De kreek is altijd koel

Alle familieromans gaan over eenzaamheid. Zo ook Scheurbuik, de door tientallen personages bewoonde debuutroman van Annette de Vries (1954). Daarin vertrekt actrice Lucia Mac Nack op 33-jarige leeftijd naar Suriname, het land waar ze opgroeide. Dat doet ze op verzoek van haar homoseksuele vriend Miquel del Prado. Die groeide met haar op in Suriname, ging net als Lucia naar Nederland om een loopbaan in de kunstwereld na te streven (hij is danser), maar ging terug naar de boerderij waar hij opgroeide nadat bleek dat hij niet lang meer te leven had. Eenmaal daar realiseert hij zich dat geen van zijn Surinaamse familieleden hem werkelijk begrijpt en om zijn eenzaamheid te doorbreken vraagt hij Lucia over te komen.

Dat doet Lucia – die zich in haar leven in Nederland al zo zorgvuldig mogelijk voor de buitenwereld afschermt, en zeker ook voor de liefde – en zo keert ook zij terug bij de mensen in wier nabijheid ze opgroeide: de familie Del Prado. De familieleden zijn allen op eigen wijze eenzaam: Miquels oom Ferdinand scharrelt rond op zijn vervallen boerderij, zijn leven bestaat voornamelijk uit het contact met zijn tientallen honden en met `Leo', zijn auto. Miquels moeder, Sophia, is een stroeve vrouw die haar kinderen nooit heeft begrepen. Die kinderen lacht het leven ook al niet toe: Carmen is een teruggetrokken weduwe die geregeld haar tuinman verleidt en Pedro is een rokkenjager die door zijn vrouw is verlaten en alle vrouwen grijpt die hij in het vizier krijgt.

Niet alleen deze personages worden in de eerste vijftig pagina's van het boek overtuigend en helder in de startblokken gezet, ook de achtergrond van het verhaal ontsnapt niet aan de aandacht van De Vries: de dilemma's van het leven tussen twee culturen zonder in een van beide werkelijk thuis te zijn, het schrikbarende verval van Suriname sinds de onafhankelijkheid, de wonden van de militaire dictatuur en de rol van winti in het Surinaamse leven.

Zeker bij dat laatste ontwijkt De Vries menige literaire valkuil, doordat ze zich niet verliest in zweverige, mystieke bespiegelingen, maar de daden van de geesten beschrijft alsof deze de gewoonste zaak van de wereld zijn. Bijvoorbeeld wanneer Ferdinand de geest ontmoet die hem meevoert naar de dood: `Ze lachte kakelend. Toen diepte ze uit haar vodden een doosje lucifers op, dat ze hem rammelend onder de neus hield. Ze streek een lucifer af, keerde zich om en begon in de richting van de kreek voor hem uit te lopen. De brandende lucifer als een kleine toorts boven haar hoofd. Iedere keer dat de lucifer uitging, wat al na een seconde of tien gebeurde, gooide ze hem weg en stak zonder stil te staan een nieuwe aan.'

De Vries' gooi naar een Surinaams-Nederlandse variant van de klassieke Latijns-Amerikaanse magisch-realistische roman is tot op zekere hoogte geslaagd, zeker als het gaat om de mogelijkheid een groot publiek te bereiken en bekoren. Ongeveer zoals Isabel Allende daarin meestal slaagt. Helaas dringt zich ook in literaire kwaliteit de vergelijking met de invuloefeningen van Allende op. Want uiteindelijk gaat alles in Scheurbuik wel erg snel en plotseling. Nauwelijks heeft Lucia met haar onorthodoxe verschijning de familie Mac Nack opgeschud of de chique Carmen verschijnt in het openbaar met haar jonge tuinman. Op dezelfde manier zorgt Lucia ervoor dat de bedienden hun werkgevers mogen tutoyeren en meer van dergelijke moderniteiten. De woede van de familie – en vooral van de jaloerse Miquel – als Lucia en Pedro het met elkaar aanleggen komt snel op, maar zakt ook weer snel weg.

Dat de in het begin van het boek zo royaal opgeworpen thema's vrijwel allemaal worden afgevoerd zonder dat ze werkelijk uitgediept zijn heeft ook te maken met de vlakke stijl van De Vries. Scheepstoeters stoten sonoor, het ochtendlicht is tintelend, mensen hebben een gespannen uitdrukking op hun gezicht, situaties `irriteren en beklemmen', de lucht is altijd warm, de lakens zijn klam en het water in de kreek is bij iedere zwempartij weer heerlijk koel. Bovendien grossieren de karakters in het zo expliciet mogelijk uitdrukken van hun gedachten en gevoelens, soms ook wanneer je dat niet verwacht, bijvoorbeeld tijdens het voorspel: `Ik ben ook bang (...) Ik heb net een soort houvast gevonden. Als ik met jou ga vrijen, verlies ik dat misschien weer. Maar aan de andere kant... (...) Jij bent alles wat ik hier mooi vind, alles waar ik van hou, alles van vroeger, alles. Ik wil zo graag met je vrijen, je in me voelen.'

Op dezelfde manier krijgt Lucia van Miquel de moraal van Scheurbuik te horen: `Je moet je niet zo op de gemeenschap richten, je er niet zo door laten bepalen.' Zo worden de twee `vreemdelingen' uiteindelijk toch weer naar zichzelf terugverwezen, lijkt de eenzaamheid toch weer te verkiezen boven de gemeenschap. Dat is een interessante conclusie voor een familieroman. Er had dus echt meer in gezeten.

Annette de Vries: Scheurbuik. Atlas, 319 blz. €18,50