Een schommelend peil graag

Het gaat slecht met de Noordse woelmuis (Microtus oeconomus) in Nederland. Een belangrijke oorzaak is het constante waterpeil.

Sinds de jaren zestig is de Noordse woelmuis uit een kwart van zijn Nederlandse verspreidingsgebied verdwenen. Alleen in het Deltagebied, op Texel en in de Zaanstreek zijn nog grote populaties. In het Groene Hart bleven enkele restpopulaties over en in de Kop van Overijssel is het dier helemaal verdwenen. In Friesland is de soort sinds 1967 gedecimeerd. Tegelijk rukt daar de aardmuis op. Blijkbaar speelt die de Noordse woelmuis parten. Dat werd al langer vermoed door zoölogen en is nu bevestigd door onderzoekers van de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) en onderzoeksinstituut Alterra die een inventarisatie in Friesland uitvoerden.

``In Friesland is het vijf voor twaalf voor de Noordse woelmuis'', oordeelt onderzoeker Maurice La Haye van de VZZ. ``Alleen in het grote plassengebied de Oude Venen komen ze nog redelijk veel voor. En dat terwijl Friesland met zijn nattigheid een Noordse-woelmuizen provincie bij uitstek was.'' In 1994 en 1999 plaatsten La Haye en zijn collega's duizenden muizenvallen in 106 Friese gebieden met geschikt biotoop, alle gelegen in het verspreidingsgebied dat bekend was in 1967. In slechts 18 gebieden troffen zij de soort aan. Van de 64 in 1999 geïnventariseerde gebieden huisvestten er slechts acht de zeldzame muis.

De vallen werden dwars door een gebied in rijen van twintig opgesteld, voor een optimale vangkans. In 1994 vingen de onderzoekers in 17 van de 80 rijen (21 %) Noordse woelmuizen. Vijf jaar later was dat teruggelopen tot nog maar 9 van de 133 rijen (7 %). Daarentegen nam het aantal gevangen aardmuizen toe: respectievelijk in 20 (25 %) en 48 rijen (36 %). Een verband tussen die twee trends is daarmee echter nog niet bewezen.

Toch is La Haye ervan overtuigd dat dit verband bestaat. ``Net als in Friesland hebben we in Overijssel en in de Biesbosch gezien dat waar de Noordse woelmuis verdwenen is, nu veld- en vooral aardmuizen opduiken. Op Texel was de Noordse woelmuis vroeger de enige woelmuis, in natte zowel als drogere gebieden. Maar toen de aardmuis er halverwege de jaren tachtig onopzettelijk door mensen is geïntroduceerd, heeft hij hier en daar de plek van de Noordse ingenomen. Er moet wel een verband tussen zitten, maar we weten nog niet waardoor die verdringing door de aardmuis ontstaat.''

Voedselconcurrentie kan een oorzaak zijn, en ook de concurrentie om leefgebied. ``Beide soorten kunnen goed tegen natte voeten'', legt La Haye uit, maar daarin zit volgens hem ook het verschil. ``Ten behoeve van de landbouw wordt het waterpeil doorgaans zo constant mogelijk gehouden: 's winters ontwateren, 's zomers bufferen en sproeien. Daardoor is de aardmuis in het voordeel. Maar als het waterpeil fluctueert, laat de aardmuis het afweten. In natuurlijke omstandigheden staat het water 's zomers laag en 's winters hoog of schommelt het peil dankzij de getijden. Noordse woelmuizen trekken zich dan een tijdje terug, maar aardmuizen zijn minder mobiel en verdrinken. Er zullen ook wel veel Noordse woelmuizen verdrinken, maar sommige redden het. Ze kunnen einden zwemmen, duiken soms zelfs onder. Het eilandje Hompelvoet in de Grevelingen ligt minimaal een kilometer uit de kust en Noordse woelmuizen hebben het op eigen kracht weten te bereiken.''