DUINGEBIED HERBERGT SPOREN AGRARISCHE INNOVATIE IN IJZERTIJD

In de duinen bij Heemskerk hebben de bewoners van omstreeks 400 v.Chr. (Midden IJzertijd) een voor die tijd revolutionaire techniek bij het ploegen toegepast. Het gaat om de zogeheten zoden-kerende ploeg, waarbij voren worden getrokken waarin zoden uit de toplaag ondersteboven worden gekeerd. Deze methode van ploegen is elders pas bekend vanaf de Karolingische tijd (de tijd van Karel de Grote).

De ploegsporen waren onlangs korte tijd zichtbaar in de wanden van een soort bouwput die was ontstaan doordat het Provinciaal Waterbedrijf Noord-Holland een waterverdeelstation uit bedrijf had genomen en dat verwijderde. Het station werd overbodig omdat het bedrijf meer dan voorheen water uit het IJsselmeer gebruikt voor de drinkwatervoorziening. De `bouwput' toonde gedurende de korte tijd van zijn bestaan secties waarin diverse akker- en cultuurlagen te zien waren, onderling gescheiden door stuiflagen, en bedekt door de Jonge Duinen die zich na omstreeks 1250 ontwikkelden.

Aardwetenschappers en archeologen grepen deze kans aan om een beter inzicht te krijgen in de ontwikkeling van dit gebied, waarin zich onder meer het oer-IJ bevond. Omstreeks 2000 v.Chr. moet er nog een open zeegat zijn geweest; duizend jaar later was de opening sterk vernauwd, en zo'n honderd jaar na het begin van onze jaartelling was het estuarium ter plaatse in ieder geval reeds geheel afgedamd. Omstreeks 900 n.Chr. had zich zelfs een grote strandwal ter plaatse ontwikkeld.

In de bouwput, die overigens niet de gehele ontwikkeling vertoonde (de bodem lag op slechts enkele meters onder N.A.P.), maakte de afwisseling van zwarte akkerlagen en heldere (lichtgelige) stuifzanden het mogelijk om de bodemverstoringen ten gevolge van het ploegen tot in detail te zien. Het duidelijkste ploegniveau betreft namelijk een fase dat duinzand over een akkerland begon te stuiven. De bij het ploegen gevormde zoden, waarvan het onderste deel oorspronkelijk bestond uit zwarte bouwgrond en het topdeel uit licht duinzand, liggen nu omgekeerd, waardoor parallel aan elkaar gelegen lichte banen in de zwarte akkerbodem te zien zijn.

Het ploegen gebeurde kennelijk op een moment dat de akker ondergestoven begon te worden door duinzand dat als een tong werd afgezet voor een duin dat zich onder invloed van de overheersende westenwind langzaam naar het oosten verplaatste. De afwisseling van cultuurlagen en stuifzanden wijst erop dat dit proces zich herhaaldelijk heeft afgespeeld. Dat gebeurde ook elders in het Noord-Hollandse duingebied. De sporen die daarvan in de loop der tijd zijn aangetroffen, wijzen erop dat het hele duingebied bewoond moet zijn geweest, al is dat waarschijnlijk niet overal gelijktijdig het geval geweest. Sporen van spitwerk zijn ook buiten de bouwput bij Heemstede veelvuldig aangetroffen.