Volksvertegenwoordiging is niet failliet

Het vurige pleidooi in NRC Handelsblad van 22 maart onder de kop `Volksvertegenwoordiging moet worden afgeschaft' trok natuurlijk direct mijn aandacht. De aandacht veranderde in zorg toen ik vaststelde dat één van de schrijvers – Roel in 't Veld – decaan is van een postacademische opleiding voor topambtenaren. Tot mijn opluchting eindigt de beschouwing met de erkenning dat er ,,haken en ogen'' zijn, dat ,,een grondig dispuut'' nodig is en dat ,,ieder'' ervan weerhouden moet worden om lichtvaardig daadwerkelijk stappen te zetten. Een beetje topambtenaar is dus gewaarschuwd: voorlopig niets doen.

Maar dus wel een dispuut. Een bijdrage mijnerzijds aan dat dispuut moet beginnen met een krachtige ontkenning van wat de beide schrijvers met veel aplomb poneren: de huidige volksvertegenwoordiging is failliet. Daar voeg ik direct aan toe dat verbeteringen zoals andere schrijvers een week eerder onder de kop `Open het politieke systeem' (opiniepagina, 16 maart) bepleitten, zeker overwogen moeten worden. Die eerdere beschouwing is overigens ook niet vrij van grote woorden de schrijvers vergelijken zichzelf met Emile Zola toen hij zijn `J'accuse' publiceerde maar onder die schrijvers bevinden zich enkele kandidaat-Kamerleden. Die vinden het dus kennelijk nog de moeite waard om tot de volksvertegenwoordiging toe te treden en ik vertrouw erop dat zij het dispuut daarbinnen zullen voortzetten.

Terug naar In't Veld en zijn mede-auteur Albert Jan Kruiter, die behalve promovendus ook organisatie-adviseur is. Het is mij een raadsel hoe deze beide schrijvers kunnen geloven in een utopie waarin geen plaats meer is voor wat zij noemen een ,,gekozen algemene volksvertegenwoordiging'' die wetten maakt en de toepassing daarvan controleert. Wel zouden huns inziens andere organen rechtstreeks gekozen moeten worden: de Algemene Rekenkamer, de Nederlandse Mededingingsautoriteit, Opta en nog meer niet-gespecificeerde controleurs en marktmeesters. De normen waaraan deze instituten moeten toetsen zouden tot stand moeten komen langs de weg van interactieve besluitvorming.

In een aanval van onzekerheid merken de beide utopische denkers op dat die interactieve besluitvorming ,,al dan niet'' via single-issue-organisaties tot stand moet komen. De ANWB die regels maakt voor het verkeer? Amnesty die regels maakt voor de rechtspleging? De vakcentrales voor arbeidsomstandigheden? Ja, antwoorden In't Veld en Kruiter, dat zou kunnen maar misschien kan het ook niet.

Ik ben dankbaar voor het werk van organisatie-adviseurs. Zij hebben vaak ook bij de overheid een heilzame invloed gehad door te laten zien dat er meer opties zijn dan de traditionele procedures. Maar het realiteitsgehalte van de hier geschetste alternatieven is wel erg klein. Ik zie die structuren absoluut niet functioneren en ik vrees zelfs, gezien de menselijke natuur, dat een keuze voor die structuren eerst leidt tot chaos en anarchie en vervolgens tot een concentratie van allerlei vormen van macht bij een minderheid of zelfs bij één persoon die de ,,interactieve besluitvorming'' manipuleert. Vroeger heette dat een dictator. Dit is nu juist een vorm van staatsinrichting die Nederland in de geschiedenis bespaard is gebleven. Ik wil dat graag zo houden.

Het poldermodel heeft vele verdiensten, maar niet die van voortvarendheid. Dat mag echter geen reden zijn om de dijken maar door te steken. De verkiezingen op 15 mei zullen nieuwe mensen in de Tweede Kamer brengen en nieuwe fracties. Die zullen zich gezamenlijk bezinnen op de verhouding tussen maatschappelijk primaat en publiek primaat, de verhouding tussen markt en overheid en civil society. En uiterlijk in 2006 zullen er opnieuw verkiezingen zijn. Ik hoop dat degenen die dat saai en ouderwets vinden zelf toch hun stem zullen uitbrengen, niet alleen in de virtuele samenleving, maar voorlopig gewoon in een school waar het ruikt naar gymnastiekles en schriften.

www.nrc.nl/opinie : Democratie