`DE SCHOLEN ZIJN TE SHABBY'

Zijn budget is kleiner, maar zijn bereik is groter. Jo Ritzen gaat nu over het onderwijs in de wereld. Het laatste deel in een serie gesprekken met onderwijsdeskundigen.

De oud-minister is net terug uit India. Niks bijzonders. Als vice-president for development policy van de Wereldbank verblijft Jo Ritzen regelmatig buiten zijn standplaats Washington DC. De Wereldbank verleent leningen aan regeringen in ontwikkelingslanden, om ze te helpen in de opbouw van het onderwijs, de gezondheidszorg en de infrastructuur.

Bijna negen jaar bestuurde Ritzen het Nederlandse onderwijs, van 1989 tot 1998. Hij was onder meer verantwoordelijk voor de schaalvergroting in het beroepsonderwijs (de Regionale Opleidingen Centra, ROC's) en voor vele bezuinigingen en veranderingen in het hoger onderwijs (zoals de onderzoeksscholen) en de studiefinanciering (zoals de prestatiebeurs). En onder zijn verantwoordelijkheid voerden de staatssecretarissen Wallage en Netelenbos de basisvorming en de Tweede Fase in.

In zijn ruime kantoorkamer in het centrum van Washington lijkt de Nederlandse politiek echter ver weg. Ritzen: ``Ja, ik heb de eerste twee, drie jaar na mijn vertrek echt geprobeerd om me in te houden met uitspraken over het Nederlandse onderwijs, en ik sta er nu dan ook vrij ver vanaf.'' Niettemin: wat vindt hij bijvoorbeeld van de huidige berichten over fraude in het hoger onderwijs? ``De problemen met het hbo en nu ook de universiteiten zijn groeipijnen in het proces naar meer autonomie'', merkt de oud-minister op. ``Als de regels onduidelijk zijn en de controle onvoldoende, kunnen instellingen in verleiding komen meer te declareren dan ze eigenlijk toekomt. Zeker waar de budgetten wel als erg knellend worden ervaren. Daarom heb ik bij mijn vertrek een groot aantal studies en voorstellen achtergelaten voor grotere autonomie in combinatie met het betere controle.'' Het is geen nieuw probleem, zegt Ritzen: ``In mijn tijd is de controle bij het basis en voortgezet onderwijs uitgebreid. Bij het hoger onderwijs was die controle goed, maar tegen de eeuwwisseling bestond de behoefte aan verbetering. De autonomie was toegenomen en de internationalisering vroeg om nieuwe regels.''

Hoe is de toestand van het onderwijs in de wereld?

Ritzen: ``Belabberd, omdat er zo ontzettend veel talent niet wordt gebruikt. Heel veel kinderen gaan niet naar school en als ze naar school gaan, maken ze de school vaak niet af. Als ze de school wel afmaken, is het niveau vaak vrij laag. Ik kom net uit India. Veertig miljoen kinderen gaan er überhaupt nooit naar school en van de 200 miljoen die wel naar school gaat bereikt de helft niet het niveau van functionele geletterdheid: basaal lezen schrijven en rekenen.''

En wat is nu precies uw werk?

``Het steunen van het werk in de verschillende ontwikkelingslanden, met een sterke nadruk op de dialoog. Zo van: `er zijn een aantal dingen die u hier kunt doen, en als u dat niet doet dan maakt u zich het leven wel een stuk moeilijker'. Tot nu toe was vooral basisonderwijs belangrijk, maar de laatste tijd hebben we ook meer aandacht voor het vervolgonderwijs. Bij onze dienst werken ongeveer 600 mensen, waarvan de helft in lokale offices: onderwijseconomen, pedagogen, onderwijsmanagers en de laatste jaren steeds deskundigen op het gebied van science & technology en hoger onderwijs. We werken nu ook aan projecten die de `studeerbaarheid' van opleidingen moeten verbeteren: studability heet dat.''

De algemene indruk van het onderwijs in de wereld is: Oost-Azië is wel goed, Afrika is een ramp en de rest zit er zo'n beetje tussenin. Klopt dat?

``Ja. Opvallend is dat de kwaliteit van het onderwijs niet nauw samenhangt met de rijkdom. Oost-Azië is beter dan verwacht. Zuid-Azië is juist slechter en ook Latijns-Amerika is veel minder goed dan je zou verwachten op grond van de relatieve rijkdom daar. De voornaamste oorzaak voor de stagnerende ontwikkeling is overal: hiërarchie, feodaliteit, arme mensen die geen stem krijgen.''

En hoe is nu de toestand van het onderwijs in Nederland?``Het probleem in Nederland is dat de waarneming van het onderwijs veel negatiever is dan de werkelijkheid. Van mensen uit Nederland hoor ik vrijwel alleen maar klachten. En die waarnemingen zijn vaak zó in strijd met de uitkomsten van internationale vergelijkingen. Daarin scoort Nederland juist altijd frappant goed. Nederland onderscheidt zich door lage kosten van het onderwijs, de hoge gemiddelde niveaus en de geringe spreiding. Ik haal bijvoorbeeld veel ministers uit ontwikkelingslanden naar Nederland, om ze te laten zien hoe goed het er gaat! En ze komen altijd zeer onder de indruk terug, vooral van de vrijheid van het schoolmanagement: dat er zoveel kan! Ook het feit dat al die lawaaiige leerlingen wel degelijk veel lol in het leren hebben, maakt indruk.''

Het ministerie beschouwt die lage kosten meestal als een grote prestatie, maar de meeste mensen in Nederland zien het als een gebrek aan geld en mogelijkheden.

``Ja, dat moet je natuurlijk in het tijdsbeeld zien! De periode 1982 tot 1995 waren jaren van enorme inkrimping van de publieke sector. En dat heeft onderwijs geen goed gedaan. Daarin moeten nu grote stappen worden gezet. Het onderwijs in Nederland is in zijn voorkomen inderdaad te shabby. Het is niet wat het zou moeten zijn. Maar in zijn inhoud en prestaties is Nederland altijd het hoogste of het bijna-hoogste van Europa. En in gelijkheid van kansen scoren we ook veel beter dan anderen, alleen Zweden is beter. In Nederland wordt dat te weinig beseft.''

Er is nu veel kritiek op de grote vernieuwingsprojecten, die ook bijna allemaal aangepast worden. De projecten zouden ook te weinig wetenschappelijk ondersteund zijn. Wat vindt u daarvan?

``De onderwijsvernieuwingen in Nederland hebben wel degelijk een heel sterke intellectuele achtergrond. De stapel boeken over onderwijsvernieuwing is gigantisch en overtuigend. Ten eerste gaat het om het inzicht dat leerlingen zelf leren. Een leraar die voor de klas een les geeft, is niet het meest effectief, je moet leeromgevingen creëeren. Het tweede is schoolmanagement. We weten dat scholen beter zijn als ze meer autonomie hebben. Die autonomie moet dus wel samengaan met het afleggen van verantwoordelijkheid. De derde lijn is de ongelijkheid, daar heb ik ooit zelf nog onderzoek naar gedaan, in 1978, over de rol van heterogene groepen in de basisvorming. Onderwijs heeft een heel belangrijke functie in het bij elkaar brengen van leerlingen, ook van intellectueel verschillende niveaus. Een leerling mag ook niet te gemakkelijk in een vooraf bepaalde stroom komen waar-ie niet meer uitkomt.

``Het zijn grote visies, die in kleine stappen worden ingevoerd, en ja, helaas is er dan soms ook inconsistentie. Dat ligt aan de politiek: het gaat omhoog en omlaag.''

U doelt op de aanpassingen in de basisvorming en de Tweede Fase, door uw partijgenoot Adelmund?

``Ja, ik had liever wat meer vasthoudendheid gezien.''

En hoe zit het dan met het lerarentekort, dat u toch ook heeft kunnen zien aan komen, en met de grote scholen, waar iedereen nu zo ongelukkig mee is? Dat is uw erfenis.

``Wijsheid van verre is altijd een beetje verdacht. En of nu de marges voor de politiek om wat aan het lerarentekort te doen goed worden gebruikt, kan ik niet overzien. Maar ik heb in de jaren daarvoor de mogelijkheden meer dan maximaal gebruikt, namelijk in het wachtgeldenbeleid. Het reactivatiebeleid dat we toen gevoerd hebben heeft het tijdstip waarop de tekorten nijpend werden aanzienlijk vertraagd.

``Dan de grote scholen. Ik geloof dat de kwaliteit van het onderwijs in de ROC's aanzienlijk beter is dan in de kleine scholen die er daarvoor waren. Je moet binnen grote scholen wel meer de tijd nemen om leerlingen individuele aandacht te geven, maar dat kan vaak ook veel beter dan op kleine scholen, dankzij de schaalvoordelen. Ouders die zelf op kleinere scholen hebben gezeten zullen zich er echter altijd ongemakkelijk bij voelen. Heel veel percepties van onderwijs zijn reflecties op `in mijn tijd'. Ik kom vaak mensen tegen die zeggen: `in mijn tijd sprak elke Nederlander vier talen'. Ja, de mensen waar ze toen mee omgingen! In werkelijkheid is de talenkennis van de Nederlandse bevolking enorm toegenomen. Zeker de elite is altijd betrekkelijk conservatief in zijn opvattingen over onderwijs.''

De belangrijkste trend is nu privatisering, die vooral tot uiting komt in het vrijgeven van de ouderbijdragen in het basis- en voorgezet onderwijs. Wat vindt u daarvan?

``Het basispunt is dat het inkomen van je ouders niet mag bepalen waar je terechtkomt in het onderwijs, maar je talent. In het basis- en voortgezet onderwijs moet je daarom enorm voorzichtig zijn met eigen bijdragen. Dat men dat nu niet meer is, betreur ik buitengewoon. De overheid moet dat tegengaan en er voor zorgen dat er voor iedereen een goede school is. Een belangrijke verworvenheid van gelijke kansen wordt nu in gevaar gebracht door een al te gemakkelijk denken. Hier in de VS zou zoiets ook ondenkbaar zijn: als je het zelf wil betalen moet het maar helemaal privaat, en dan krijg je geen cent overheidsgeld meer. Je mag niet bij een publieke school je eigen niche gaan creëeren.''