Een kus vol betekenis

De laatste kus tussen leiders van Saoedi-Arabië en Irak dateerde van 31 juli 1990, toen de Saoedische koning Fahd probeerde te bemiddelen tussen in de Iraaks-Koeweitse controverse over bezit van olievelden. Twee dagen later viel het Iraakse leger Koeweit binnen. Het is geen wonder dat daarna niet meer aan kussen werd gedacht. Saoedi-Arabië voelde zich beledigd en bedreigd, Koeweit was volledig van de kaart, en de resulterende kilte tussen beide Golfstaten en Irak duurde jarenlang voort.

Tot gisteren. Tijdens de vorige Arabische topconferentie, net geen jaar geleden, leidden nieuwe Arabische verzoeningspogingen tussen Irak en zijn buren nog tot niets, voornamelijk omdat het Iraakse leiderschap daar de zin niet van inzag, tenzij op zijn voorwaarden. Maar inmiddels is de situatie volledig veranderd. De Verenigde Staten dreigen het bewind van de Iraakse president Saddam Hussein ten val te brengen, en de laatste weet dat het menens is. Hij verzamelt dus bondgenoten en belangrijk daarbij zijn zijn buren.

Daarom beloofde Irak gisteren schriftelijk op de Arabische topconferentie in Beiroet voortaan de ,,onafhankelijkheid, soevereiniteit en veiligheid'' te respecteren van het naburige emiraat, dat het eerder altijd tot zijn eigen grondgebied rekende. In ruil daarvoor verklaarden alle Arabische leiders dat zij ,,een aanval op Irak of een bedreiging van de veiligheid en soevereiniteit van elk Arabisch land verwerpen, aangezien dat wordt beschouwd als een bedreiging van de nationale veiligheid van alle Arabische landen''.

Het Amerikaanse State Department toonde zich uiterst sceptisch over de Iraakse belofte. Maar de Saoedische kroonprins Abdullah vond het een kus met de Iraakse nummer twee, Izzat Ibrahim, waard, voor de camera's en onder applaus van de aanwezigen. Grote winnaar van van een overigens moeizame top: Irak.