Gevraagd: Rudi Fuchs

Als we Dick Advocaat mogen geloven, was Patrick Kluivert briljant tegen Spanje. Voor de bondscoach is anderhalf balletje tussen de benen van de tegenstander een monument van weergaloze schoonheid. Kunst met een hoofdletter. Anderhalf balletje in negentig minuten dat heet tegenwoordig historie.

Een uur na Nederland-Spanje zag ik de continue schittering van Zidane en Henry. In een nooit eindigende wals wervelden de Fransen over Schotland heen. De tricolores schoten uit duizend hoeken met duizend ballen. En als ze niet schoten, was er de extase van de schijnbeweging, de brille tussen wreef en knie, de musette in de dribble. Tien Béjarts op noppen, en gelukkig niet in een fluorescerend oranjeshirt.

Niet Willem van Hanegem, Rudi Fuchs hoort assistent van de bondscoach te zijn. Om hem uit de armemensen-illusie van kunst en schoonheid te helpen. Om hem weer te leren denken in het perspectief van het schilderij (negentig minuten). Om hem te verlossen uit de euforie om een vlek (één flits van Kluivert). Dick en Rudi: motorische en cultuurhistorische tegenpolen van elkaar, maar so what? Dezelfde ongerijmdheid vind je ook in koninklijke huwelijken terug.

Dick Advocaat is een patiënt.

Hij blijft op z'n Berlusconi's lijden aan het Bonaparte-syndroom. Bomen zijn te groot en te hoog om binnen zijn verbeelding te vallen en dus ziet hij achter elke boom een vijand. Om te beginnen: de media. Die zich, in het geval van het Nederlands elftal, nog steeds zouden laven aan hun averechtse druksels. Dick lijdt aan zijn voorgangers en met name aan Louis van Gaal. Opeens ook zo'n krijtstreperige Zeisterman, maar de perszaal zat wel altijd vol als hij zich opmaakte voor de zoveelste tirade. Advocaat, die het fulmineren even gengewijs in het bloed heeft, ziet in Huis ter Duin alleen maar leegte om zich heen. Niemand wil kennis nemen van zijn woede, annex banbliksems.

Tragiek wordt dan zwabberkunst.

Ineens gaat Dick Advocaat het werkvolk intimideren: Paul Bosvelt en Pierre van Hooijdonk. In zijn ogen: staatsverlaters. Stam en Makaay daarentegen schimmen van hun reputatie en verleden worden verheven in de adelstand van Oranje's elite. Deze schizofrenie wordt beleden en aanbeden door een parttime-coach die in zijn hele leven nooit iets anders heeft gekend dan werkvoetbal. De wreef, laat staan binnenkant voet, doen er niet toe, alle macht aan de kuiten, zo kennen we Dickie van lang geleden, en van nu. Of heeft Glasgow Rangers de laatste jaren misschien iets anders laten zien dan bruut geweld?

Niks mis mee, maar val dan Bosvelt niet af en zeker niet Pierre van Hooijdonk. Juist door hun werkweigering voor Oranje bevredigden zij de knechtenziel van Dick Advocaat. Bosvelt en Van Hooijdonk deden precies wat Advocaat van een voetballer verwacht: blinde clubliefde, opportunistisch in de hang naar succes, bescheiden van verlangen naar status. Advocaat had de betere buikspreker van Bosvelt kunnen zijn. Maar nee, opeens prevaleert zoiets als het ideaal of zullen we het maar utopie noemen van de natie. Het Oranje-decreet van bondscoach Advocaat: er klopt niets van.

In het onbegrip van de officiële instanties voor Bosvelt en met name voor Van Hooijdonk ligt de moedervlek van de ambtenarij. Waar hadden we het over? Over een vriendschappelijke wedstrijd. Tegen Spanje. Inzet: woekerwinst van de KNVB. Makaay speelt al bij Deportivo. Overmars bij Barcelona. Als je het Nederlandse voetbal een lift wil geven, gun dan Feyenoord ook wat. Laat de Macher van de competitie in de basis aantreden. Zeg tegen Pierre: jij speelt!

Van Hooijdonk, alweer gedegradeerd tot invaller van de invallers, bedankte voor een noodgreep. Advocaat woedend. Van Hanegem als vanouds: de stoïcijnse ik-weet-nergens-van-figuur. Van Marwijk zalvend. Van den Herik onbereikbaar. De pers zwalkend tussen castraatangst en privilegebeheer. Het Nederlandse volk: niet geinteresseerd.

Je zal maar Pierre van Hooijdonk zijn. Al een seizoen lang gekoesterd door alle estheten van het westelijk halfrond, maar voor Dick Advocaat niet goed genoeg voor de bank in een vriendschappelijke wedstrijd. Tot onverwachte personeelsnood de generaal dwingt Pierre te bellen. Als de Feyenoord-spits vervolgens deze flagrante belediging negeert, slaan bij Dickie alle stoppen door.

Deze bondscoach moet in therapie.