De laatste grootste

Het overlijden van Billy Wilder (95), gisteren aan een longontsteking in zijn huis in Beverly Hills, markeert het definitieve einde van een tijdperk. Ook al had hij sinds 1981 (Buddy, Buddy) geen film meer geregisseerd, de laatste overlevende gigant van de Gouden Eeuw van Hollywood (1935-65) kon er nog steeds over vertellen, in talloze anekdotes en bon-mots. Wilders weinig rooskleurige visie op de mensheid, in zijn scenario's en films vrijwel uitsluitend voortgedreven door hebzucht en bronstigheid, maakte hem tot een scherp observator van de mores in glamourland. Daar ging ook zijn beste film over, Sunset Blvd. (1950), waarin het lijk van William Holden, drijvend in een zwembad, de vertellersfunctie vervult en de echte hoofdrol is weggelegd voor de vrouw die hem in het verderf stortte, een diva uit de periode van de zwijgende film (Gloria Swanson: ,,Ik ben nog steeds groots! Het zijn de films die zijn gekrompen.') en haar butler Erich von Stroheim.

Billy Wilder, geboren als Samuel Wilder op 22 juni 1906 in Sucha, dat toen tot Oostenrijk-Hongarije behoorde en nu in Polen ligt, was ook een man van oude Midden-Europese tradities, die hij mede in Hollywood ingang deed vinden. Eerst deed hij dat als assistent en scenarioschrijver (Ninotchka, 1939) van regisseur Ernst Lubitsch, iets later als maker van de beste film noir, namelijk Double Indemnity (1944), die zijn duistere mensbeeld onder meer ontleende aan het Duitse filmexpressionisme.

Hij was naar Wenen gekomen om rechten te studeren, maar trok snel door naar Berlijn, waar Wilder, zoals hij altijd zelf gretig vertelde, enige tijd in zijn levensonderhoud voorzag als Eintänzer, een knappe jongeman die tegen betaling met dames danst. Een carrière als journalist (later weerspiegeld in sarcastische films over de rol van de pers als Ace in the Hole en The Front Page) werd snel onderbroken om scenario's te schrijven, bij voorbeeld voor de klassieke semi-documentaire Menschen am Sonntag (Robert Siodmak, 1929) en de Kästnerverfilming Emil und die Detektive (1931).

Toen Hitler aan de macht kwam, maakte de jood Wilder zich geen illusies en vertrok onmiddellijk, via Parijs, waar hij zijn eerste speelfilm coregisseerde, naar Amerika. Daar werkte hij weer als scenarioschrijver, al snel in een succesvol duo met Charles Brackett. Zijn eerste eigen film was The Major and the Minor (1942), de eerste twee van zes Oscars (in totaal twintig nominaties) won Wilder voor regie en scenario van The Lost Weekend (1945), nog steeds de scherpste analyse van wat alcoholisme met iemands persoonlijkheid doet.

Hoe zeer Billy Wilders plots en dialogen (vanaf 1957 schreef hij samen met I.A.L. Diamond) ook geprezen werden, hij was ook een groot regisseur, die uitstekend, samen met decorontwerper Alexandre Trauner, kunstmatige werelden visueel kon creëren (bij voorbeeld het Parijs van Love in the Afternoon en Irma la Douce uit 1963, de grootste hit in de Nederlandse bioscoopgeschiedenis). Hij creëerde sterren als Jack Lemmon, Shirley MacLaine en Marilyn Monroe, die hij haar beste rol (Some Like It Hot) en beroemdste beeldmerk (de opwaaiende jurk in The Seven Year Itch) schonk.

De licht misantropische blik van Wilder leidde tot films als The Apartment (drie Oscars voor Wilder in 1961: productie, regie en scenario), waarin Jack Lemmon promotie maakt door zijn bazen de sleutel van zijn flatje te lenen om vreemd te kunnen gaan, of Avanti! (1972), waarin de kinderen van twee overleden overspeligen bij de begrafenisondernemer verliefd op elkaar worden. Net als bij de in de verte verwante Paul Verhoeven, werden sommige films van Wilder op het moment dat ze verschenen, smakeloos gevonden,vulgair en aanstootgevend. Het beste voorbeeld is Kiss Me, Stupid (1964), maar ook One, Two, Three (1961) lijkt hard aan rehabilitatie toe.

Het valt moeilijk voor te stellen dat Wilder, met zijn nasale stem en sterk Duitse accent, monkelend van plezier, er zelf niet meer zal zijn om zijn commentaar te geven. Of een sprankelend dankwoord te spreken bij weer een Lifetime Achievement Award voor zichzelf. Wilder blijft groots, het zijn de films die krimpen.