`Vrijere handel is belangrijk naast hulp'

Het totale bedrag aan ontwikkelingshulp dat Nederland en andere lidstaten van de Europese Unie jaarlijks uitgeven, is geringer dan het bedrag dat ze deze landen onthouden via handelsbelemmeringen.

Dat blijkt uit een notitie van minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking), waarmee het kabinet gisteren heeft ingestemd. Het Landbouweconomisch Instituut becijferde dat een eenzijdige liberalisering van de handel door de EU voor ontwikkelingslanden alleen al een inkomensverbetering van zo'n 40 miljard dollar per jaar zou kunnen betekenen. De EU-lidstaten gaven in 2000 zelf 25 miljard dollar aan ontwikkelingshulp uit, en de Europese Commissie nog eens bijna 5 miljard dollar.

Zo'n 70 procent van de gederfde inkomsten van ontwikkelingslanden betreft landbouwproducten. Textiel en kleding zijn goed voor nog eens ongeveer 20 procent. Het voordeel voor de ontwikkelingslanden zou nog drastisch oplopen, als ook de dienstverlening in de rijke landen voor mededingers uit ontwikkelingslanden zou worden opengesteld. Door bijvoorbeeld goedkope arbeidskrachten tijdelijk in deze sector van de economie van de EU-lidstaten toe te laten, zouden er bedragen uiteenlopend van 100 tot 900 miljard dollar naar de ontwikkelingslanden kunnen terugvloeien, aldus de notitie.

Het streven van het kabinet is erop gericht de handelsbarrièrres voor ontwikkelingslanden zoveel mogelijk te slechten, maar hiervoor is Nederland veelal afhankelijk van de medewerking van andere lidstaten van de EU.

Behalve van bewindslieden van Ontwikkelingssamenwerking hangt er vooral veel af van hun collega's voor Financiën, Handel en Landbouw. ,,In Nederland zit het wel snor met het bewustzijn van het belang hiervan'', aldus minister Herfkens gisteren in een toelichting op de notitie. ,,Maar in de meeste andere rijke landen, vooral in Zuid-Europa, moet er nog veel gebeuren.''

Met het oog op hierop zal Herfkens per 1 mei een nieuwe strategische afdeling op haar departement opzetten.