Top in Beiroet ontaardt in ruziënde chaos

De Arabische top in Beiroet is verworden tot een tragi-komische chaos. Syrië wordt ervan verdacht de boel te hebben willen saboteren.

Twaalf van de 22 staatshoofden die tijdens de Historische Arabische Top in Beiroet helaas net even iets anders te doen hebben, de Libische delegatie die de besprekingen eindeloos vertraagt met pleidooien voor het Vredesplan van haar eigen kolonel Gaddafi en dan de Palestijnse delegatie die furieus wegbeent als haar leider het woord niet krijgt.

Zelden zullen de miljoenen Arabieren die via de internationale satellietzender Al-Jazira rechtstreeks de Arabische top volgden, zo scherp zijn geconfronteerd met de incompetentie, de onderlinge rancune en de hulpeloosheid van hun ongekozen leiders. De gewone Arabieren zijn eraan gewend dat de Iraakse en Koeweitse delegaties ruzie maken waar hun vliegtuig op de luchthaven moet worden geparkeerd (ze willen zo ver mogelijk van elkaar af staan). Maar de bijna tragi-komische chaos en schofferingen gisteren in Beiroet moeten zelfs hun meest geharde en cynische staatsburgers hebben verrast.

Op de top zou de hele Arabische wereld eensgezind en volmondig het Saoedische vredesplan omarmen, van totale terugtrekking door Israël uit de bezette gebieden in ruil voor normale relaties met de Arabische landen. Daarmee willen de Saoediërs het Israëlische vredeskamp reanimeren, en duidelijk maken dat het Midden-Oosten-conflict voortduurt omdat Israël de bezette gebieden belangrijker vindt dan vrede.

Dat het Saoedische vredesplan niet de ondubbelzinnige steun zou krijgen waarop kroonprins Abdullah van Saoedi-Arabië hoopte, was al duidelijk voor het begin van de top, toen zoveel leiders thuisbleven. Dat de Amerikaanse regering Israël niet dwong om Arafat te laten gaan, werd algemeen uitgelegd als gebrek aan werkelijke wil bij Bush om tegen de machtige Israël-lobby in Amerika in te gaan.

Maar de Saoediërs leden gisteren verder gevoelig gezichtsverlies toen de Syrische president Bashar al-Assad zelfmoordaanslagen op Israëlische burgers goedkeurde, en de Arabische landen opriep alle banden met Israël te verbreken. Tijdens zijn lange toespraak schakelde Al-Jazira regelmatig over naar Ramallah, waar Arafat klaar zat om de top via een satellietverbinding toe te spreken. Maar tot ontsteltenis van eigenlijk de hele Arabische wereld, weigerde de Libanese president en dagvoorzitter Lahoud het woord te geven aan Arafat. In Beiroet reageerde de Palestijnse delegatie woedend, zeker toen de Libanezen pas na een paar uur met een verklaring kwamen: protocollair was het niet Arafats beurt geweest. Dit was een merkwaardig argument aangezien volgens datzelfde protocol Libanon helemaal niet aan de beurt was geweest om deze top te organiseren. Eigenlijk zou de Arabische liga in de Verenigde Arabische Emiraten hebben moeten vergaderen maar deze hadden Beiroet de top gegund, om de Israëlische terugtrekking uit Zuid-Libanon te vieren.

Uit protest tegen de behandeling van Arafat vertrok vrijwel de voltallige delegatie van de Emiraten naar het vliegveld. De Libanese president verklaarde daarop dat Arafat niet had mogen spreken uit angst dat Israël de satellietverbinding zou kapen en Sharon de conferentiezaal zou instralen. Dit leverde opnieuw hoongelach op. Aangezien Syrië het buitenlands beleid van Libanon bepaalt, vermoeden waarnemers dat Syrië via Libanon doelbewust deze top heeft willen torpederen en Arafat willen vernederen. Damascus verwijt Arafat dat deze de Oslo-akkoorden heeft gesloten in plaats van één lijn te trekken met Syrië in de onderhandelingen met Israël.

Voor de haperende Libanese economie is de mislukking van de top een forse tegenslag. Tweemaal eerder al had het land geprobeerd met een groot internationaal evenement zijn imago op te vijzelen en zijn rol als toeristen- en dienstencentrum te herwinnen die het tijdens de bloedige burgeroorlog van 1975 tot 1989 was kwijtgeraakt. Maar de Aziatische Kampioenschappen voetbal in oktober 2000 werden overschaduwd door het uitbreken van de Palestijnse opstand een halve maand eerder. En de vorig jaar oktober geplande top van francofone landen werd afgelast wegens 11 september.

De Libanese zaken- en horecawereld had gehoopt dat de 1.600 buitenlandse journalisten hun onvermijdelijke verveling tijdens de top zouden verdrijven met tripjes naar de vele Libanese bezienswaardigheden en die welwillend zouden beschrijven in hun reisbijlages. In plaats daarvan serveren de internationale media de top af als een mislukking, om vervolgens meteen af te reizen naar de Palestijnse gebieden, in afwachting van de nu bijna onvermijdelijke geweldsuitbarsting aldaar.