Faust, Freud, Bach en de bijbel

Het Boek der Boeken is de sleutel tot literatuur, muziek en schilderkunst. En tot de strijd over bio-ethiek. Opgedrongen religie? Geloven hoeft niet, lezen wel, vindt Jan Ross.

Bachs passiemuziek, die in deze dagen voor Pasen honderden uitvoeringen beleeft, heeft als dramatisch hoogtepunt de berechting van Jezus door Pilatus: een metafysische thriller over de vraag `Zoon van God, of hoogverrader?, een onverdraaglijk spannende krachtmeting tussen de bloeddorstige menigte, de weifelende rechter en een raadselachtig zwijgzame beklaagde. De Romeinse stadhouder Pilatus aarzelt om het doodvonnis uit te spreken, want de zaak zit hem niet lekker. Liefst zou hij de joden met de verantwoordelijkheid opzadelen.

Dan laat hij, om zich enig krediet te verschaffen, Jezus geselen misschien zal dat de emoties tot bedaren brengen? Maar uiteindelijk wordt het oproer de twijfelende Pilatus te machtig en veroordeelt hij Jezus tot het kruis. Al heb je deze passage nog zo vaak gehoord, ze lijkt telkens weer nieuw, alsof het allemaal ook heel anders zou kunnen aflopen.

De muziek van Bach is natuurlijk wat het geheel zo indringend maakt. Maar wie het Nieuwe Testament opslaat en het verslag bij de evangelist Johannes naleest, vindt alles ook daar al, klaar om te worden getoonzet: de personages, de dramatiek, de botsing van religie en politiek, van hemel en aarde. Vrome geloofsbelijdenis én doeltreffend scenario niet alleen een scenario ten behoeve van de kunst, maar tevens een libretto voor de geschiedenis, dat het verloop, of ten minste de taal, van historische tijdperken heeft gedicteerd. Want de tekst is rijk aan kernbegrippen van het avondland. Pilatus ,,Wat is waarheid?'' dient verlichte sceptici tot op heden als motto. ,,Mijn koninkrijk is niet van deze wereld'', zegt Jezus, die zo de grondslag legt voor de scheiding tussen geloof en macht, tussen Kerk en Staat. En de gegeselde met de doornenkroon heeft talloze schilders tot model gediend: ,,Ecce homo!''

Zonder de bijbel is alles onbegrijpelijk: waarom wij Pasen vieren of althans met Pasen vrij hebben. En Bach, en Michelangelo's Pietà, en de proloog van Faust, waarin motieven uit het boek Job een rol spelen. Van al deze zaken zou je nog kunnen zeggen dat ze alleen cultureel geïnteresseerden en de ontwikkelde burgerij wat aangaan, maar zonder de bijbel valt ook het Midden-Oosten niet te begrijpen, waar archeologen met de heilige schrift in de hand naar overblijfselen van het tijdperk van de aartsvaders graven, waarop Israëlische kolonisten vervolgens hun aanspraken baseren. Of George W. Bush van dronkelap gelouterd tot vroom christenmens , die Jezus zijn lievelingsfilosoof noemt. En wanneer protestantse politici het thema bio-ethiek toch wat lichter opvatten dan katholieken, dan heeft dat zeker niet alleen te maken met de verschillen in strengheid en bindingskracht van die twee geloofsrichtingen, maar ook met de door Luther geïntroduceerde oriëntatie van de protestanten op de bijbel, waarin over experimenten met stamcellen of kunstmatige inseminatie nog geen voorschriften te vinden zijn.

Het heeft geen zin te ontkennen dat de bijbel een boek van het geloof is. Maar daarom is hij nog niet enkel een boek voor gelovigen. Juist de twijfel heeft er altijd weer voedsel in gevonden. De tegenstrijdigheden tussen de verschillende berichten over de opstanding in het Nieuwe Testament hebben de aanzet gegeven tot het historisch-kritisch onderzoek. Nietzsche, die het christendom verfoeide, heeft zijn Zarathustra als contra-evangelie ingericht, vol parabels in bijbelse trant. En het laatste woord van de `goddeloze jood' Freud was een boek over Mozes. De spannende relatie met de heilige tekst verleent scepsis en ketterij hun intellectuele bekoring, hun polemisch vuur.

Een ongeloof dat de getuigenissen van het geloof negeert of vergeet, wordt saai en zouteloos, zoals het onverschillige doorsnee-atheïsme van onze tijd. Dat weet zich dan ook geen raad met plotseling oplaaiend fanatisme in verre landen en bij vreemde mensen, en stamelt in zijn benardheid hooguit een paar frasen over de terugkeer van de donkere Middeleeuwen. Ook godsdienstkritiek is niet iets voor cultuurbarbaren, maar iets dat studie vereist, en die studie begint met een blik in de bijbel.

Wat vind je daar? De Amerikaanse theoloog en oud-jezuïet Jack Miles heeft een paar jaar geleden een boek geschreven getiteld God. Een biografie. Simpel gezegd komt het neer op een navertelling van het Oude Testament maar zo, dat alle avontuurlijke wederwaardigheden van het volk Israëls en zijn Heer niet worden gepresenteerd als een opeenvolging van en een wedijver tussen menselijke godsbeelden, niet als groeiende kennis van God, maar als een ontwikkeling van God zelf. Hij is degene die verandert, die zijn toorn, zijn liefde en zijn jaloezie, maar ook zijn onverschilligheid en berusting allengs als mogelijkheden ontdekt en uitprobeert. Natuurlijk is dit allereerst een literair spel. Het scherpt de blik voor de breuken en ondiepten in het tot eerbiedwaardig gezeur geworden openbaringsdocument, voor spanningen en spanning. Ook dat is een legitieme vorm van bijbellezing. Van Oscar Wilde wordt verteld dat hij eens voor een tentamen Grieks uit het Nieuwe Testament moest voorlezen. Na een poosje onderbrak de docent hem en verzocht hem met vertalen te beginnen. Maar Wilde las door, werd weer onderbroken, bleef voorlezen en zei ten slotte, om te verklaren waarom hij niet ophield: ,,Ik ben zo benieuwd hoe het afloopt.''

Jack Miles brengt intussen in zijn levensbeschrijving van de allerhoogste meer aan het licht dan een spannend verhaal alleen. Hoogst frappant is het voorbeeld- en modelkarakter dat de God van de bijbel heeft voor onze opvatting van de mens en het menselijke. Heel onze opvatting van de persoon, van zijn peilloos diepe en veelomvattende zielenleven, van innerlijke strijd, innerlijke tegenstrijdigheid en omwentelingen in iemands levensloop dat alles vinden wij in eerste aanleg, in oervorm, bij de hoofdpersoon van de heilige schrift.

De bijbel is de moeder van alle ontwikkelingsromans, de literaire zowel als de existentiële. En omdat de held en regisseur van de bijbel zelf een geschiedenis heeft, zijn ook de joden, de christenen en de wereld waarop zij hun stempel hebben gedrukt, tot historisch bewustzijn gekomen. Dat mensen, volkeren, hele culturen afscheid moeten nemen van het oude en daarbij mogen hopen dat in het nieuwe het wezenlijke niet verloren gaat, is bijbels erfgoed.

Zoals ook God in zijn veranderingen toch de eeuwige blijft. In deze zin althans kunnen wij inderdaad zeggen dat God de mens naar zijn evenbeeld geschapen heeft.

Vanzelfsprekend is het niet, dat beeld. Het begrip dat op 11 september 2001 opnieuw de gemoederen in beroering bracht, luidt clash of civilizations. Het Europees-Amerikaanse Westen het avondland, zoals het vroeger heette doet de ervaring op dat anderen anders zijn, soms gevaarlijk anders. De confrontatie met het vreemde roept de tegenvraag op naar het eigene: wie zijn wij? Ook de ongelukkige uitdrukking Leitkultur had te maken met het zoeken naar de eigenheid, het bepalen van een minimale identiteit die als aanpassingsmaatstaf voor langdurige gasten en nieuwe medebewoners zou moeten dienen. Maar ook op een dieperliggend niveau van het ontwikkelingsdebat als wij onbenulligheden als `alle scholen op internet' even buiten beschouwing laten gaat het naast weten en kunnen om een cultureel zelfbegrip, om het ijzeren rantsoen Europa waarmee iedereen moet zijn toegerust. Debatten over de canon zijn weer in: welke boeken moet een mens gelezen hebben?

De bijbel is waarschijnlijk het enige werk dat op geen enkele lijst ontbreekt. Met het opdringen van religie heeft dat niets te maken. Dat is het mooie aan boekreligies als het jodendom, het christendom en ook de islam: je kunt je erin verdiepen zonder je aan rituelen en levenswijzen te onderwerpen, zonder kosjer te eten, naar Mekka te pelgrimeren of de mis te bezoeken, en zelfs zonder crucifix in het klaslokaal. Geloven dat is een andere zaak. Maar lezen moet.

Jan Ross is politiek redacteur van Die Zeit.

© Die Zeit