`Misschien ben ik een geboren imitator'

Sarah Waters heeft een heel nieuw genre uitgevonden: de lesbische historische schelmenroman. Ze gebruikt de conventies van de negentiende eeuw, om die te ondermijnen. `Ik voel me vooral aangetrokken tot de Victoriaanse onderwereld'.

Sarah Waters zit zich te verkneukelen van de voorpret, op de redactie van haar Nederlandse uitgever, Nijgh & Van Ditmar, te Amsterdam. Haar eerste roman, Tipping the Velvet, die zojuist in Nederlandse vertaling is verschenen als Fluwelen begeerte, wordt op dit moment verfilmd door de BBC, en ze heeft er al een klein fragment van gezien. ,,Op het eerste gezicht ziet het er precies zo uit als een heleboel andere BBC-kostuumdrama's, maar dan krijg je opeens al die lesbische seksscènes erdoorheen. Ik ben heel erg benieuwd hoe mensen zullen reageren. De BBC verwacht dat het nogal controversieel zal worden.'

Fluwelen begeerte is inderdaad een nogal seksueel expliciet boek, dat bij het verschijnen in 1998 furore maakte. Niet zozeer vanwege de seks, maar omdat het een heel nieuw genre leek te hebben uitgevonden: de lesbische historische schelmenroman. Waters (1966) werd binnengehaald als de nieuwe Jeanette Winterson. Een onzinnige vergelijking, zegt ze zelf. ,,Dat komt omdat het de enige andere lesbische schrijfster was die ze wisten te bedenken.' Fluwelen begeerte beschouwt Waters als een soort coming-out-roman: ,,Het is een boek over een meisje dat verschillende manieren uitprobeert om lesbisch te zijn.' Haar heldin Nancy trekt aan het eind van de negentiende eeuw van Whitstable naar Londen in het gezelschap van een music hall-ster, werkt een tijdje als schandknaap in travestie, wordt de minnares van een rijke, oudere vrouw, en eindigt uiteindelijk in de armen van het goede meisje, een feministische socialiste. Waters: ,,Ja, dat is erg traditioneel Victoriaans, dat mensen krijgen wat ze verdienen.'

Sindsdien publiceerde ze nog twee enthousiast ontvangen romans, Affiniteit, en het kortgeleden verschenen Fingersmith, beide eveneens gesitueerd in de negentiende eeuw. Het zijn spannende verhalen met ingewikkelde plots langs de conventies van de Victoriaanse roman, die Waters vervolgens ondermijnt. Recensenten vergelijken haar nu niet meer met Winterson, maar met Charles Dickens en Wilkie Collins. Waters: ,,Dat is al even onzinnig. Zij schreven over hun eigen tijd; ik schrijf van die faux-historische romans. Een echte Dickensiaanse schrijver vandaag de dag zou iemand zijn als Zadie Smith of Martin Amis, iemand die corruptie blootlegt, een dwarsdoorsnede van de eigen samenleving schildert. Ik doe iets heel anders.'

Pornografie

Ze raakte geïnterresseerd in de negentiende eeuw, vertelt Waters, tijdens het schrijven van haar proefschrift over de rol van geschiedenis in `gay and lesbian writing' vanaf de laat-negentiende eeuw. ,,Het ging erover hoe het homoseksuele verleden voortdurend opnieuw werd uitgevonden. Rond die tijd kreeg ik het idee om zelf een roman te schrijven over de jaren negentig, een boeiende en weelderige, overvloedige tijd. Ze raakte zo gefascineerd door de Victorianen dat nog twee romans volgden. Waters: ,,Ik voel me vooral aangetrokken tot die Victoriaanse `onderwereld', waarvan je alleen heel, heel af en toe een glimp opvangt in echte Victoriaanse romans: prostitutie, pornografie, het klassenvraagstuk, de positie van vrouwen. Ik gebruik de Victoriaanse structuren en conventies, het melodrama, om die kwesties aan op te hangen. De Britten hebben natuurlijk het Victoriaanse tijdperk nooit helemaal afgeschud. Het is onze eigen tijd, maar dan in groteske vorm, vooral in het klassensysteem. De Britse belangstelling voor de negentiende eeuw is veel gecompliceerder dan pure nostalgie.'

In Fluwelen begeerte heeft de heldin nog relatief veel vrijheid, vervolgt Waters. ,,Ik wilde graag het Victoriaanse straatleven laten zien, en bovendien wilde ik een boek schrijven dat nu eens niet ging over mensen die problemen hebben omdat ze lesbisch zijn. Maar meer en meer werd ik gegrepen door de restricties, de beperkingen en de dwang waaraan vrouwen onderhevig waren in met name de iets vroegere negentiende eeuw. Ik ben geïntereseerd in de dingen die mensen gevangen houden, de structuren waardoor ze begrensd of ingesloten worden, en waar ze niet meer uit kunnen komen. En in mensen die hun eigen gevangenis scheppen.'

Affiniteit en Fingersmith zijn dan ook navenant donkerder dan haar debuutroman; spannende gothic-thrillers waarin de lezer voordurend op het verkeerde been wordt gezet. ,,Ik gebruik die gothic-achtergrond en formule om een ander, psychologisch verhaal te vertellen', legt Waters uit. ,,Verraad is een belangrijk thema voor me. Eigenlijk is het lesbische element in deze boeken heel terloops. Ik hoor ook vaak van lezers dat ze het waarderen dat de boeken niet over lesbisch-zijn gaan; ze zijn niet `politiek' in dat opzicht, maar ze nemen het lesbische aan als vanzelfsprekend. Dat vindt men blijkbaar erg verfrissend. Je kunt trouwens leuk gebruik maken van onze stereotypes over de Victorianen als erg onderdrukt en ingehouden. Daar krijg je enorm veel erotische spanning door: de kleinste gebaren worden enorm beladen.'

Waters werkt de gecompliceerde plots van haar romans eerst helemaal uit voor ze begint met schrijven, vertelt ze. ,,Ik vind dat misleidende, omslachtige, kronkelende erg leuk. Victoriaans melodrama heeft ook vaak die gekunstelde, duizelingwekkende sfeer. Maar Victoriaanse fictie is erg reactionair in de manier waarop personages zich ontwikkelen, en in de ruimte die bijvoorbeeld schurken of bedienden krijgen in het verhaal. Affiniteit gaat er helemaal over dat Margaret, de hoofdpersoon, blind is voor sociale klasse, en dat leidt tot haar ondergang. In Fingersmith speel ik met ideeën over corruptie en onschuld, en laat personages tussen die twee uitersten bewegen.'

Al Waters' boeken zijn geschreven in een soort negentiende-eeuws idioom, dat moeilijk is weer te geven in vertaling. `Tipping the velvet' bijvoorbeeld is slang voor orale seks. Waters: ,,Ik hou van slang, het creëert de juiste sfeer, en het gaat mij heel makkelijk af. Ik ben nu bezig aan een boek dat speelt in de jaren veertig, en was eerst bang dat ik dat Victoriaanse taalgebruik niet zou kunnen afschudden, maar na een klein beetje research praatte ik al als een personage van Orwell. Misschien ben ik een geboren imitator.' Waters' nieuwe roman verkeert nog in een pril stadium, dus wil ze er nog niet te veel over loslaten, maar ze beschouwt het wel als een grote omslag in haar oeuvre. Het wordt een korter boek over relaties. ,,Misschien mislukt het wel totaal. Ik ben er tenslotte aan gewend om die grote gothic-romans te schrijven, en dat kan je niet echt doen over de jaren veertig. Maar ik wil niet alleen maar bekend staan als schrijfster van onverwachte wendingen, ik denk dat ik ook iets ander kan.'

Spannend vindt ze het wel, zegt Waters: ,,Wanneer ik schrijf over de Victoriaanse periode kan niemand zeggen, zo was het niet, ik was erbij. Nu komen er al mensen naar mij toe die vertellen dat oma tijdens de oorlog een lesbische affaire had. Degenen over wie ik schrijf kunnen nu nog rondlopen. Aan de andere kant, ik schrijf romans, geen geschiedenis. Het belangrijkste is niet om authentiek te zijn, maar een authentiek aandoende wereld te scheppen. Er is de realiteit, en daar bovenop een hele laag mythe, en het is die mythische laag die mij interesseert.'

Sarah Waters: Fluwelen begeerte. Vert. Eugène Dabekaussen en Tilly Maters. Nijgh & Van Ditmar, 449 blz. E22,90. Fingersmith. Virago, 549 blz. E26,35