Repin

Nederland wordt oud, dacht ik, toen ik deze week op de Repin-tentoonstelling in het Groninger Museum rondliep. Het gebouw leek tot de nok gevuld met bezoekers van zestig en ouder, alsof het Rosa Spier Huis een excursie naar Groningen had georganiseerd.

J.L. Heldring vroeg zich gisteren in zijn column af waarom deze tentoonstelling zo'n groot succes is. Er zijn inmiddels ruim 200.000 bezoekers geweest, een record voor het Groninger Museum. (De tentoonstelling van de fotograaf Andres Serrano die van de plasseks was met 89.000 tot dusver de best bezochte). Ik vermoed dat de snel toenemende vergrijzing van Nederland een van de oorzaken van dit succes is. Er is een groeiende markt voor dergelijke exposities. De ouderen van Nederland hebben tijd én geld.

Uit publieksonderzoek naar de Repin-expositie is gebleken dat bijna veertig procent van de bezoekers ouder dan 55 was. Twintig procent was jonger dan 36. Waarom kwamen zij? Ook dat is onderzocht. De grootste groep (41,1 procent) gaf de eenmaligheid-buiten-Rusland op: deze doeken zijn verder alleen in Rusland te bewonderen.

Ik denk dat er ook nog een andere oorzaak is: de toegankelijkheid van Repins realisme. Afgezien van zijn sublieme portretten, hebben nogal wat van Repins schilderijen een verhalend karakter. De toeschouwer begrijpt meteen wat hij ziet, althans, hij dénkt dat te begrijpen.

In de praktijk kan dat tegenvallen, heb ik gemerkt. Een van de topstukken van de tentoonstelling is het doek Onverwacht uit 1884. Voor Henk van Os, de samensteller van de tentoonstelling, was dit schilderij de ontroerende kennismaking met het werk van Ilja Repin. Hij ontdekte het in het depot van het Tretjakovmuseum in Moskou. ,,Wie mocht de geniale schilder van dit doek wel zijn?'' vroeg hij zich af. Aan die ontdekking hebben wij deze expositie (nog t/m 7 april) in Groningen te danken.

Ik heb dat schilderij lang bekeken. Thuis heb ik in de catalogus de stukken vergeleken die Van Os en Galina Tsjoerak, conservator van het Tretjakovmuseum, erover hebben geschreven. Ik kwam tot de conclusie dat zij wezenlijk van mening verschillen over de familierelaties die Repin op dit doek afbeeldt.

Wat zien we op het eerste gezicht? Een man staat ontredderd in een kamer. Hij ziet er gehavend uit. Een vrouw staat op uit haar crapaud en kijkt hem verstard aan. Twee kleine kinderen aan tafel kijken nieuwsgierig-verbaasd toe. Achter een piano zit ook nog een jong meisje.

Wat is hier aan de hand? Repin dat staat vast heeft een revolutionair afgebeeld die na jaren van verbanning thuiskomt. Maar wie is die opgestane vrouw? Zijn moeder of zijn vrouw? En wie is het meisje achter de piano? Zijn dochter of zijn vrouw? Ik heb er Van Os nog eens naar gevraagd. ,,De Repin-literatuur geeft er geen uitsluitsel over'', zegt hij. ,,Repin zelf heeft het onduidelijk gelaten. Ik denk dat de opgestane vrouw de vrouw van die man is. Zo heb ik het ook eerst opgeschreven, maar later besefte ik dat ik te stellig was.''

Voor de appreciatie van het schilderij hoeft het niets uit te maken. Het is zo'n schilderij dat je nooit meer vergeet, en daar gaat het om.