Een groeps-Oscar

Vooraf ging het over de smerigste campagne ooit gevoerd. In de strijd om de Academy Awards was het gerucht verspreid dat de werkelijk bestaande hoofdpersoon van een van de favoriete films, A Beautiful Mind, antisemiet zou zijn. De lastercampagne mislukte, want A Beautiful Mind won de twee belangrijkste Oscars, die voor beste film en beste regisseur.

Maar dat was niet het nieuws van de 74ste Oscar-ceremonie. Hét nieuws, wereldwijd op voorpagina's gepresenteerd, was de triomf van de zwarte acteurs. Drie keer raak: Halle Berry won de Oscar voor haar hoofdrol in Monster's Ball, Denzel Washington voor zijn hoofdrol in Training Day en Sidney Poitier kreeg een ere-Oscar voor zijn hele oeuvre. Maar die filmtitels doen er eigenlijk niet toe. En die acteurs doen er eigenlijk ook niet toe. Wat telt is hun huidskleur.

Alle berichten repten over een revolutie in Hollywood. Een historische doorbraak voor de Afro-Amerikaanse filmgemeenschap. Eindelijk erkenning, na al die jaren van latent racisme. Natuurlijk is het merkwaardig dat in 74 jaar Oscars Halle Berry de eerste zwarte – een weinig adequate aanduiding in haar geval, maar goed – hoofdrolspeelster is die de hoofdprijs van haar vakgenoten krijgt. Oscar-presentatrice Whoopi Goldberg kreeg hem in 1990 voor Ghost, en Hattie McDaniel in 1939 voor Gone with the Wind, maar dat waren bijrollen. Bij de mannen is het nauwelijks beter.

Maar het is nog merkwaardiger dat het winnen van een prijs voor een individuele prestatie wordt beschouwd als de overwinning van een hele bevolkingsgroep. Iets waar de winnaars bij voorop lopen. ,,This moment is so much bigger than me'', wist Halle Barry huilend en trillend te melden. En ze droeg haar Oscar op aan ,,elke anonieme, gezichtsloze gekleurde vrouw die nu een kans heeft omdat deze deur vanavond is geopend.'' Denzel Washington deed het met humor: veertig jaar lang probeerde hij Sidney Poitier – die in 1963 een Oscar won – bij te benen en op de avond dat het eindelijk lijkt te lukken, geven ze ook nog een Oscar aan Poitier. De veteraan memoreerde de moeilijke start van zijn carrière en droeg zijn prijs op aan alle zwarte acteurs die hem zijn voorgegaan.

Drie acteurs winnen de mooiste prijs die er op hun vakgebied te winnen valt, en ze zeggen dat ze hem eigenlijk niet hebben verdiend. Ze wissen zichzelf uit, maken zichzelf tot een inwisselbaar onderdeel van een groep. Ze bevestigen de cynische veronderstelling dat de gevestigde orde van Hollywood hen niet bekroont omdat ze zo'n mooie rol hebben gespeeld, maar omdat het tijd werd om zwarte acteurs te bekronen. Waarom kan een lid van een minderheid niet gewoon zichzelf vertegenwoordigen, in plaats van die hele minderheid?

De Oscars voor Berry, Washington en Poitier zijn terecht. De manier waarop zij hun prijzen hebben geaccepteerd, en de manier waarop hun prijzen worden geïnterpreteerd, duiden echter eerder op een nederlaag dan op een overwinning. Het gejuich is geen bewijs van emancipatie van de zwarte (film)gemeenschap, maar van achterstand. Het wachten is op de zwarte winnaar die de Oscar opdraagt aan z'n moeder.