Jenever en de loonexplosie

Dankzij Bill Gates is de statistiek binnen veler handbereik gekomen. Rekenen blijft weliswaar moeilijker dan de gemiddelde burger denkt, vooral als er nullen in het geding zijn. Maar het tentamen statistiek hoeft ook voor de principiële alfa geen boze droom meer te zijn, nu Microsoft het programma Excel zo ongeveer standaard levert. Wie de cijfers in de rijen en kolommen weet te krijgen, kan met enige oefening en zonder kennis van differentiaalrekenen in een handomdraai ook fraaie grafieken maken. Slechts één probleem heeft Bill Gates niet opgelost: het selecteren en verzamelen van de relevante gegevens. Zelfs alfa's moeten blijven nadenken.

Wat is er zo inspirerend aan statistieken en grafieken? Die ene oogopslag, dat plotselinge moment van herkenning of inzicht. Het boek Het polderwonder van Flip de Kam (hoogleraar economie in Groningen) en de jonge econoom Robbert ter Hart biedt veel van dat soort onverwachte ogenblikken, mede dankzij de formidabele databestanden van het CBS en het Centraal Planbureau.

Bijvoorbeeld onder het hoofdstukje `Een grote dorst' waarin de consumptie van jenever, wijn en bier sinds 1900 is uitgezet. Een halve sociaal-culturele geschiedenis van Nederland wordt daar op één kleine pagina onthuld. Behalve onderhevig aan mode is drank namelijk ook een afgeleide van politieke en economische ontwikkelingen. Tot 1975 gaan gedestilleerd en bier redelijk gelijk op en af. Begin 20ste eeuw wordt er stevig gezopen. Jenever in de kroeg, bier als surrogaat van drinkwater. Dankzij de blauwe knoop, de gemeentelijke waterleidingsbedrijven en de sociale wetgeving neemt het gebruik rond de jaren twintig dramatisch af en blijft vervolgens tot na de Tweede Wereldoorlog stabiel. Pas als het Hollandse Wonder zich in de jaren vijftig manifesteert, gaat ook het drinken drastisch omhoog. Eerst, vanaf 1950, is het nog jenever. Daarna begint bier aan een onweerstaanbare opmars. De vooroorlogse generaties nemen de trend voor hun rekening. Wanneer de lonen tien jaar later exploderen en de geboortegolvers zich aan het firmament melden, delft de sobere jenever langzamerhand het onderspit ten gunste van de flamboyantere wijn.

Of wat te denken van de ontwikkeling van de benzineprijs? Accijns en kwartje van Kok: het is genoeg voor de borreltafel. Maar het klopt volgens De Kam niet. Een liter benzine kost in harde guldens tegenwoordig amper meer dan 45 jaar geleden, toen er nota bene 15 keer minder auto's op de weg waren dan nu.

En zo gaat het nog 98 pagina's door met grafieken en tekstjes ter toelichting. Sommige beelden zijn bekend maar onvermijdelijk. Bijna alle statistieken stemmen niettemin tot een moment van nadenken. Zoals die over de groei van pensioenfondsen, die in 1950 nog 20 procent ten opzichte van het bruto binnenlands product in beleggingsportefeuille hadden en nu 120 procent. Wat gebeurt er als de generatie van De Kam (1946) over tien jaar gaat incasseren?

Het polderwonder: een prettig en vooral nuttig zakboekje waarmee allerhande geleerdheden op de opiniepagina's onmiddellijk op hun historische diepgang kunnen worden getoetst.

Flip de Kam en Robbert A. ter Hart: Het polderwonder. Een eeuw vooruitgang in honderd grafieken. Contact, 144 blz. E12,50