ISOTOPEN IN DE VEREN VERRADEN WAAR DE VOGEL VERBLIJFT

De Amerikaanse ornitholoog D.R. Rubinstein ontwikkelde onlangs met enkele collega's van de universiteit van New Hampshire een nieuwe methode om de verblijfplaatsen van zangvogels te achterhalen. Zo ontdekte hij dat de blauwe zangers (Dendroica caerulescens) die broeden in Noord-Amerika en overwinteren op de Caribische eilanden, westelijker overwinteren, naarmate ze noordelijker broeden (Science, 8 febr).

Rubinsteins methode bestaat uit een chemische analyse die die hoeveelheid stabiele koolstof- en waterstofisotopen in de veren bepaalt. Die hoeveel heden zijn typerend zijn voor een bepaalde breedtegraad. Hoe noordelijker de vogels broeden en ruien, des te minder van het koolstofisotoop C en van het waterstofisotoop ²H (deuterium) er in het keratineweefsel van hun veren zit. Dat correspondeert met de al eerder in kaart gebrachte, geografische variatie van die isotopen in het milieu. De concentratie deuterium in regenwater bijvoorbeeld neemt af van zuid naar noord. De zangvogels krijgen de isotopen binnen met voedsel en water.

Rubinstein analyseerde veren van bijna 700 zangers in het hele broedgebied dat zich uitstrekt van de Grote Meren tot de Atlantische kust, en zuidwaarts tot in de staat Georgia. Ook bepaalde hij de isotopenconcentraties in veren van vogels het Caribisch overwinteringsgebied, waar hij een geleidelijke afname contstateerde van oost naar west. Op de oostelijke eilanden Puerto Rico en Hispaniola (waarop Haïti & Dominicaanse Republiek liggen) hadden de vogels veel lagere concentraties C en ²H in hun veren dan de vogels op de westelijke eilanden Jamaica en Cuba.

Met zijn onderzoek probeert Rubinstein te achterhalen waarom de broedvogels in VS regionaal sterk in aantal achteruitgaan, terwijl de populatie elders stabiel is. In het broedgebied waren daar geen oorzaken voor te vinden, dus moest het aan de situatie op de trekroute of in het winterverblijf liggen. Vooral met de broedvogels van Georgia, Carolina en Virginia gaat het al jaren slecht, drie staten in het zuiden van het broedgebied, die qua chemische samenstelling van hun veren overeenkomen met op Haïti overwinterende vogels. En laat Haïti nu het meest drastisch ontbost zijn. Voor bescherming van de blauwe zanger moet je volgens Rubinstein dus vooral daar zijn.

Dat het verband tussen broedgebied en winterverblijf nooit eerder ontdekt is, komt door de gebrekkige onderzoekstechnieken. Tot dusverre werden vogels alleen geringd. Slechts een klein deel van een populatie kan geringd worden, en daarvan wordt hooguit een fractie teruggevonden tijdens de trek of in het overwinteringsgebied. Maar iedere vogel is `gemerkt' met specifieke isotopen. Analyse van een paar veren is genoeg om de herkomst van een zwerm vogels te achterhalen. Behalve waterstof en koolstof lenen zwavel, lood en strontium zich voor isotopenanalyse.

Rubinstein is niet de enige onderzoeker die deze techniek uitprobeert. Tegelijkertijd ontdekten andere ornithologen dat Wilsons zangers (Wilsonia pusilla) in de herfst niet allemaal een eindje naar het zuiden afzakken, maar dat de noordelijke vogels een flink stuk zuidwaarts vliegen, over hun zuidelijker broedende soortgenoten heen, die nauwelijks in beweging komen.