48 uur in Teheran

Als u toch alle beschuldigingen tegen het boze Iran en de waarschuwingen van familie en vrienden trotseert en Teheran bezoekt, kunt u net zo goed een dagje de revolutionaire plaatsen langsgaan, schrijft Carolien Roelants.

AZADIPLEIN

Begin op het Azadiplein (vrijheidsplein), waar op 11 februari met steeds minderend enthousiasme de verjaardag van de Islamitische Republiek wordt gevierd. Dit jaar was Amerika het thema, naar aanleiding van de brandmerking van Iran als lid van de `As van het Kwaad' door president Bush. `De VS kunnen geen flikker doen,' verwezen spandoeken naar een uitspraak van imam Khomeiny, de bijna-heilige stichter van de Islamitische Republiek. Het buitengewoon lelijke monument, 45 meter hoog, middenop het plein is ironisch genoeg een erfstuk uit de tijd van de sjah. U kunt naar boven, vanwaar het uitzicht over de stad groots moet zijn (op het tijdstip van mijn bezoek was het dicht voor renovatie, net als het in de kelder gevestigde archeologisch museum, maar het zou op korte termijn weer opengaan). Bezoekuren: 10.00-12.00 en 15.00-18.00, zaterdags gesloten.

SPIONNENNEST

Niet heel ver hiervandaan ligt het `spionnennest', de vroegere Amerikaanse ambassade, te herkennen aan een serie beeldende schilderingen op de muur rondom het complex. De schilder is zich te buiten gegaan aan vrijheidsbeelden met doodskoppen en aan Khomeiny ontleende teksten als: ,,We zullen Amerika met een zware nederlaag confronteren''. Het ambassadegebouw, waar 52 man ambassadepersoneel in de periode 1979-1981 444 dagen lang werd gegijzeld door militante studenten, is vorig jaar als anti-Amerikaans museum opengegaan. Na de bezetting in beslag genomen documenten en ander materiaal worden er getoond. Zegt men, want ook dit museum bleek gesloten. De bewaker verwees me door naar november, wanneer de verjaardag van de bezetting wordt gevierd met rituele betogingen en verbrandingen van de Amerikaanse vlag. Dan zou het spionnennest een week voor bezoekers open zijn.

`DOOD AAN AMERIKA'

Op naar het Vrijdaggebed, op het terrein van de Universiteit van Teheran, aan de Enghelab-e-Islami, de weg van de Islamitische Republiek. Vrouwen zitten links, tegenwoordig ook overdekt, mannen rechts. Hun refrein ,,Dood aan Amerika! Dood aan Israël!'', tijdelijk onderbroken na de aanslagen van 11 september in Amerika, blijkt weer in ere hersteld. Ik ga er elk jaar even heen, en constateer ook hier gestaag teruglopend enthousiasme. Toch doen hier kleurrijke zwaargewichten van de Islamitische Revolutie als ex-president Ali Akbar Hashemi Rafsanjani en de ultraconservatieve ayatollah Ahmed Jannati geregeld het woord. Alleen zij die verliefd zijn op God en Khomeiny komen nog hier, zei vorig jaar een suppoost, en kennelijk slijt de liefde snel, met name bij de jonge generatie. Een jonge studente is vandaag gekomen om haar steun te bewijzen voor het islamitische systeem en te leren van de predikers. Waar zijn haar medestudenten? ,,Die komen hier niet meer. Die gaan vrijdags wandelen.''

DE MENS KHOMEINY

In Niavaran, in het uiterste noorden van Teheran, tegen de bergen aan, staat het huisje waar imam Khomeiny zijn laatste jaren sleet tot zijn dood in 1989. Om gezondheidsredenen verhuisde hij in 1980 hierheen vanuit de heilige stad Qom, waar hij na zijn terugkeer uit ballingschap op 1 februari 1979 was gaan wonen. De lucht van het hooggelegen Niavaran is immers gezond, in elk geval gezonder dan de dodelijke mix van uitlaatgassen die in het centrum van de grote steden hangt. Alles moet hier bewijzen hoe eenvoudig de mens Khomeiny was: zijn versleten bank, zijn slippers. Khomeiny's stoel staat nog op een verhoging onder zijn portret in de aanpalende kleine moskee, waar bij gebleken belangstelling ook een videofilm te zien is. Vroeger herbergde het museumpje ernaast nog andere dergelijke schamelijke bezittingen: zijn stok, een bril, het parfum dat hij voor het gebed gebruikte, maar die zijn vervangen door een fototentoonstelling. Ook interessant, maar niet zo menselijk.

Khomeiny's mausoleum

Elk jaar zoek ik ook Khomeiny op in zijn mausoleum, aan de zuidelijke rand van Teheran, langs de grote weg naar Qom, van verre te herkennen aan de grote goude koepel. Alles is hier groot, en moet nog groter, om aan te geven hoe geweldig Khomeiny's status als geestelijk leider is. Op de hoeken van het gebouwencomplex zijn nu vier moskeeën in aanbouw. Op hoogtijdagen krijgt Khomeiny in zijn glazen huisje in het centrum van het eigenlijke mausoleum bezoek van Iraanse leiders. Maar ook gasten worden wel naar hem toe gebracht, als het ware om zijn zegen te krijgen, zoals vorige maand nog de Afghaanse interim-premier Hamid Karzai. Verder is het mausoleum, zoals ook het woonhuis in Niavaran, doel van schoolreisjes en best gezellig. Vandaag is het topdrukte. Een paar klassen jongetjes glijden joelend over het gladde marmer. Wie glijdt het verst? Een groepje doet tikkertje. Niemand stoort zich aan de onderwijzer. Twee politieagenten wandelen keuvelend langs. Een paar oude mannen, gezeten op een groot tapijt, kijken onverstoorbaar toe.

DE RUST VAN HET GRAF

Ga ten slotte naar de vlakbijgelegen begraafplaats Beheshte-Zahre, waar Khomeiny onmiddellijk na zijn terugkeer in 1979 de slachtoffers van zijn revolutie tegen de sjah een bezoek bracht en de buitenlandse `duivels' – de Amerikanen natuurlijk – de wacht aanzegde. Beheshte-Zahre werd vervolgens de laatste rustplaats voor duizenden martelaren van de oorlog tegen Irak (1980-1988). Het deel waar zij liggen is meteen te herkennen aan hun foto's in een soort altaartjes met kleine aandenkens aan hun leven – een medaille, een gebedsketting – op hun dicht opeengeplaatste graven. Het zijn vaak hele jonge jongens, soms meer uit één gezin, die hier liggen. Donderdagmiddag en vrijdag, de islamitische rustdag, komen verwanten rouwen. Door de week heerst er de rust van het graf.

Slotartikel in een reeks over Iran. Eerdere artikelen verschenen op 14, 16, 18, 21 en 23 maart. De hele reeks is te vinden op www.nrc.nl