Een graad in geweld

`De stemmen die we uitbrengen, moeten vergezeld gaan van onze wapens. [...] De stemmen van het volk en de geweren van het volk zijn altijd als Siamese tweelingen.' Zo verwoordde in 1976 de toenmalige onafhankelijkheidsstrijder Robert Mugabe zijn visie op verkiezingen. Die visie heeft de latere president van Zimbabwe, aan de macht sinds 1980, nooit bijgesteld.

Politiek geweld bezorgde hem begin deze maand zijn zoveelste overwinning bij de presidentsverkiezingen. De oppositie reageerde verbijsterd omdat haar `de zege was ontstolen'. Maar ze had beter kunnen weten. Robert Mugabe heeft in zijn hele politieke loopbaan nooit oppositie gedoogd. Niet vóór de onafhankelijkheid, toen hij weigerde zijn Zanu-partij een gemeenschappelijk front te laten vormen met de Zapu-partij van Joshua Nkomo. Niet na de onafhankelijkheid, toen hij zijn door Noord-Koreanen getrainde Vijfde Brigade afstuurde op 400 dissidenten van Zapu en duizenden burgers in Matabeleland liet vermoorden. Niet bij de verkiezingen in 1985 en 1990 en 1995, hoe marginaal en onbetekenend de oppositie ook was.

Neem een reclamefilmpje van Mugabe bij de verkiezingen van 1990, gericht tegen de oppositiepartij ZUM. Gepiep van remmende banden, geluid van versplinterd glas en buigend metaal. Daarna het beeld van een autowrak. `Dit is één manier om te sterven', zegt de commentaarstem. `Een andere manier is om op ZUM te stemmen. Pleeg geen zelfmoord. Stem op Zanu-PF en blijf in leven.' Tien jaar later zou de man die in zijn jongensjaren had gegrossierd in doctorstitels, zich op zijn borst kloppen en ronken dat hij `een graad in geweld' had gehaald.

De Britse schrijver Martin Meredith toont in zijn boek over Mugabe overtuigend aan dat de president heel zijn leven geobsedeerd is geweest door macht. Maar hij verklaart die machtshonger niet. Hij geeft ook geen antwoord op de vraag die op de achterflap wordt gesteld: `Waardoor veranderde een idealistische politiek ziener in een brute autocraat'. Hij maakt zelfs niet duidelijk dat Mugabe ooit een politiek ziener is geweest.

Hij vertelt wel dat Mugabe elf jaar gevangen zat, dat het blanke minderheidsbewind van Ian Smith twee keer vergeefs een moordaanslag op hem heeft gepleegd, dat hij zijn twee eerste kinderen verloor, en dat hij niet eens de gevangenis even mocht verlaten om de begrafenis van zijn drieënhalf jaar oude zoon bij te wonen, die hij nooit had gezien. Hij schildert Mugabe als man zonder vrienden die persoonlijke relaties als `veel te dichtbij' verwerpt. Maar hij wekt geen moment te indruk dat hij de 78-jarige vos ook doorgrondt. Hij heeft vrijwel geen van diens naasten persoonlijk gesproken. Zijn boek is te veel studeerkamerwerk. Degelijk, maar obligaat. De auteur die voor zijn Mandela-biografie The Past Is Another Country nog internationaal werd geprezen, heeft zich laten verleiden tot een vluggertje.

Martin Meredith: Mugabe. Power and Plunder in Zimbabwe. Perseus, 243 blz. E30,50