Cijfers JSF kloppen niet

Defensie heeft bij de financiële onderbouwing in het Joint Strike Fighter-project (JSF) twee onverenigbare aannames gebruikt. Hierdoor zijn de voordelen voor de overheid tientallen miljoenen euro's te hoog ingeschat.

Dit blijkt uit vertrouwelijke stukken van het ministerie van Defensie en het JSF Program Office, het coördinerend bureau van het JSF-project in Washington.

Het kabinet wil voor 800 miljoen dollar deelnemen aan de ontwikkeling van de JSF. De regering hoopt dat Nederlandse bedrijven hierdoor vanaf 2008 voor miljarden euro's kunnen deelnemen aan de productie van het nieuwe gevechtstoestel. Het kabinet stelt hierbij als voorwaarde dat de overheidsinvestering later geheel wordt terugverdiend. Alleen zo is de `business case' van de JSF sluitend en kost deelname niet méér dan wanneer het toestel later `van de plank' wordt gekocht.

In de business case komt de overheidsinvestering de komende decennia op verschillende manieren terug. Zo draagt de industrie een deel van de verwachte omzet af. Verder krijgt Nederland korting op de prijs van de JSF en royalty's over toestellen die aan niet-participerende landen worden verkocht. Uit berekeningen van Defensie blijkt echter dat deze baten voor de Staat te gunstig zijn ingeschat. Dit komt doordat verschillende aannames van aantallen te verkopen toestellen zijn gebruikt.

Het kabinet gaat ervan uit dat er wereldwijd 4.500 JSF's zullen worden afgezet. Van dit aantal zouden 1.390 toestellen moeten worden verkocht aan landen die niet deelnemen aan de ontwikkelingsfase, zo blijkt uit een document van het Program Office waarop Defensie zich baseert. Deze landen betalen een hogere prijs dan deelnemers aan de ontwikkeling. Het kabinet verwacht dat Nederland een gedeelte hiervan, 111 miljoen euro, als `royalty's' terugkrijgt.

De aanname van 1.390 `exporttoestellen' is echter onrealisisch hoog. Alleen al de JSF-partners VS en Groot-Brittannië zullen ongeveer 3.000 vliegtuigen aanschaffen.

Vervolg JSF: pagina 2

JSF: Business case valt slechter uit

Vervolg van pagina 1

Bovenop de 3000 toestellen van de VS en Groot Brittannië komen vliegtuigen voor deelnemer Canada en kandidaat-deelnemers als Nederland, Italië, Denemarken, Noorwegen en Turkije die samen ongeveer 600 jagers willen afnemen. Als men deze aantallen optelt, dan blijven er – bij een plafond van 4.500 toestellen – veel minder dan 1390 toestellen voor niet-deelnemers over. Verlaging van deze export-prognose doet de inkomsten uit royalty's echter met tientallen miljoenen euro's afnemen.

De aannames over de aantallen toestellen zouden ook kloppend kunnen worden gemaakt door uit te gaan van méér dan 4.500 toestellen. Maar ook in dat geval valt de business case slechter uit.

Zo wordt het aantal van 4.500 toestellen ook gebuikt in de berekening van de ontwikkelingskosten per toestel. Nederland hoeft die kosten als JSF-partner niet te betalen. Als er méér toestellen worden verkocht, dalen de ontwikkelingskosten per JSF en neemt dit voordeel van Nederlandse participatie (165 miljoen) dus af.

Een woordvoerder van het ministerie van Defensie wil niet ingaan op de vraag waarom er met twee verschillende aannames is gerekend. Hij verwijst naar het Kamerdebat van komende dinsdag over het JSF-project: ,,Daar zal duidelijk worden of de aannames juist zijn, voldoende gewicht hebben en al dan niet overtuigend zijn'', aldus de zegsman.

Intussen is duidelijk dat de `letter of intent', die de financiële afspraken tussen overheid en deelnemende bedrijven in het JSF-project regelt, niet door iedereen is getekend. Eén onderneming heeft zich niet aan het contract willen verbinden. Van de verschillende takken van Thales heeft één dochterbedrijf getekend. De overige vier bedrijven moeten volgens een woordvoerder nog ,,intern beraad hebben over de risico's''.