Oorlog

De Arabische top in Beiroet is onmiddellijk overschaduwd door de verdere escalatie van de oorlog tussen Israël en de Palestijnen. De 22 staten van de Arabische Liga hebben zich weliswaar voor het eerst unaniem bereid getoond Israël als buurstaat te aanvaarden, maar de voorwaarden die ze daaraan verbinden (zoals terugkeer van alle Palestijnse vluchtelingen) zijn op dit moment voor Israël onacceptabel. Het voortbestaan van de joodse staat zou erdoor in gevaar komen. Voor de rest van de wereld was het een belangrijk ogenblik toen de Saoedische en Iraakse afgevaardigden elkaar als de beste bondgenoten begroetten: een signaal aan Washington om Irak, dat voor het eerst de soevereiniteit van Koeweit erkende, met rust te laten.

Meer heeft de tweedaagse bijeenkomst niet opgeleverd. Het vredesplan van de Saoedische heerser Abdullah bin Abdul Aziz al-Saud is wel officieel omarmd, maar zal de bloedige werkelijkheid op de grond niet veranderen. Het kan op de plank met mooie, maar voorlopig onhaalbare ideeën. Vrede tussen Israël en de Palestijnen is ver weg, de Arabische wereld heeft voor de zoveelste maal zijn onmacht en verdeeldheid getoond door het plan van Saoedi-Arabië wel te accepteren, maar daaraan geen concrete politieke stappen te verbinden. Abdullahs plan (`land voor vrede') had meer engagement verdiend.

Zo heeft de kroonprins gezichtsverlies geleden. Dat was onvermijdelijk. Want de top was geen top, omdat twaalf van de 22 staatshoofden niet kwamen opdagen. Ze hadden kennelijk belangrijker werk te doen. Daar kwam bij dat Arafat niet naar Beiroet mocht en de terreur en het geweld in Israël en de Palestijnse gebieden gewoon doorgingen, de Amerikaanse bemiddeling ten spijt. Het vredesplan, ieder vredesplan, was kansloos onder dit gesternte. De situatie tussen Israël en de Palestijnen is extreem gespannen; een ontlading is niet uitgebleven. De bezetting van Ramallah, vanmorgen door Israëlische troepen, de vernielingen aldaar en de nu ook persoonlijke militaire aanval op Arafat en zijn hoofdkwartier zijn waarschijnlijk het begin van een nieuwe, nog gewelddadiger fase. De strijd is oorlog geworden en gaat langzaam maar zeker naar een hoogtepunt.

De achterliggende periode van moord en doodslag heeft een paar belangrijke zaken duidelijkgemaakt. De Palestijnse leider Yasser Arafat begint voor zijn eigen achterban steeds irrelevanter te worden. Hij wekt niet de indruk nog greep op de politieke gebeurtenissen, laat staan op de terreur te (willen) hebben. Het was premier Ariel Sharon die Arafat eind vorig jaar `irrelevant' verklaarde. Dat bleek prematuur. Nu zijn het de Palestijnse extremisten in Gaza en op de Westoever die om het hardst roepen dat ze niets met Arafat te maken hebben. Dat is de ironie voorbij.

Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat Sharon zich in een doodlopende straat bevindt. Zijn geweldsstrategie, op zichzelf te begrijpen als reactie op de aanhoudende zelfmoordacties, blijkt niet meer dan dat. Zijn aanpak is voorzover bekend niet ingebed in een diplomatiek offensief; in een vernuftig samenspel met de Amerikanen enerzijds en Arabische relaties anderzijds. De strategie deugt niet, althans: is onvolledig, en zal zeker niet tot een oplossing leiden. Op tactisch gebied heeft Sharon meermaals geblunderd. De premier heeft velen in binnen- en buitenland tegen zich in het harnas weten te jagen. Het onrustbarendste is dat in het harde licht van de oorlog de kwestie van het bestaansrecht van beide volkeren weer aan de oppervlakte is gekomen. In Israël gaan stemmen op om de Palestijnen massaal de grens over te zetten. Op de top in Beiroet keurde de Syrische president Bashar al-Assad de zelfmoordaanslagen op Israëlische burgers goed. Eén stap verder en de oude geluiden klinken weer: de joden moeten de zee in worden gedreven.

Israël zucht onder de Palestijnse terreur. Iedere wandelaar of feestganger kan de volgende dode zijn. Daarmee valt haast niet te leven. Palestina zucht onder het geweld van het Israëlische leger. Onder de schuldloze slachtoffers zijn zwangere vrouwen, kinderen en ouden van dagen. De Palestijnse voormannen mogen voor de camera's hun helden toejuichen die zichzelf in een volle winkelstraat opbliezen, maar het volk weet wel beter. Hun martelaars zijn zonen en dochters; broers en zussen. De trauma's komen later pas. De puinhopen van negentien maanden intifada zijn enorm en uitgedrukt in menselijk leed, politiek en economisch verlies en moreel verval bijna niet te bevatten. Een volgend vredesplan zal van deze realiteit moeten uitgaan. Het grote gebaar van kroonprins Abdullah moet worden gevolgd door de aanpak die in het Midden-Oosten beproefd is gebleken: stapje voor stapje. Maar misschien lukt zelfs dat niet met de huidige leiders.