`Ik wil het fonds zichtbaarder maken'

Een jaar geleden trad Adriana Esmeijer aan als directeur van het Prins Bernhard Cultuurfonds, Nederlands grootste particuliere cultuurfonds.

De voormalige burgemeesterswoning aan de Amsterdamse Herengracht oogt streng en gesloten. Hier zetelt, sinds 1982, het Prins Bernhard Cultuurfonds. Die geslotenheid wil de vorig jaar aangestelde directeur dr. Adriana Esmeijer wegnemen. ,,Er wordt weleens gezegd dat het Prins Bernhard Fonds een betrekkelijk onzichtbaar bestaan leidt. Dat is jammer en onnodig. Ik wil het profiel van het fonds versterken. Zonder onze financiële ondersteuning zouden duizenden culturele activiteiten in Nederland niet kunnen plaatsvinden.''

Esmeijer studeerde journalistiek en taal- en literatuurwetenschap aan de Katholieke Universiteit Brabant. Ze promoveerde in 1998 aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op het onderwerp wetenschapscommunicatie. Tot mei 2001 was ze verantwoordelijk voor de communicatie en marketing van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Sinds 1999 is de naam van het fonds veranderd in Prins Bernhard Cultuurfonds. De toevoeging `cultuur' is nieuw en moet duidelijker uitdrukken waar het fonds voor staat. ,,Dat kan snel uitgelegd worden,'' zegt Esmeijer. ,,Het is onze doelstelling activiteiten op het gebied van cultuur en natuurbehoud te bevorderen, en ook de Nederlandse cultuur in het buitenland uit te dragen.'' Dit jaar kwam het fonds plotseling in de belangstelling, omdat het nieuwe stoelen voor de Nieuwe Kerk in Amsterdam subsidieerde. Hoewel dit besluit los stond van het aangekondigde koninklijke huwelijk van 2 februari ontstond er veel kritiek. Esmeijer wijst die kritiek van de hand: ,,Er is geen enkele relatie tussen het huwelijk en onze gift. Wij ondersteunen al sinds jaar en dag de inrichting van culturele instellingen. Bijvoorbeeld voor een openluchttheater in Middelburg zorgden we voor de lichtspots en we droegen ook bij in de aanschaf van nieuwe stoelen voor het Filmhuis in Helmond. Cultuur is zo'n rijkgeschakeerd begrip. De nieuwe kostuums voor een Limburgse fanfare zijn mede door ons verworven. Maar ook klokken van kerken. En dank zij ons kon de boekenverzameling van de zeventiende-eeuwse Bibliotheca Thysiana gerestaureerd worden. Dat was hoogst noodzakelijk, de boeken waren door de tijd aangetast en vielen uit elkaar. We hebben ook een aantal literaire schrijversbiografieën mede gesubsidieerd.''

Het fonds is op 10 augustus 1940 in Londen op initiatief van Prins Bernhard opgericht. Aanvankelijk heette het `Spitfirefonds', omdat met het ingezamelde geld Spitfires werden aangeschaft om de Engelsen te helpen Nederland te bevrijden. Van over de hele niet-bezette wereld stroomde het geld binnen; sommige fabrieken kochten een hele Spitfire, particulieren bekostigden een deel ervan. Een vleugel bijvoorbeeld, of de motor. Het geld is destijds uitzonderlijk goed belegd, waardoor er een groot kapitaal ontstond. Na de oorlog besloot men het fonds een morele en culturele inhoud te geven. In 2001 bedroeg het subsidiebudget 33,4 miljoen gulden. Dit budget is geheel afkomstig uit fondsenverwerving: de jaarlijkse Anjeractie, schenkingen en bijdragen uit de BankGiroLoterij, de Lotto en de opbrengsten van de Fondsen op Naam. Het fonds beschikt voorts over ongeveer 22.000 donateurs. Het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft een vrij besteedbaar vermogen van 72 miljoen euro. Met het rendement hiervan worden de dagelijkse kosten gedekt, zoals huur, kantoorkosten en salarissen.

Adriana Esmeijer heeft aan het begrip `mecenaat' een nieuwe betekenis gegeven. Particulieren en instanties kunnen een eigen fonds oprichten. Esmeijer: ,,Deze zogeheten Fondsen op Naam zijn een groot succes. Bij een minimale inleg van 50.000 euro kan iedereen, binnen de doelstellingen van het Cultuurfonds, zijn of haar fonds stichten. Wij beschikken over de juiste infrastructuur en faciliteiten. Hierdoor is ons bereik sterk uitgebreid, vooral dankzij de vaak zeer speciale doelstellingen van de particuliere initiatiefnemers. Zo hebben wij een Fonds Jong talent voor jonge beeldend kunstenaars en musici waaruit beurzen worden verstrekt voor vervolgstudie in het buitenland. Een ander voorbeeld is het Fonds Charlotte Köhler Prijzen. De naam van deze actrice blijft dank zij dit fonds op naam voortbestaan, want jaarlijks worden hieruit prijzen toegekend aan jonge mensen op het gebied van theater, beeldende kunst, architectuur en decorontwerp. Er is een Mozart-Wagner Fonds om de interesse voor opera en klassieke muziek te stimuleren. Wij beheren het Wertheimer Fonds voor de fotografie.''

Het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft afdelingen (voorheen Anjerfondsen genoemd) in elke provincie en in de drie grote steden. De aanvragen voor subsidie kunnen zowel bij het landelijk bureau in Amsterdam als de afdelingen worden ingediend. Bij het landelijk bureau beoordelen adviescommissies de aanvragen die over het algemeen van nationaal belang zijn. Esmeijer: ,,Ik heb nu vele vergaderingen bijgewoond en die zijn buitengemeen deskundig en toegewijd. Het zou mooi zijn als iedereen ervan overtuigd raakt hoe belangrijk het Cultuurfonds voor het culturele leven is. Dankzij de Fondsen op Naam hebben we aan bekendheid gewonnen, omdat de initiatiefnemers én begunstigden zich direct bij het Prins Bernhard Cultuurfonds betrokken voelen.''