`Don't look up! Keep moving!'

Heel vaak moet op 11 september het woord `film' zijn gevallen. Ooggetuigen, televisiekijers, zelfs deskundigen maakten vergelijkingen met rampenfilms als Independence Day en Towering Inferno. Misschien lag het aan de veilige camera-afstand waarmee de brandende WTC-torens werden geregistreerd of aan de ontelbare herhalingen van Boeings die zich als in een computerspelletje in de torens boorden. Zou dezelfde associatie zijn opgekomen als de televisie meteen close-ups had uitgezonden van de richels van de Twin Towers, waar mensen in doodsnood moesten kiezen tussen branden of springen? Waarschijnlijk niet. Het stralende blauw en het catastrofale oranje van die dinsdagmorgen camoufleerden wat zich lijfelijk in New York afspeelde. De identificatie kwam pas later, toen kranten vallende lichamen lieten zien.

Een half jaar na dato publiceert Life het kwalitatief hoogstaande fotoboek One Nation; America Remembers September 11, 2001. De inhoud is grotendeels vertrouwd. De scherpe bochten, de eerste inslag om 08.47 uur, de branden, de ineenstortingen, de stofstormen, de onafzienbare ravage en tussendoor de smalle trappen waarlangs drijfnatte werknemers gedisciplineerd – `Don't look up! Keep moving!' schreeuwden hulpverleners – probeerden te ontsnappen. En één maal zie je, inderdaad, een man naar beneden springen, terwijl een collega zich nog even vastklampt aan een raamsponning.

One Nation is – ondanks de persoonlijke terugblik op die ene dag van een tiental schrijvers en journalisten – vooral een visueel eerbetoon aan alle betrokkenen en nabestaanden van de slachtoffers. De brandweermannen, de artsen en verpleegsters, de asbest-manschappen, de geestelijken: ze zijn in hun volledige, soms smerige uitrusting tegen een spierwitte achtergrond steeds ten voeten uit en zonder een spoor van `show off' geportretteerd. In korte citaten memoreren ze hun eigen ontsnapping op het nippertje, hun omgekomen collega's en hun zwaarverbrande patiënten. Iemand vertelt een uur lang de telefoon te hebben vastgehouden, terwijl degene die gebeld had hoorbaar al drie kwartier eerder op vluchtnummer 93 in Pennsylvania was neergestort. En dan zijn er de weduwen met hun kleuters, die steeds naar hun vader in de hemel willen bellen – zo sober afgebeeld dat je er langer naar kijkt dan naar het zoveelste panorama van Ground Zero.

Het zorgvuldig vormgegeven boek combineert persoonlijke herinnering met nationale hereniging, horror met heroïek, en geen enkele van de nog steeds verbijsterende foto's doet denken aan een filmset. `Ik denk dat Amerika nu bij de rest van de wereld hoort op een manier zoals nooit tevoren', aldus een ooggetuige. De Life-redactie legde dat trauma voor zover mogelijk volledig en ingetogen vast, al blijft het royaal gefotografeerde vlagvertoon op aktetassen, auto's en stadions, dat nog altijd onvermoeibaar voortgaat, lastig invoelbaar. Met zo'n zelfde symbool van nationale trots sluit het boek af: een piloot die in zijn F-18 stapt op het vliegdekschip USS Enterprise op 11 oktober 2001. De oorlog die gevoerd moest worden was begonnen.

One Nation; America Remembers September 11, 2001. Life, 192 blz. geïll. E38,–