Hermans voelt zich bekocht

De Erasmus Universiteit kreeg 0,7 miljoen euro voor particuliere studenten. Het mocht, zegt de universiteit, het ministerie gaf er zelf toestemming voor.

Is het niet vreemd, vraagt oud-collegevoorzitter H. van der Molen van de Erasmus Universiteit Rotterdam zich af, ,,dat het ministerie van Onderwijs nu herinterpreteert wat al die jaren goed is gevonden?'' Wij herinterpreteren niets, weert een woordvoerder van het departement af. ,,Particuliere studenten voor subsidie in aanmerking laten komen, dat mág gewoon niet.''

Toch ontving de universiteit vijf jaar lang subsidie voor 320 particuliere studenten. Van der Molen zegt: ik had de toestemming van het ministerie zwart op wit. Nee, zegt het ministerie nu, de universiteit heeft onze `toestemming' naar eigen inzicht geïnterpreteerd.

In 1995 kwam de accountant van de Erasmus Universiteit op het idee om subsidie aan te vragen voor een groep buitenlandse studenten van de particuliere poot van de universiteit, de Rotterdam School of Management (RSM). De studenten volgden geen regulier universitair onderwijs, maar deden aan de RSM een tweejarige opleiding Master of Business Administration (MBA). Hiervoor betaalden zij 30.000 euro. Omdat zij ook wilden sporten in de sporthal van de universiteit en gebruikmaken van computers, stonden zij al wel ingeschreven bij de universiteit.

Na interne discussie over de vraag of je particuliere studenten in aanmerking mag laten komen voor subsidie, schreef toenmalig collegevoorzitter Van der Molen op 3 januari 1996 een brief naar de financiële dienst van het ministerie. Van der Molen schrijft dat hij, op basis van een ,,interpretatie'' van een protocol van de in de VSNU verenigde universiteiten, subsidie wil voor een groep buitenlandse studenten.

Hij verwijst daarbij naar een artikel in het protocol, waarin staat dat buitenlandse studenten net als Nederlandse in aanmerking komen voor overheidsgeld, mits zij gebruik maken van dezelfde voorzieningen en ingeschreven staan aan de reguliere universiteit. Op 14 februari 1996 schreef de financiële dienst, namens toenmalig minister Ritzen, ,,ter bevestiging'' terug dat ,,de in uw brief genoemde buitenlandse studenten'' inderdaad voor subsidie in aanmerking komen.

De Erasmus universiteit vatte dit op als een vrijbrief en vroeg tot 2000 voor zover bekend voor 320 voltijdstudenten subsidie aan. Het ging om studenten van de RSM én studenten van het particuliere Netherlands institute for health sciences. In totaal, zegt de huidige collegevoorzitter J. van Eijndhoven, ging het om een bedrag van 0,7 miljoen euro. Het ministerie is in die periode nooit teruggekomen op zijn beslissing. De universiteit besloot zélf in 2000 te stoppen met het aanvragen van subsidie, omdat de regels voor de toelating van buitenlandse studenten werden aangescherpt.

Het ministerie eist opening van zaken. Het voelt zich bekocht; de universiteit maakte in de brief geen melding van het feit dat het om particuliere studenten ging. Bovendien, zegt een woordvoerder van het departement, ,,het protocol waarnaar in de brief wordt verwezen, keurt subsidie voor buitenlandse studenten inderdaad goed, maar alleen als zij het reguliere programma volgen''. Het ministerie heeft al aangekondigd dat alle onterecht ontvangen subsidie zal worden teruggeëist.

Februari dit jaar stuurde de VSNU een brief naar R. Roborgh, directeur wetenschappelijk onderwijs op het ministerie, om hem op de hoogte te stellen van de zaak. Roborgh schreef daarop collegevoorzitter Van Eijndhoven van de Erasmus Universiteit en spoorde haar aan het geval te melden in het fraude-onderzoek naar onregelmatigheden met de bekostiging dat de minister heeft gelast.