Superbus Von Underduk

,,Volgens de laatste berichten uit Rotterdam verkeert deze stad in de hoogste graad van wijsgerige opwinding. Ja, er voltrekken zich daar gebeurtenissen, naar aard en verschijning zo volstrekt onverwacht, zo volledig nieuw, zo afwijkend van al het gebruikelijke, dat er geen twijfel over mag bestaan: weldra zal deze opschudding zich over heel Europa uitbreiden.''

Zo begint dit verhaal. Met deze twee magnifieke volzinnen. Zo schrijven we in deze tijd niet meer. Het moet compact zijn, de eerste zin al een soundbite, in de tweede een wisecrack en de rest boordevol info. Dit proza zou van Jonathan Swift kunnen zijn, maar die heeft nooit over Rotterdam geschreven; alleen over Leiden. Een Franse romancier uit de negentiende eeuw is ook mogelijk, of Jules Verne. Niet dat in hun werk geen info te vinden is, maar het is allemaal anders verpakt. Dit heeft iets aanstekelijks. Het is een uitnodiging om zelf met woorden te gaan bouwen, zinnen als kastelen te maken, met een vorstelijke toegangspoort en schemerige kamers waarin veelbelovende geheimen op hun ontsluiering wachten. Dat vergt een ander vakmanschap dan het recht voor z'n raap. Een andere blik ook. Recht voor de raap! Hebben rapen rechten? Rapendiscriminatie. We raken op het verkeerde pad.

Geleid door het gelukkig toeval was ik een kopje koffie gaan drinken op een terras waar mensen uit de hele wereld hetzelfde komen doen. Naast me ging iemand zitten met wie ik al vlug in gesprek raakte. Het bleek dat we uit dezelfde stad kwamen: Rotterdam. Weet u, zei hij, dat een van de eerste verhalen van Edgar Allan Poe zich daar afspeelt? In Rotterdam en op de Maan. Hoe weet u dat? vroeg ik. Hij bleek een `kleine uitgever' te zijn, dat wil zeggen iemand die zich toelegt op het in mooie vorm publiceren van minder bekende teksten die naar zijn inzicht een grotere verspreiding verdienen. Hij had een paar uitgaven bij zich, Jevgeni Sokolov van Serge Gainsbourg, en The Unparalleled Adventure of One Hans Phaall, een kort verhaal van Poe, voor het eerst verschenen in 1835, daarna een paar keer herschreven en in oorspronkelijke tekst verschenen bij de Sea Urchin Editions, Rotterdam, 2001. Ja, dat zag er mooi uit. Beide uitgaafjes kreeg ik van hem – Ben Schot – cadeau.

Een weergaloos avontuur, dat is niet teveel gezegd. De held van Poe's verhaal is deze zekere Hans Phaall – in eerdere versies Pfaall – die zich in leven houdt met het repareren van blaasbalgen. Dat brengt te weinig op om zijn ordeloos leven te financieren. Hij maakt links en rechts schulden, de grond wordt hem te heet onder de voeten. Dan besluit hij, een luchtballon te maken om daarmee de wijk te nemen naar de Maan. In diep geheim gaat hij aan het werk, hij bouwt de ballon waarbij zijn vakkennis hem natuurlijk goed van pas komt. Maar al heeft hij in Rotterdam slordig geleefd, hij is geen man van halve maatregelen. Hij stelt ook een explosief mengsel samen waarvan hij een flinke voorraad op de plaats van afvaart verstopt. Dan haalt hij zijn schuldeisers over, hem te helpen bij zijn zogenaamd experimenteel vertrek. Eenmaal in de lucht gooit hij zijn brandende sigaar op de explosieven, en dat is het einde van deze lastposten. Poe heeft het allemaal zorgvuldig beschreven.

Phaall bereikt de Maan, ontmoet de Maanmensen, en keert terug naar de Aarde. Het spektakel van de landing, op het Beursplein, trekt enorme belangstelling. De burgemeester zelf, Mynheer Superbus Von Underduk, de vice-voorzitter van de Rotterdamse Astronomen Vereniging, professor Rub-a-dub en de echtgenote van de astronaut, vrouw Grettell Phaall, zijn ter plaatse. Langzaam daalt het mysterieus object. Niemand weet precies wat het is, het lijkt alsof het van oude, vuile kranten is gemaakt. De landing verloopt voorspoedig. Hoe het dan verder met Hans Phaall, burgemeester Superbus Von Underduk en zijn vriend de professor verloopt, zal ik niet vertellen.

De manier waarop de ballon wordt gebouwd, het samenstellen van het explosief en het verloop van de ruimtereis worden zeer zorgvuldig beschreven. Jules Verne heeft het verhaal met bewondering gelezen, meldt de uitgever, die ook een korte, erudiete inleiding heeft geschreven. Het staat vast dat Poe nooit in Rotterdam is geweest.

Rest de vraag hoe de schrijver aan zijn Hollandse namen is gekomen. Von blijft Von. Spreek je Superbus en Underduk op zijn Amerikaans uit, dan ligt de vertaling voor de hand: Bovenbaas Van Onderhond. En dat zou dan weer een verhaal van Marten Toonder over de toestand in Rommeldam kunnen zijn. Jammer dat hij niet meer schrijft.