Verdeeld Rusland op lange, zware weg naar WTO

Rusland is kandidaat-lid voor de Wereldhandelsorganisatie WTO. Maar de weg is nog lang en binnenlandse oppositie hiertegen is machtig. `2003 is rijkelijk optimistisch.'

Rusland in 2003 al in de Wereldhandelsorganisatie (WTO); het zou een beloning zijn voor de steun aan de coalitie tegen het terrorisme. ,,De WTO heeft Rusland nodig'', zei WTO-voorzitter Michael Moore begin dit jaar. ,,En tegenwoordig is er een kerngroep van ministers met de wilskracht, de paardenkracht en de vuurkracht om het lidmaatschap te realiseren.''

Maar wil Rusland eigenlijk wel? De Russische WTO-onderhandelaar Maksim Medvedkov reageert zuinig. WTO-lidmaatschap in 2003 is ,,rijkelijk optimistisch'', zei hij onlangs, hoewel ,,niet geheel uitgesloten''. De struikelblokken zijn bekend: landbouwsubsidies, kunstmatig lage energieprijzen, hoge tariefmuren. Rusland wil bovendien een monopolie voor staatsbedrijf Rostelkom op buitenlands telefoonverkeer.

EU-onderhandelaar Hervé Jouanjean, die onlangs Moskou bezocht, signaleerde vooruitgang, maar op het gebied van financiële diensten en telecom verloopt de discussie ,,zeer moeizaam''. Een van zijn onderhandelaars achtte zijn Russische tegenvoeters weinig tegemoetkomend. ,,Er is nog veel werk te doen'', zuchtte hij tijdens een bezoek aan de Gorboesjka-markt in Moskou. In honderden stalletjes werden daar op alle mogelijke manieren copyrights geschonden: de nieuwste computergames en CD's voor 3 euro, een video van `Lord of the Rings' voor 4,50 euro. ,,Dit móet verdwijnen'', zei hij hoofdschuddend, waarna hij aan het inkopen sloeg.

Rusland zet volgens deze EU-onderhandelaar veel te hoog in. ,,Ze wekken nog steeds de indruk dat toetreding een gunst is, terwijl het land buitenlandse investeringen hard nodig heeft. Waarom is er alleen economische groei in Moskou en Sint Petersburg? Omdat de infrastructuur zwak is en dat zonder investeringen ook blijft. Maar investeerders willen zekerheid, en die biedt alleen de WTO.''

Na de toetreding van China is Rusland de laatste grote economie buiten de WTO – twee andere niet-leden zijn olie-exporteurs Iran en Saoedi-Arabië. Rusland opende al in 1995 besprekingen, maar begon pas vorig jaar serieus te onderhandelen. Voorstanders van snelle toetreding menen dat Rusland buiten de WTO blijft wat het nu is: een economie die drijft op de export van grondstoffen en wiens industrie en dienstensector afhankelijk zijn van tariefmuren, privileges en verkapte subsidies. De WTO zal Rusland dwingen zijn regelgeving te stroomlijnen en zal nieuwe afzetmarkten openen: niet-lidmaatschap zou Rusland vorig jaar 4 miljard dollar hebben gekost. Deze voorstanders hebben, zeker sinds 11 september, het oor van president Poetin.

Maar inmiddels vormen zich ook de contouren van een anti-WTO-lobby. Onlangs huurde premier Kasjanov de jonge econoom Michael Deljagin in als adviseur, een voorstander van staatsingrijpen en protectionisme. Deljagin moet fungeren als tegenwicht voor de hervormingsgezinde minister voor Handel en Economische Ontwikkeling, German Gref, en diens mediagenieke adviseur Andrej Illarionov. Daags voor zijn aantreden publiceerde Deljagin een opiniestuk tegen de WTO. Hervormers handelen ondoordacht in hun ijver lid te worden van een prestige-club, stelt hij. Toetreding dwingt Rusland zijn interne energietarieven te verhogen en te uniformeren, een fatale slag voor de aluminiumindustrie. En wat wint Rusland bij de WTO? Het drijft op olie en gas: daarvoor is de WTO irrelevant. De industrie wordt slechts `marginaal' minder kwetsbaar voor anti-dumpmaatregelen. Deljagin: ,,We moeten later lid worden, als onze economie sterker is.''

Deljagin fungeert als vooruitgeschoven post van een groep machtige zakentycoons die onder president Jeltsin staatsbedrijven in de schoot geworpen kreeg. Alles waar de WTO voor staat – voorspelbare, transparante, uniforme regels en tarieven, eerlijke kansen voor buitenlandse concurrentie – druist in tegen hun belangen. Het huidige Rusland bevalt ze prima: een land waarin het draait om contacten, niet om regels.

Dus stellen zij dat Rusland nog lang niet rijp is voor de WTO. De industrie en dienstensector zijn tere kasplantjes die nog jarenlang bescherming nodig hebben. De autoindustrie liet onlangs weten dat importtarieven bij toetreding in de WTO tien jaar lang van 25 naar 30 procent moeten, anders verdwijnen de Lada's, Wolga's en Zjigoeli's voorgoed van de weg. De vliegtuig- en ruimtevaartindustrie heeft soortgelijke wensen, en ook de snoepgoedfabrikanten eisen importtarieven van 40 procent. De Doema, het Russische parlement, werkt aan wetsvoorstellen die de toch al beperkte speelruimte voor buitenlandse bankiers en investeerders drastisch inperken.

De lange weg naar WTO-lidmaatschap – Rusland moet handelsakkoorden bereiken met alle 144 WTO-leden en zo'n tachtig wetten herschrijven – biedt volop kansen om een spaak in het wiel te steken. Sinds gisteren heeft de anti-WTO-lobby met de licentie van TV6 voor een groep zakentycoons uit de Jeltsin-tijd ook zijn eigen tv-kanaal.

Daarmee maakt ook Jevgeni Kiseljov een come-back. Kiseljov leidde eerder de twee tv-zenders die door het Kremlin zijn opgedoekt: NTV en TV6. Wat een interessante paradox oplevert: liberale journalisten als pleitbezorgers van een conservatieve lobby. Met een populariteit die rond de zeventig procent zweeft, heeft Poetin van de anti-WTO-lobby nog weinig te vrezen. Dat kan bij economische tegenwind veranderen. En televisiekanalen zijn in Rusland essentieel bij het winnen van verkiezingen.