Een snufje echt bij de nep

Het drama is sommige dramamakers niet genoeg. Met amateur-acteurs willen ze hun films en voorstellingen `echter' te maken. `Ik had iemand nodig die nog nooit een film of camera had gezien'.

Op het filmfestival van Rotterdam van afgelopen winter nam hij het applaus glimlachend en wat ongelovig in ontvangst, de negentienjarige Soedanese asielzoeker John Kon Kelei. Er werd voor hem geklapt wegens zijn rol in Tussenland, de film van Eugenie Jansen die later die week een Tiger Award zou winnen. Tussenland gaat over de ontmoeting tussen een oude man en een Soedanese asielzoeker, een jongen wiens verhaal veel overeenkomst vertoont met dat van John Kon Kelei. De oude man Jakob wordt gespeeld door Jan Munter, een tachtigjarige hoogspanningswerker die al jaren meedraaide in het figuranten- en amateurcircuit.

Eugenie Jansens film was niet de enige die tijdens het festival werd geroemd om het spel van de onervaren, niet-professionele acteurs. Het was ook lang niet de enige speelfilm waarin amateurs te zien waren. In Hundstage van de Oostenrijker Ulrich Seidl, die in Rotterdam in première ging en nu in de bioscoop draait, speelt een stel bewoners van een Weense buitenwijk zichzelf. De spelers in de Inuit-film Atanarjuat, the fast runner van Zacharias Kunuk, die in Cannes de prijs won voor het beste debuut, bleken grotendeels gerekruteerd uit de eskimo-bewoners van Baffin Island in arctisch Canada. En de regisseur van La Libertad, een Argentijnse film over een houthakker, illustreerde zijn artistieke raffinement door tijdens het festival in interviews op te scheppen over de mate van onervarenheid van zijn hoofdrolspeler. ,,Ik had iemand nodig die nog nooit een film of camera had gezien, iemand die echt helemaal van niets wist. Ik heb lang gezocht, maar uiteindelijk vonden we gelukkig zo iemand.''

Ook sommige theatermakers maken graag voorstellingen met amateurs. Sanne van Rijn of Cyrus Frisch laten hun amateurspelers geen rol spelen, maar zetten ze op het toneel als zichzelf. In Jezus/Liefhebber zette Frisch een paar jaar geleden een aantal zwaar verslaafde junkies en alcoholisten op het podium, Sanne van Rijn liet in Zwanenmeer een groep oude mensen uit een bejaardentehuis in Den Bosch als zichzelf optreden.

Waarom werken regisseurs graag met nieuwkomers en onwetenden, liefst zo bleu mogelijk? ,,Echt is spannend'', zegt Sanne van Rijn. ,,Bedenk maar hoe je opveert als er tijdens een theatervoorstelling iets helemaal misgaat. Dat geeft het publiek een ongelooflijke kick, maakt het alert.''

,,Acteurs hebben een vak geleerd, ze weten wat ze doen en wat ze teweegbrengen. Ze staan op het toneel met een verhoogd bewustzijn, en dat zie je. Vaak wint de acteur het van de rol die hij speelt. Ik ben nu juist op zoek naar argeloosheid, een soort zuiverheid. Omdat ze onervaren zijn, ontglipt aan amateurspelers vaak iets onbedoelds, en dat is mooi. Het nadeel is dat het spel van een amateur niet herhaalbaar is, je kan het niet construeren.''

Iemand die zelfs bij voorkeur met amateurs werkt, is de tv-regisseur Ruud Schuitemaker. Al vanaf de jaren tachtig gebruikt hij amateurspelers in op de werkelijkheid gebaseerde scenario's, in wat indertijd docudrama heette. In 1995 maakte hij bijvoorbeeld voor de IKON de tv-serie Link, waarin een stel jongeren situaties naspeelde, gebaseerd op interviews met weer andere jongeren. Eugenie Jansen was bij die serie zijn regieassistent. Omgekeerd coachte Schuitemaker John Kon Kelei en Jan Munter voor Tussenland.

Geweldig acteren

,,Ik zit meestal liever op een terras om naar mensen te kijken, dan dat ik acteurs volg in een serie'', zegt Schuitemaker. ,,Acteurs zijn voor vijfennegentig procent goed, maar ik zie zelden die honderd procent. Dat komt omdat er altijd die vijf procent techniek tussenzit: acteurs anticiperen op wat er gaat komen, bouwen keurig zoals het hoort de spanning op. Daarom zie je in drama op zijn best: geweldig acteren. Je zet de televisie aan en je weet onmiddellijk dat het een doen-alsof-spelletje is. Neem de televisieserie De negen dagen van de gier. Dat was een prachtige serie, maar wel een waarin de acteurs belangrijker leken dan de personages. Het zou helpen als professionele acteurs eens wat meer het ongeleide projectiel in zichzelf zouden ontdekken.''

Dat amateurspelers in de mode zijn, betekent niet dat professionele acteurs nu het brood uit de mond wordt gestoten. Als een regisseur besluit te werken met niet-professionele spelers (want wegens de associatie met slecht acteerwerk schuwt men het woord amateur) heeft hij daar doorgaans een speciale reden voor: er is hem bijvoorbeeld veel aan gelegen de werkelijkheid door zijn verhaal heen te laten schemeren.

Want dat is het wat die onervaren spelers met zich meebrengen: de wereld buiten het scenario. Er komt als het ware een snufje echt bij de nep, een beetje onaffe, rafelige, licht verwarrende of juist confronterende werkelijkheid. Dat ontwricht de al te bekende kaders waarin zo'n televisieserie, film of voorstelling zich voltrekt, en het voorkomt, als het goed is, dat toeschouwers de acteur zien en niet het personage dat ze Jan Decleir zien als norse oude man, in plaats van gewoon een norse, oude man.

Neem de regisseur van Hundstage, Ulrich Seidl. Net als Eugenie Jansen maakte Seidl documentaires voordat hij de grens naar fictie overschreed. In een interview in de persmap bij zijn film zegt hij dat hij geen onderscheid maakt tussen acteurs en niet-acteurs; het gaat hem om authenticiteit: ,,Ik kan niet werken met acteurs die alleen maar spelen. Ze moeten bereid zijn hun eigen leven in te zetten voor hun rol en hun scènes.'' Hundstage is een grimmig portret van de paranoia en kleingeestigheid in een welvarende Weense buitenwijk, waar de bewoners zich verschansen achter hun dichte rolluiken en smetteloos gewitte muren. De scènes zijn uitgeschreven, maar de personages zijn echt, net als hun onaanzienlijke bezigheden de verkoper van alarmsystemen wordt gespeeld door een verkoper van alarmsystemen, de dronken pornobaas is in werkelijkheid ook pornobaas, en zijn dronkenschap is niet gespeeld. Ook de zweetdruppels van de spelers zijn echt; Seidl filmde gedurende drie jaar alleen als het in Wenen boven de 35 graden was. Hundstage bevat een paar scènes die de verbeelding tarten, maar kennelijk wil Seidl er zeker van zijn dat men zijn staaltje Oostenrijk-bashing niet als gechargeerd opvat.

Nog een film met amateurspelers die in de bioscoop te zien is, is Kandahar van de Iraniër Makhmalbaf, waarin een vrouw in het Afghanistan van de Talibaan op zoek gaat naar haar zus de Afghaanse vluchtelingen in Kandahar worden gespeeld door Afghaanse vluchtelingen. Ook Makhmalbaf wil in zijn werk het onderscheid tussen feit en fictie niet maken, en hij realiseert zich waarschijnlijk heel goed dat niemand de overlevingsdrift van Afghaanse vluchtelingen zo goed kan spelen als zijzelf. Zowel in Kandahar als in Hundstage wordt het verbindende personage overigens gespeeld door een professionele actrice; die houdt als het ware het verhaal bij elkaar en voert de kijker langs de gebeurtenissen.

Grilligheid

In Tussenland lopen fictie en non-fictie op een ongezochte manier parallel, zonder dat het een het ander overschaduwt. Jan Munster mag dan geen Jakob zijn en John Kon Kelei geen Malok, maar hun gêne en voorzichtige contact zijn echt: onbeholpen, omzichtig, en volstrekt ongepolijst. In Tussenland draait het om die frisheid meer dan om de maatschappelijke werkelijkheid die de spelers ook vertegenwoordigen. `Authentiek' is opnieuw het woord dat dan valt. En authentiek geldt al snel als mooi en artistiek waardevol, wanneer technisch volmaakt, af drama het aanbod domineert.

Ruud Schuitemaker heeft in de loop der jaren allerlei methodes ontwikkeld om zijn spelers voor verrassingen te zetten, tot reacties te dwingen en zo grilligheid en authenticiteit in drama te vergroten. ,,Ik vraag een speler om te beginnen nooit om te doen alsof; het gaat er immers juist om dat iemand zichzelf vergeet. Wat helpt, is bijvoorbeeld om op de set de gespeelde situatie zoveel mogelijk te benaderen. Dat kun je al doen met kleine dingen: niet allemaal samen lunchen bijvoorbeeld. Als de acteurs gezellig met zijn allen in die cateringbus zitten, helpt dat niet als ze na de lunch een ruzie moeten spelen.

,,In Tussenland draait het om de ontmoeting tussen de oude man Jacob en de asielzoeker Majok. We hebben dus heel lang gewacht totdat we die twee bij elkaar brachten. Jacob moest chagrijnig zijn, terwijl Jan Munter doorgaans een opgewekt iemand is. We gaven Jan dus scheve schoenen en vroegen hem zich steeds te concentreren op het moeizame loopje dat hij nu had. Zo had hij geen mentale energie meer over om te doen alsof. Toen we vervolgens zagen dat hij zich echt heel erg stoorde aan die schoenen, hebben we ons daar in de repetities nog extra op gestort om die ergernis tot het chagrijn van zijn personage te maken.''

`Finals'

Niet alleen filmhuis- en festivalbezoekers, ook andere soorten toeschouwers stellen prijs op dat beetje echt. Voor het vierde achtereenvolgende seizoen zendt BNN de serie Finals uit, waarin edelfiguranten in vooropgezette situaties worden losgelaten, zonder dat ze die helemaal kennen. De spelers in Finals hebben camera-ervaring en kunnen improviseren, maar ze worden geconfronteerd met zoveel onverwachte dingen, dat ze aan het spelen van een rol nooit helemaal toekomen; daarvoor ontbreekt hun het raffinement en de techniek. Een van de spelers heeft de camera op zijn schouder, voor een verhoging van het gluurderseffect en het ongezochte spel. Het ruwe materiaal wordt in de montage ingesnoerd, wat een verhaaltje oplevert dat als een heel dun laagje over de vormeloze werkelijkheid ligt. Het resultaat is bedrieglijk echt, zo echt dat critici aanvankelijk niet wilden geloven dat het geënsceneerd was. Finals is zoals dat heet gecondenseerde werkelijkheid, werkelijkheid versterkt met een plotje en ingedikt tot een half uur. En dat moet, want ook al zijn professionele spelers en uitgeschreven rollen voor drama lang niet altijd noodzakelijk, zonder plot gaat het niet. Dat blijkt bijvoorbeeld uit realityseries als Big Brother, die nu het nieuwtje eraf is nog maar weinig kijkers trekken.

Het aardige is dat zelfs regisseurs van professionele, ervaren en zeer talentvolle acteurs op dit moment opnieuw veel zien in het verrassingselement. Improvisatietechnieken waren in de jaren zeventig in Nederland al eens in zwang – de acteurs van Het Werktheater maakten er in hun `sociaal-kritiese' voorstellingen veel gebruik van. Op zijn beurt zendt de Humanistische Omroep sinds twee seizoenen het programma De Vloer Op uit, waarin acteurs zich al improviserend een weg zoeken uit hedendaagse emotionele dilemma's. Het feit dat ook de spelers de afloop van het drama niet kennen, en misschien wel geen uitweg zullen vinden, maakt hun worsteling kennelijk des te geloofwaardiger.

In het fascinerende De Vloer Op is goed te zien hoe feit verandert in fictie en vice versa. Als de acteurs hun opdracht krijgen, zijn ze zichzelf. Daarna zie je hoe Gijs Scholten van Aschat, Carly Wijs, Helmert Woudenberg en anderen transformeren van persoon tot personage, en soms weer terug. Erg mooi was in een van de vorige afleveringen bijvoorbeeld de opdracht waarbij Saskia Temmink en Leopold Witte een stel moesten spelen. Temmink kreeg van te voren niet te horen wat Leopold Witte haar zou gaan vertellen (dat hij een verhouding had), net zo min als hij te horen kreeg wat zij in petto had (`ik ben zwanger'). Wat volgde, was een schitterende scène waarin de twee acteurs elkaar met hun schokkende nieuws probeerden te overdonderen. Ook sterk was een opdracht waarbij Gijs Scholten van Aschat Carly Wijs moest versieren. Even leek het of zij zich liet inpakken, maar toen vroeg ze opeens: `Mag ik je papa noemen?' Scholten van Aschat had moeite zich goed te houden, zijn ogen puilden bijna uit zijn hoofd, hij moest zijn handen voor zijn gezicht slaan om uitstel te krijgen. Maar hij kwam schitterend terug.

Voorzie de werkelijkheid van een besturingssysteem, denken regisseurs, of ontregel drama met wat onbestuurbare elementen. Zo kom je precies uit waar het het spannendst is: tussen feit en fictie in. En zo houd je het beste van twee werelden: de onvoorspelbaarheid van het echte leven, maar met de garantie van een fraai, bevredigend slot.

`Hundstage' draait komende week in Amsterdam, Groningen en Rotterdam;. `Tussenland' in Amsterdam, Delft en Zwolle; `Kandahar' in Amsterdam, Bergen, Arnhem, Haarlem en Middelburg; `Atanarjuat, the fast runner' in Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Nijmegen, Rotterdam en Utrecht. `De Vloer Op' wordt elke zondag om 22.10 uur uitgezonden op Ned. 3, `Finals' maandag om 21.55 uur op Ned. 2.