Fiscaal vrolijk op de fiets

Op 1 april aanstaande moet uw aangifte nieuwe stijl bij de belastingdienst binnen zijn. In een korte serie aandacht voor de belangrijkste wijzigingen. Vandaag het zesde en laatste deel: vervoer. Ofwel: de vragen 5 en 6 op het P-biljet.

Elke werknemer heeft er op de een of andere manier mee te maken: het vervoer naar het werk. Veel mensen gaan met de eigen auto, anderen hebben een auto van de zaak. Ook met het openbaar vervoer en de fiets wordt veel gereisd. De fiscus is het vriendelijkst voor mensen die op de fiets naar het werk gaan.

Werknemers die met de eigen auto naar het werk reizen kunnen vanaf 2001 bij de aangifte inkomstenbelasting geen bedrag meer ten laste van het inkomen brengen. Dit is alleen mogelijk als het openbaar vervoer of de fiets wordt gebruikt. Wel mag de werkgever bij eigen vervoer tot bepaalde vastgestelde bedragen een onbelaste reiskostenvergoeding geven. Dit is mogelijk als de reisafstand meer dan 10 km is. De maximale vergoeding is 1.560 euro per jaar.

Als u een auto van de zaak heeft, die u ook privé gebruikt, moet u een bedrag bij uw inkomen tellen. Dit bedrag is afhankelijk van de cataloguswaarde van de auto en de mate waarin de auto privé wordt gebruikt. Bij auto's die ouder zijn dan vijftien jaar geldt overigens de werkelijke waarde. In de regel is de bijtelling 25 procent van de catalogusprijs. Maar als wordt aangetoond dat het aantal privé-kilometers minder is dan 7.000 per jaar, gelden lagere percentages. Daarvoor moet u een gedetailleerde rittenadministratie bijhouden. De bijtelling van 25 procent is hoger dan het tot en met 2000 geldende percentage. Daar staat tegenover dat ook de belastingtarieven vanaf 2001 zijn verlaagd. Al met al is de te betalen belasting bij een auto van de zaak in de meeste situaties hoger dan voorheen. Dat geldt zeker voor mensen die van hun werkgever ook privé in een bestelauto mogen rijden. Vanaf 2001 geldt namelijk ook in die situatie meestal een bijtelling. Alleen bij bestelauto's die (vrijwel) uitsluitend geschikt zijn voor goederenvervoer, geldt de vaste bijtelling niet.

Als u aan de werkgever een eigen bijdrage betaalt voor het privé-gebruik van de auto, komt deze in mindering op de bijtelling. Als de eigen bijdrage hoger is dan de bijtelling, kan dit overigens niet leiden tot een aftrekpost. Als de eigen bijdrage betrekking heeft op bijvoorbeeld woon-werkverkeer, komt deze niet in mindering. Het is dus verstandig om goede afspraken met de werkgever te maken.

Vanaf 2002 is de regeling bij een auto van de zaak opnieuw veranderd. Dit is van belang bij het invullen van de aangifte over 2002 of als u gedurende dit jaar een kilometeradministratie bijhoudt. De bijtelling van 25 procent geldt dan pas bij een privé-gebruik van 8.000 km (bij een lager privé-gebruik gelden lagere percentages). Nieuw is dat een deel van het woon-werkverkeer als privé-gebruik wordt gezien. Als de reisafstand ligt tussen de 10 en 30 kilometer, is het woon-werkverkeer zakelijk. Een reisafstand beneden de 10 kilometer of de kilometers boven de 30 kilometergrens worden als privé aangemerkt. In 2002 geldt nog een verzachtende regeling waardoor slechts eenderde deel hiervan (maximaal: 5.500 km) als privé-gebruik wordt gezien.

Voor mensen die per openbaar vervoer naar hun werk reizen gelden meer fiscale faciliteiten. De werkgever mag de kosten van openbaar vervoer geheel belastingvrij vergoeden. In de inkomstenbelasting is er de reisaftrek waarbij – afhankelijk van het aantal kilometers – een vast bedrag aftrekbaar is. Voorwaarde voor de reisaftrek is dat u een openbaarvervoerverklaring of reisverklaring van uw werkgever hebt. Op de reisaftrek komt wel de van de werkgever ontvangen vergoeding in mindering. Een vergoeding van de werkgever is overigens altijd voordeliger dan de reisaftrek in de inkomstenbelasting.

Nieuw in 2001 is de fietsaftrek. Sportievelingen die meer dan 10 kilometer naar hun werk fietsen, krijgen een aftrekpost van 351 euro per jaar. De werkgever moet dan wel verklaren dat in minimaal 70 procent van de reizen de fiets als vervoermiddel werd gebruikt. Ook moet de fietsende werknemer minimaal drie dagen per week naar het werk reizen. Een van de werkgever ontvangen vergoeding voor het reizen per fiets komt op de fietsaftrek in mindering. Een vergoeding voor de dagen waarop niet met de fiets wordt gereisd, vermindert de aftrekpost niet.

Al met al zijn er heel wat mogelijkheden om het vervoer naar het werk vorm te geven. Het is verstandig om al gedurende het jaar maatregelen te nemen door bijvoorbeeld een kilometeradministratie bij te houden of goede afspraken te maken met de werkgever. Wacht niet tot u volgend jaar de aangifte over dit jaar gaat invullen. Dan bent u te laat met het kiezen van de fiscaal meest gunstige oplossing.

Deze rubriek werd verzorgd door Kluwer Fiscale en Financiële Uitgevers. Eerdere afleveringen staan op www.nrc.nl/geld/geldtelt