`Talent afleveren wordt steeds moeilijker'

Na zeges op de eerste elftallen van Volendam, Haarlem, De Graafschap, FC Twente en Telstar speelt het tweede van Ajax vanavond in de halve finale om de KNVB-beker tegen FC Utrecht. De man achter het succes is trainer Jan Olde Riekerink.

Het was al na de achtste finalewedstrijd tegen FC Twente dat de jonge spelers van Ajax 2 hun trainer Jan Olde Riekerink na afloop betrokken in hun overwinningsfeestje en op de schouders namen. Het gaf een vorm van verbondenheid aan die er kennelijk tussen spelers en coach bestaat in een uniek ploegje dat vorig jaar ook kampioen van Nederland werd en dit seizoen opnieuw afstevent op de titel voor reserve-elftallen. Olde Riekerink, die alle geledingen van de club doorliep, werd niet genoemd om het roer over te nemen van de hoofdmacht van Ajax toen de trainers Olsen, Wouters en Adriaanse voortijdig op straat kwamen te staan. Een vreemdelingenlegioen van youngsters, dat ook nog voortdurend wisselt van samenstelling, bouwde hij echter uit tot een kampioensploeg.

De voormalige voetballer van Sparta, Telstar en Dordrecht '90 behaalde alle trainersdiploma's en doorliep ook de Academie voor Lichamelijke Opvoeding en het CIOS. Hij maakte een groot aantal trainers mee, van Hughes tot Van Gaal en Co Adriaanse. Maar een visie ontwikkelde hij toch vooral zelf. De homogeniteit in zijn elftal heeft Olde Riekerink volgens eigen zeggen vooral opgebouwd door duidelijkheid en rechtlijnigheid. Want: ,,De mens in een groep is nooit geneigd het maximale uit zich te halen.''

Vaste regels en taken dus, maar daarbinnen is wel degelijk ruimte voor creativiteit. ,,Enige vastigheid moet er echter wel zijn'', meent de coach van het tweede van Ajax. ,,Ik geloof nooit dat een kunstschilder zo maar een schilderij kan maken, zonder dat hij het effect van kwasten kent en de combinatie van kleuren. Dat moet hij toch eerst weten om creatief te kunnen zijn.''

Respect is ook een van de pijlers van zijn aanpak. ,,Respect moet je met elkaar verdienen. Van mijn kant betekent dit dat ik me ook verdiep in wat er met deze spelers buiten het voetbal om gebeurt. Het zijn soms jongens die zonder familie uit een ver land komen en daardoor hun ups en downs kennen. Wat het voetbal betreft probeer ik ze tactisch en technisch zoveel mogelijk bij te brengen. Gezien de manier waarop ze spelen is dat tot nu toe aardig gelukt.''

Soms schippert Olde Riekerink met zijn rechtlijnigheid. ,,Bryan Roy heeft door zijn ervaring veel respect binnen de groep, maar hij voetbalt hier zonder contract. Als hij een keer thuis bij zijn gezin wil zijn, hoeft hij met ons niet mee te eten. Hetzelfde gold voor Jan van Halst in de periode dat hij bij ons trainde. Ik had een speciale band met hem omdat hij onder Wouters speelde toen ik als zijn assistent fungeerde. Als Van Halst een keer geen zin had om te trainen mocht hij me bellen en dan hoefde hij niet te komen. Maar Jan heeft van dat aanbod nooit gebruik gemaakt. Elke dag reed hij vanuit Enschede op en neer.''

De hectische periode-Wouters lijkt al weer ver achter hem te liggen. ,,Wij zijn toen het slachtoffer geworden van een cultuuromslag binnen Ajax. De directie onder leiding van Kales nam het takenpakket in die periode over van het bestuur. Ik vond Jan een heel goede trainer; de manier waarop hij individueel met spelers omging was weergaloos. Hij kon de juiste dingen zeggen op het goede moment. Dan was hij een vader voor zijn spelers. Toch is het natuurlijk niet helemaal goed gegaan. Ik voelde me net zo verantwoordelijk als Jan.''

Olde Riekerink bleef in tegenstelling tot Wouters in dienst van Ajax, maar hij moest wel een stap terugdoen, naar het tweede elftal. ,,Je merkt dat mensen sindsdien sneller vraagtekens zetten. Blijkbaar roep ik weerstanden op. Misschien heeft het met uitstraling te maken. Mensen oordelen makkelijker dan ze de moeite nemen om te beoordelen. Ik houd niet van onrecht. Als ik vond dat Wouters onrecht werd aangedaan, stelde ik me strijdbaar op. Nu ben ik milder geworden, zegt mijn vrouw.''

Olde Riekerink, geboren in Hengelo, is klaar voor het trainerschap van een eerste elftal in het betaalde voetbal. Hoewel hij nog een jaar bij Ajax onder contract staat. ,,Ik had gehoopt dat ik al in beeld zou zijn bij Willem II. Ik zoek een club die bij mijn ambitie past. Als dat niet lukt, is het ook heel goed mogelijk dat ik mijn contract bij Ajax verleng.''

Vooralsnog dient hij aan de doorstroming van jeugdspelers te werken. Olde Riekerink betreurt het dat de verhuizing van de opgetuigde competitie voor reserveteams van de maandagavond naar de zaterdagmiddag niet doorgaat. ,,Dit plan heeft nooit een kans gekregen.'' Van zijn elftal brak vooral Steven Pienaar dit seizoen door in het eerste team. John Heitinga speelde ook een aantal wedstrijden in het A-team, Stefano Seedorf en de Braziliaan Walker zitten er tegenaan.

Het succes van het tweede elftal betekent volgens Olde Riekerink niet dat de jeugdopleiding van Ajax optimaal rendeert. ,,Je kunt hoogstens stellen dat er goed is gescout en dat er spelers zijn aangetrokken die aan de kwaliteitsnormen van Ajax voldoen. Sommige kritiek op de jeugdopleiding mag Ajax best ter harte nemen. Ik vind het dan ook zeer terecht dat er veel oud-spelers bij betrokken worden, zoals Danny Blind en Arnold Mühren.''

Olde Riekerink stelt tevens dat het in deze tijd door het randgebeuren moeilijker is geworden een talent af te leveren. ,,Ik heb het nog meegemaakt dat er werd gediscussieerd of je een A-junior wel een contract moet geven. Tegenwoordig zie je dat C-junioren al worden vastgelegd. Als een jongen zo vroeg een bepaalde status krijgt opgeplakt, is het voor hem moeilijk om zich aan zijn hoofdtaak te houden. Vroeger was honger een drijfveer. En hongerige honden lopen het hardst. Overigens denk ik dat de jeugdopleiding van Ajax na het Bosman-arrest in een overgangsfase heeft gezeten.''

De coach van Ajax 2 maakt zich niet al te veel illusies over de unieke wedstrijd van vanavond in de Amsterdam Arena tegen FC Utrecht. ,,Deze ploeg heeft niet alleen veel fysieke kracht maar ook de bereidheid die te leveren. Van de tien duels dat we tegen Utrecht spelen, verliezen we negen keer. Ik ga uit van die uitzondering, maar dan moet de puzzel van duizend stukjes wel in één keer goedvallen. Ik hoop dat we aantrekkelijk spelen en het publiek kunnen boeien. Dat vind ik vaak belangrijker dan winnen. Want voetbal is vermaak.''