Faber: `Het moet geen ottershow worden'

In 1988 eindigde de laatste Nederlandse otter als `roadpizza'. Maar de otter moet en zal na veertien jaar terugkeren in Nederland. Al moet hij gehaald worden in Letland en Wit-Rusland.

,,Het moet geen ottershow worden'', zegt staatssecretaris Geke Faber (Natuurbeheer) over het plan om de otter na veertien jaar afwezigheid weer uit te zetten in Nederland. ,,Het is helemaal niet zo'n aaibaar dier en het is wel spannend als er tijdens een kanotocht een otter achter je aanzwemt, maar daar gaat het niet om.''

Ottershow of niet, als over twee maanden een aantal otters wordt uitgezet, is dat toch een prestatie die de staatssecretaris maar al te graag op haar naam wil schrijven. ,,Ik ga ervan uit dat over twee maanden het kabinet nog altijd demissionair is, dus dan kan ik erbij zijn'', zei Faber gisteren hoopvol.

In Zwolle tekende Faber een overeenkomst met de Stichting Otterstation Nederland. De overeenkomst legt vast dat het otterstation over zes weken twaalf otters uit Letland en Wit-Rusland levert aan het ministerie, die vervolgens na een korte opvang zullen worden uitgezet in de Weerribben, een natuurgebied van Staatsbosbeheer in de noordwesthoek van Overijssel.

Met het uitzetten van in totaal veertig otters in vier jaar moet een einde komen aan de ,,schande'', aldus natuurbeschermers, dat Nederland ondanks de vele beleidsinspanningen, er in de jaren tachtig niet in slaagde het typisch Nederlandse waterroofdier voor uitsterven te behoeden. ,,Waarop baseren wij ons morele gezag om andere landen op te roepen hun diersoorten te beschermen als wij onze dieren zelf laten uitsterven'', zegt voorzitter Jan Oosterwijk van het otterstation. In 1988 eindigde de laatste otter als ,,roadpizza'' in Friesland, aangereden in een door wegen versnipperd leefgebied, op zoek naar een partner die er niet meer was.

Inmiddels is de waterkwaliteit in de Weerribben zodanig verbeterd dat de kans op overleven danig is vergroot. Dat geldt ook de aangrenzende gebieden zoals De Rottige Meenthe, Wieden en Olde Maten, waar de otter wellicht naar zal uitwijken. Ook zijn er tunnels aangelegd en wegbermen afgerasterd, zodat de kans op aanrijdingen minimaal is geworden. Er zijn diervriendelijke waterkanten aangelegd om de otter gemakkelijk aan land te laten klauteren. En er zijn afspraken gemaakt met de visserij. Zo moet een keerwand, een grit, in de fuiken van de vissers voorkomen dat een otter erin verstrikt raken en verdrinken.

De twaalf wilde otters worden komende maand gevangen in Wit-Rusland en Letland. Er is gekozen voor gebieden die als ,,schatkamer'' van de natuur gelden, aldus Jan Oosterwijk, zodat door het wegvangen van de exemplaren de populatie niet te zeer wordt geschaad.

In Wit-Rusland, vertelt directeur Addy de Jongh van het otterstation, mag de otter zelfs nog worden bejaagd. ,,Een ottervel doet daar honderd dollar.'' Nederland stelt de lokale economie schadeloos door financiële steun voor de instandhouding van de ottergebieden. Als het vangen onverhoopt mislukt, dan zijn er volgens het otterstation nog otters uit dierentuinen beschikbaar.

Er is enige discussie over de mate van genetische verwantschap tussen de ottersoorten. Internationale richtlijnen schrijven voor dat er geen sprake mag zijn van ,,faunavervalsing'' tussen Oost-Europese en West-Europese otters. Maar daar is volgens onderzoeker Hugh Jansman van onderzoeksinstituut Alterra ,,geen sprake van''.

Wel zullen de otters intensief worden gevolgd via implantaatzenders en ook door te speuren naar otterkeutels waaruit veel informatie kan worden afgeleid. Jansman spreekt van ,,moleculaire faecologie''. Te zien krijgen we de otter nauwelijks, denkt Jansman. ,,We moeten het voornamelijk doen met pootafdrukken, prooiresten en keutels.''