moet gewoon even bij hem zien te komen. Dan kan ik hem mijn probleem voorleggen'', zegt ze. Honderden, zo niet duizenden handen heffen zich naar hem op, willen hem betasten, aanraken, willen een gunst. Langzaam gaat de zon onder. Maar Chávez blijft op ruggen slaan, handen schudden en wensen opschrijven. De president lacht. Hij is gelukkig.