Dodendans Sharon en Arafat voortgezet

Premier Sharon voerde van meet af aan oppositie tegen het akkoord van Oslo, maar door Hamas niet aan banden te leggen heeft Arafat de crisis naderbij gebracht.

De oorlog die premier Ariel Sharon vannacht tegen de Palestijnse terreur in de Palestijnse gebieden op de Westelijke Jordaanoever heeft gelanceerd, is een variant op de Libanese oorlog. In 1982 was Sharon als minister van Defensie onder Likudpremier Menahem Begin de drijvende kracht achter de vernietiging van de PLO-ministaat in Zuid-Libanon, gevolgd door de verdrijving van de Palestijnse leider Yasser Arafat uit Beiroet naar Tunis. Sharon heeft er nu wegens verzet van de ministers van de Arbeidspartij vanaf gezien Arafat uit zijn hoofdkwartier in Ramallah te verbannen. Ook de hoofden van de veiligheidsdiensten waren fel tegen. Voorlopig stelt Sharon zich in de al dertig jaar durende dodendans met Arafat tevreden met het volledige isolement van de Palestijnse leider in zijn hoofdkwartier in Ramallah. Van ,,irrelevant'' is Arafat door Sharon in de huidige fase tot ,,vijand'' van Israël uitgeroepen.

Arafat zette indertijd na de eerste intifada (van 1987 tot 1993) en de internationale vredesconferentie in Madrid in 1991 (na de Golfoorlog) via het akkoord van Oslo zijn verbanning naar Tunis om in een triomfantelijke intocht in de autonome Palestijnse gebieden. Van meet af aan voerde Sharon oppositie tegen het akkoord van Oslo waaruit een Palestijnse staat naast Israël moest worden geboren. Twee sluipbewegingen, de Palestijnse terreur van islamitischen huize en de voortgaande bouw van Israëlische nederzettingen, hebben de hoop op vrede gedoofd.

Het is vandaag Arafats tragiek en ook zijn zwakte dat hij kort na zijn komst naar de Palestijnse autonome gebieden geen vuist heeft gemaakt tegen de ideologische tegenstanders van vrede met Israël in het Palestijnse kamp. De moslim-fundamentalistische beweging Hamas in het bijzonder heeft in het begin van het vredesproces, maar ook eergisteren en vannacht nog een cruciale rol gespeeld in het drama dat zich nu tussen Israël en de Palestijnen ontvouwt. Reeksen dodelijke aanslagen door Hamas schiepen in de jaren negentig een sombere stemming in Israël waaruit Yigal Amir, de moordenaar van premier Yitzhak Rabin (november 1995), is voortgekomen. Eerder vermoordde de kolonist Baruch Goldstein, tegen dezelfde achtergrond, 29 biddende Palestijnen in de Ibrahim-moskee in Hebron. Deze misdaad heeft de Palestijnen op het spoor van de zelfmoordterreurwraak gezet. [Vervolg ISRAEL: pagina 5]

ISRAEL

Hamas geeft Sharon een alibi over hoofd van Arafat heen

[Vervolg van pagina 1] Arafat heeft noch de visie noch de moed opgebracht van David Ben-Gurion, de stichter van Israël, die ideologisch gemotiveerd joods verzet brak tegen de deling van Palestina in een joodse en Palestijnse staat. Uit vrees voor een Palestijnse burgeroorlog is Arafat een confrontatie met de ideologische tegenstanders van zijn aanvaarding van de deling van Palestina in het akkoord van Oslo uit de weg gegaan.

Israëlische leiders als Benjamin Netanyahu, Ehud Barak en nu Sharon hebben zich stelselmatig op het standpunt gesteld dat Arafat Palestijnse terreur oogluikend toeliet om van Israël verdere territoriale concessies af te dwingen. Hamas is echter nooit geïnteresseerd geweest in Israëlische concessies. Deze beweging hield vast aan de vervanging van Israël door een islamitische Palestijnse staat in heel Palestina.

Het is daarom geen toeval maar beleid dat Hamas-terroristen op het moment dat de Arabische wereld in Beiroet Israël woensdag de vredeshand reikte, in Netanya en gisteravond in de nederzetting Elon-Moreh bij Nablus toesloegen.

Hamas heeft Sharon over het hoofd van Arafat heen een onweerstaanbaar alibi gegeven om met de Palestijnse terreur en daardoor eigenlijk ook met Arafat af te rekenen. Sharon heeft de afgelopen maanden met grof militair geweld Arafats militaire infrastructuur dermate verzwakt dat zijn oproepen aan de Palestijnse leider om de Palestijnse terreur te onderdrukken nauwelijks gevolgd konden worden. Heel consequent heeft Sharon Arafat in de hoek gedreven.

Het doel van de grote en kennelijk ook langdurige vannacht begonnen Israëlische invasie is duidelijk : het stelselmatig uitroeien van de Palestijnse terreur maar zonder het Palestijnse gezag volledig te gronde te richten. Van herovering van de Palestijnse gebieden als einddoel van deze operatie is geen sprake. Het Palestijnse gezag, zonder Arafat als het kan, wordt als orgaan geëerbiedigd omdat Sharon ook begrijpt dat er uiteindelijk moet worden onderhandeld over een vredesregeling.

Het hangt van de internationale gemeenschap en de reacties van de Arabische landen af of Sharon wekenlang een groot militair offensief tegen de Palestijnen kan voeren. De ervaring in het Israëlisch-Arabisch-Palestijns conflict leert dat de internationale gemeenschap Israël weinig tijd toestaat om militaire doeleinden te realiseren.

Het mobiliseren van 20.000 reservisten is echter een teken dat het Sharon om een niet aan tijd en geografie gebonden militaire operatie gaat.

In de context van het Israëlisch-Arabische geschil is mobilisatie een destabiliserende factor. ,,Wij zullen alles doen om uitbreiding van het conflict te voorkomen'', zei Sharon vanmorgen. ,,Wij zijn op alles voorbereid.''