Twee nieuwe spoorwetten

De Tweede Kamer behandelt twee nieuwe spoorwetten. Met een staats-nv ging het mis, straks zijn er twee. Kan de overheid dat aan?

,,Het verzelfstandigingsproces dat de NS ingaat, biedt de onderneming kansen, maar is voor de overheid niet zonder risico'', voorspelde het Tweede-Kamerlid Castricum (PvdA) tijdens een debat met minister Maij-Weggen (CDA) in 1993. De voorbereidingen om van de Nederlandse Spoorwegen een zelfstandig commercieel bedrijf te maken waren in volle gang. Twee jaar later was het zover.

Castricum verhuisde naar de Eerste Kamer en werd commissaris bij het spoorbedrijf. Zo maakte hij van dichtbij het rampjaar 2001 mee totdat president-commissaris Timmer op oudejaarsdag een eind maakte aan het lijden. De raad van commissarissen stapte op en vervolgens ook directeur Huisinga.

Maar de NS blijft senator Castricum achtervolgen. Over enige tijd zal hij zich in de Eerste Kamer buigen over twee nieuwe wetten die de gang van zaken op het spoor regelen. De Tweede Kamer kwam de afgelopen dagen met tientallen wijzigingsvoorstellen om, zoals men zei, de kwaliteit te verbeteren. De wetten vervangen de oude, meer dan 100 jaar oude spoorwegwet en komen tegemoet aan recente Europese regelgeving.

Met de regels voor de vijfde baan van Schiphol zijn de spoorwetten zo'n beetje de laatste grote klus voor minister Netelenbos (PvdA). Zij wil de boedel netjes achterlaten. Dat is ze ook wel verplicht aan de eigen ambtelijke top die ze in januari van dit jaar naar het NS-hoofdkantoor stuurde.

Twee wetten vervangen de oude regeling: de ene heet ook weer Spoorwegwet en regelt de aanleg, het beheer, de toegankelijkheid en het gebruik van de spoorwegen. De tweede wordt Concessiewet genoemd en daarin staan de regels voor het personenvervoer op basis van een concessie. Want, onder meer op voorschrift van Europa, moet het spoorwegnet opengesteld worden voor buitenlandse belangstellenden. Dat zal dus gebeuren door de aanbesteding van een concessie (gebruiksrecht) voor een periode van vijftien jaar, te beginnen in 2015. Tot dat jaar heeft de Nederlandse Spoorwegen NV het recht op gebruik van het hoofdrailnet verworven. ,,De NS blijft daarmee de komende jaren verreweg de grootste en belangrijkste gebruiker van het spoor'', aldus een toelichting op de wet.

De staat blijft de enig aandeelhouder van de naamloze vennootschap NS. En heeft straks ook alle aandelen van de nog op te richten infrabeheerder. Met één staats-nv ging het vreselijk mis, de Tweede Kamer vroeg zich deze week herhaaldelijk af hoe het dan in de toekomst met twee zal gaan.

Moet het spoor niet `gewoon' een zelfstandig bestuursorgaan van de overheid worden, in plaats van een zelfstandige onderneming, vroegen diverse woordvoerders zich af. Aanvankelijk wilde ook de PvdA die kant op, maar woordvoerder Dijsselbloem bleek in het debat vierkant achter de eigen minister te staan.

Volgens Netelenbos is er niets om bang voor te zijn, omdat de overheid in de af te geven concessies alles kan vastleggen wat maar van belang zou kunnen zijn. De Tweede Kamer krijgt het er nog druk mee.

De nieuwe concessiewet voor het vervoer betreft alleen de belangrijke lijnen, ook wel kernnet genoemd. Een aantal regionale lijnen zal straks onder de verantwoordelijkheid van Provinciale Staten worden geëxploiteerd door commerciële vervoersbedrijven, zoals nu al gebeurt in het oosten en noorden van het land.

Ook voor het beheer, het onderhoud en de verdeling van de capaciteit zal worden gewerkt met een concessie. Die gaat dus naar een nieuwe NV waarvan de staat de enig aandeelhouder is. In dit nieuwe bedrijf `verdwijnen' drie nog niet zo lang bestaande taakorganisaties, zoals de railverkeersleiding, het onderhoudsbedrijf en de beheerder van de infrastructuur (rails, seinen, bovenleiding etc.). Met deze wet wordt het rijk de eigenaar van alle instrastructuur. De minister kan zo bepalen onder welke voorwaarden van de rails gebruik kan worden gemaakt. Woordvoerders van bijna alle fracties vonden het onjuist dat Netelenbos de verantwoordelijkheid voor de gehele infrastructuur bij de leiding van het nieuwe infrabedrijf legt. Deze keer houdt de Kamer het publieke of maatschappelijke belang van het spoorbedrijf nauwlettend in het oog.

De ideeën uit het midden van de jaren negentig over privatisering en beursgang van een dergelijke onderneming zijn als onbruikbaar aan de kant geschoven.