Aparte CAO voor 45 scholen in Brabant

Ons Middelbaar Onderwijs (OMO) in Tilburg met 45 scholen heeft een eigen CAO. Daarin staat onder meer dat leraren 10 procent minder lesuren zullen hebben. Dit om de hoge werkdruk te verlichten.

OMO, met 6.700 werknemers de grootste werkgever in het voortgezet onderwijs, is het eerste schoolbestuur met een eigen CAO. Schoolbesturen kunnen dit jaar voor het eerst rechtstreeks met de vakbonden onderhandelen over de secundaire arbeidsvoorwaarden. Ze krijgen daarvoor geld van minister Hermans (Onderwijs).

De minister is voorstander van de CAO-op-maat, waarin schoolbesturen zelf kunnen bepalen welke arbeidsvoorwaarden het best passen bij hun werknemers. De salariëring van leerkrachten is vorig jaar wel centraal geregeld door het ministerie van Onderwijs.

OMO onderhandelde met de Algemene Onderwijsbond (AOb) en de onderwijsbonden CNV en CMHF over de nieuwe arbeidsvoorwaarden. Leraren in dienst van OMO hoeven op het vmbo en de onderbouw van havo en vwo nog maar 23 uur per week voor de klas te staan, en in de bovenbouw 24 uur per week. Landelijk is dat 26 uur per week. Leraren vinden verlaging van de werkdruk belangrijker dan een hoger salaris, redeneert het bestuur. De tijd die vrijkomt, kunnen ze besteden aan de voorbereiding van de lessen. Overigens week OMO met een werkweek van maximaal 25 lesuren al af van de landelijke CAO.

OMO verwacht nu op de krappe markt gemakkelijker nieuwe leraren, ook van andere scholen, te kunnen werven. Dat is ook nodig want door de verlaging van de werkdruk heeft OMO ruim honderd docenten extra nodig.

Niet iedereen is blij met deze ontwikkeling van een aparte CAO. Onderhandelaar Peter van der Laan van de christelijke werkgeversvereniging Besturenraad vreest dat met verschillende CAO's de concurrentie tussen scholen toeneemt. ,,Het verschil tussen arme en rijke scholen zal groter worden. Scholen met meer geld kunnen meer bieden en dan roepen: Kom bij ons werken en niet bij de buren. Dat is een impliciete oorlogsverklaring aan naburige scholen. Schoolbesturen hebben ook een verantwoordelijkheid voor de hele sector.''