Skunk

Rudy Kousbroek heeft zich wel eens geërgerd uitgelaten over de neiging alles van vroeger als ouderwets te beschouwen. Dat mensen vroeger in verschillende opzichten verstandiger waren dan de mensen van nu, is een weinig gangbare gedachte. Ik zat dan ook onmiddellijk rechtop, toen ik las dat Jeroen Pauw onlangs geschreven schijnt te hebben: ,,Wie nu roept dat roddelbladen niet deugen, is ouderwets.' In de Volkskrant werd Pauw nog door Cornald Maas met instemming aangehaald.

Ouderwets?

Kan zijn, maar dat neemt niet weg dat Henk van der Meyden, de roddelverslaggever die deze week onder plengen van tranen afscheid nam van zijn lijfblad De Telegraaf nooit anders is geweest dan een schandvlek voor de Nederlandse journalistiek. We kunnen nu wel geamuseerd en ironisch over hem schrijven, maar Henk van der Meyden is pure skunk. Hij stonk aan alle kanten en doet dat nog steeds. Liegen was voor Van der Meyden een gewone zaak. Hij verzon interviews die nooit hadden plaatsgehad en eigende zich uit buitenlandse bladen van alles toe dat nooit van hem was geweest. Hij pochte op vriendschappen met sterren die hij nooit had ontmoet, en deed dat in het meest armzalige, meest clichématige proza dat ooit in een Nederlandse krant is verschenen. Wie niet met hem wilde meewerken, probeerde hij kapot te maken, en wie wel meewerkte kreeg een mooi plekje in zijn van belangen aan elkaar hangende imperium. De modder aan zijn vingers heeft De Telegraaf jarenlang belemmerd om uit te groeien tot een krant die je ook buiten de financiële pagina's serieus kunt nemen.

Dus toen ik al die auteurs en andere tv-persoonlijkheden zag die zich op het afscheid van Henk in het Circustheater in Scheveningen hadden laten vereeuwigen met de grote roddeljournalist, kreeg ik als vanzelf een associatie die maar niet uit mijn hoofd wilde. Wat ik zag was een staatsiefoto van de nieuwe Kultuurkamer. Want lees Loe de Jong er maar op na, of anders Hans Mulder in `Kunst in crisis en bezetting': als er in de oorlog één beroepsgroep is geweest die niet wist hoe snel zij over moest gaan tot gezellig entertainment, dan was het wel die van de toneelspelers. Natuurlijk had je toen ook al Youp van 't Heks, maar dat waren uitzonderingen. De meeste acteurs tekenden de ariërverklaring en meldden zich aan voor de Kultuurkamer.

Daarom kan ik Jeroen Krabbé, stalmeester op het bal van Henk, niet anders zien als een lid van de moderne theater-NSB. En Karin Bloemen mag zo prangend over het onrecht in Zuid-Afrika hebben gezongen, in Scheveningen – spreek uit Sjeveninken – bleek hoe verkeerd ze zou staan in een moderne oorlog. En spreek me niet van het gansje Chazia Mourali, die altijd Sartre mag citeren, maar die ter promoting van haar onbeduidende quizje altijd graag bereid is de aars te likken van iedereen die haar weer een stap verder kan helpen op het pad van de roem.

Trouwens, wist u dat Herman Krebbers, die ter gelegenheid van Henks afscheid in het Circustheater heeft staan fiedelen, dat meer dan vijftig jaar geleden ook heeft gedaan op het buitenhuis van Seyss-Inquart? Daarvoor werd Krebbers na de oorlog twee jaar van het Nederlandse muziekleven uitgesloten, zodat wij in ieder geval een ijkpunt hebben wanneer wij moeten vaststellen welke straf wij Krabbé, Bloemen, Mourali gaan geven. En wat al die andere aanwezigen op Henks grote feest betreft, hebben wij ieder geval het voordeel dat het allemaal met camera's is opgenomen, zodat wij niet – zoals bij voetbalvandalen – experts hoeven in te huren om de delinquenten te herkennen.

Zo. Dat moest er even uit. Het is namelijk heerlijk om op een ouderwetse manier tegen al dat gajes van De Telegraaf aan te schoppen.