Bloedvergieten

Zijn we eigenlijk nog in oorlog? Na 11 september verklaarden vele stemmen in de politiek en de media dat de tijd van aarzelen voorbij was, dat Nederland bij de internationale oorlog tegen het terrorisme niet aan de zijlijn mocht blijven staan. Deelname aan militaire acties was gewenst. Ook werd ons voorgeschoteld dat de strijd met de arrestatie of de dood van Osama bin Laden niet gestreden was; Nederland moest zich samen met zijn bondgenoten voorbereiden op een oorlog die jaren ging duren en op vele fronten gestreden zou worden. Dit was ook onze oorlog. Terroristische aanslagen op eigen bodem werden gevreesd.

Inmiddels lijkt die Hollandse oorlogsdrift danig getemperd; Osama bin Laden als nationale obsessie heeft plaats moeten maken voor Pim Fortuyn. De enige aanslag die heeft plaatsgevonden was die van een al te mondige consument die iets te klagen had over de kwaliteit van de breedbeeldtelevisie. Bij columniste Elsbeth Etty, die na de aanslagen verkondigde de oorlog tot het bittere einde te steunen, lees ik er ook al maanden niks meer over.

Belofte maakt schuld: begin deze week voerde de Volkskrant de morrende legercommandant Otto van Wiggen op, die nog steeds niets liever wilde dan zijn Groene Baretten op de resterende Al-Qaeda-strijders afsturen. Hij en zijn mannen van het Korps Commando Troepen waren er al een hele tijd helemaal klaar voor. Van Wiggen: ,,We wensen niet alleen katjes uit de bomen te halen. Eventuele doden accepteren we. Mijn mensen staan te trappelen om te worden ingezet.'' Maar ze mogen niet. Terwijl Deense, Noorse en Duitse collega's onder de hoede van de Amerikanen de laatste bolwerken van de Talibaan omver proberen te kegelen, zitten de Nederlandse militairen gedwongen met de armen over elkaar. Het wordt Van Wiggen bijna teveel: ,,Als zelfs de Denen en de Noren worden ingezet, zijn wij dan zó ver afgezakt?''

Zèlfs de Denen en de Noren. Ik moet er wel om lachen, dat Hollandse nationalisme van de commandant, die ook nog wanhopig beweert dat Nederlandse deelname ons land internationaal op de kaart zou zetten daar hebben we de Olympische Spelen toch voor? Maar wat verrast is zijn uitspraak dat hij en zijn mannen ,,eventuele doden'' voor lief nemen. Dat Van Wiggen het beestje zo gretig bij de naam noemt, alsof het sterven voor het vaderland in de woestenij van Afghanistan een prijs is die hij graag betaalt, geeft te denken.

Bloedvergieten hoort bij oorlog, je zou het ook bijna vergeten. Deze week zag ik de film Black Hawk Down, een door het Pentagon ondersteund Hollywood-spektakel over een desastreus verlopen actie van Amerikaanse elite-soldaten begin jaren negentig in Somalië. Ik vat het even samen: de Somalische krijgsheer Aideed laat de bevolking verhongeren en moordt soldaten van de VN uit. Een Amerikaanse actie om hem in Mogadishu te pakken te krijgen, loopt uit op een bloedbad, waarbij zo'n duizend Somaliërs en achttien Amerikaanse soldaten sneuvelen.

Het is een verbluffende film: niet vanwege het verhaal of het acteerspel, dat alle diepte van een eentonig videospelletje heeft, maar vanwege het bloed dat van het doek afspettert. Niet eerder zag ik een pro-oorlogsfilm waarbij zoveel ledematen werden weggerukt, zoveel lichamen zonder pardon aan flarden werden geschoten of stuk geknuppeld en allemaal van de goede partij. De knappe gezichten van de jonge Amerikanen zitten onder het bloed, bloed komt uit hun neus, mond en oren. Bloed spat tegen de camera. Degenen die zwaar gewond raken, leggen, geheel tegen de sentimentele verwachting in, uiteindelijk toch nog het loodje. Sneuvelen, zeggen de makers met onze commandant Van Wiggen, hoort erbij.

Er heeft een merkwaardige omkering plaatsgevonden: Black Hawk Down bedient zich van alle verschrikkingen van de anti-oorlogsfilm om de militaire strijd juist te verheerlijken: het gruwelijke lijden, de vernietiging van de jeugd, de adembenemende zinloosheid van de gevechtsacties, het verlies, het verdriet, de zuivere horror het staat ineens allemaal in dienst van een retoriek die erop uit is je te overtuigen dat het allemaal toch de moeite waard is. Juist in het ogenschijnlijk redeloze schuilt de ware betekenis. Zoals de meest geharde soldaat aan het eind van de film het formuleert: `Als ze me vragen of ik een soort oorlogsjunkie ben, geef ik geen antwoord. Ze begrijpen het toch niet. Dat het om de man naast je gaat. Dáár gaat het om, meer niet.'

Dat is de nieuwe retoriek, die wordt gebruikt om de militaire strijd, zelfs al is het duizenden kilometer van je eigen land, een schijn van zin te geven: de liefde voor je strijdmakkers, de plicht om hen bij te staan, eventueel je leven voor hen te geven. Temidden van alle zinloosheid en alle blunders, heeft dàt alleen wel betekenis. Iedereen verwachtte dat de filmmaatschappij de première van Black Hawk Down na 11 september zou uitstellen, het gaat immers over een militaire mislukking maar die werd juist vervroegd. Oorlog is liefde, niet meer alleen voor het vaderland, of zelfs voor de humanitaire zaak, maar voor de man die naast je staat. Vandaar al dat bloed: het gaat om bloedbroederschap. Het is een retoriek die is ingezet met Spielbergs Saving Private Ryan, en in oorlogsseries als Band of Brothers (de titels zeggen het al) zijn beslag heeft gekregen.

Alle oorlogsretoriek is altijd, vergeef me de woordspeling, een doekje voor het bloeden. In dit geval is het een poging om te verkopen wat onverkoopbaar lijkt: waarom zou je je eigen, mooie, jonge leven opofferen voor iets dat letterlijk ver van je bed is? Er zijn veel protesten geweest tegen Black Hawk Dawn, omdat het Pentagon het Somalische debacle heeft opgepoetst tot een soort van overwinning. Dat straalt ook van de film af, maar niettemin vind ik die houding meer te verteren dan de hypocrisie die in Nederland heerst ten opzichte van alles wat met militaire acties te maken heeft. Je kunt oorlog niet met de mond belijden en er vervolgens alles aan doen om geen vuile handen te maken. Je kunt geen volledig getraind en gevechtsklaar leger onderhouden en het dan vervolgens weigeren in te zetten, wanneer je van de noodzaak van strijd overtuigd bent. Dat is een soort omgekeerd gedoogbeleid.

Dus: of de Nederlandse regering laat Van Wiggen en zijn mannen hun gang gaan òf we heffen, met dank aan Pim Fortuyn, per heden het Nederlandse leger op.