Alles over Zalk

Jaarlijks worden er zo'n half miljoen bezoeken afgelegd aan archieven van overheidsinstellingen. Verreweg het grootste deel van de bezoekers komt, zoals wel eens wordt opgemerkt, om `hun geslacht te onderzoeken'. Het gros van hen beperkt zich tot het verzamelen van zo veel mogelijk geboorte-, trouw- en overlijdensdata van hun voorouders. Een kleine groep weet de stamboom uit te bouwen tot een heuse familiegeschiedenis. Een enkeling, zoals Jan van de Wetering, schrijft uiteindelijk een regionale studie. Wat begon als een zoektocht naar zijn roots, mondde uit in een verhelderend boek van het gebied tussen Kampen en Zwolle. Nadat Van de Wetering de namen en data van geboorte, huwelijk en overlijden van zijn voorouders in een kwartierstaat had samengebracht, stapte hij naar het archief met de opmerking dat hij `alles' wilde weten van Dieze, Wilsum en Zalk. Ik krijg de indruk dat Van de Wetering inderdaad alles onder ogen heeft gehad. In Vergeten levens beschrijft hij de gang van zaken in een kleine plattelandsgemeente op een boeiende wijze en met een scherp oog voor details.

Van de Wetering begon aan zijn onderzoek met de veronderstelling dat de vroegere bewoners van Zalk, Dieze en Wilsum `allemaal boeren' waren geweest. Maar hij kwam ook veermannen, tappers en kasteleins, een tuinman, vissers, mattenmakers en zelfs een onderwijzer annex koster tegen. Met veel geduld heeft hij zich verdiept in de wijze waarop zij, in het frequent door rampen en plagen geteisterde gebied, het hoofd boven water hielden. Zo was Hendrik Beerens Fix in de tweede helft van de achttiende eeuw tegelijkertijd schoolmeester, koster, voorlezer, voorzanger, stadssecretaris, stadsrekenmeester en ontvanger van de belastingen en werkte Evert Arends een tijdlang als tuinman bij de dichter Rhijnvis Feith; Aan de hand van de lotgevallen van deze personen wordt in thematische hoofdstukken veel zinnigs geschreven over de dagelijkse strijd om het bestaan, de politieke constellatie, het onderwijs, de armenzorg en de religieuze verhoudingen in de achttiende en negentiende eeuw.

Dat het gevaarlijk is om hedendaagse religieuze opvattingen – in dit deel van Salland is men nu nogal streng in de leer – terug te projecteren op vroegere tijden, leert het in geuren en kleuren uitgewerkte conflict uit 1806, met predikant Hendrik Calcoen in een hoofdrol. Deze had zijn vrouw voor de rechter gedaagd. Het citaat uit het door Van de Wetering opgespoorde verhoor laat geen ruimte voor misverstand over de aanklacht: `En zag getuyge niet duidelijk dat den heer J.A. Valk boven op des producents [de predikant] vrouw lag? De eerste getuyge zegt van ja. Zodanig, dat de rokken van des producents vrouw naar boven het lijf opgestroopt waaren en in zodanige houding en beweging als gewoonlijk man en vrouw zijn welke de huwelijksplichten betrekkelijk de voortteling uitoefenen? De eerste getuyge zegt van ja.' Van de Wetering citeert graag uit dit soort bronnen. Helaas is niet elke bron even plastisch. In met name de latere hoofdstukken had het boek met parafraseren veel aan kracht kunnen winnen. Vergeten levens kan desondanks de vergelijking met Van Deursens studie over Graft en Geert Maks relaas over Jorwerd goed doorstaan.

J. van de Wetering: Vergeten levens. Geschiedenissen van het Sallandse land. Publicaties van de IJsselacademie nr. 144; 383 blz. E15,–