The Lord of the Rings 2

Is The Lord of the Rings een pessimistisch boek? Ron Pirson denkt van wel. Hij vindt dit ook een belangrijkere kenschets dan dat het een epische strijd tussen goed en kwaad is, waarin uiteraard het goede na filmische ontberingen en tegenslagen overwint. Dit is het beeld dat ongenuanceerde recensies van boek en de onlangs uitgekomen verfilming van het eerste deel projecteren. Pirson observeert dit gebrek aan nuance terecht, maar trekt de verkeerde conclusie.

Elke lezer van The Lord of the Rings zal zich herinneren dat er tussen goed en kwaad geen scherpe scheidslijn loopt. Aan de kant van de `goeden' is het lange tijd niet zeker dat het ene mensenkoninkrijk het andere te hulp zal schieten. Ook blijkt er animositeit te bestaan tussen dwergen en elfen, die in de strijd tegen het kwade aan dezelfde kant staan. Aan de zijde van de `slechten' probeert de tovenaar Saruman achter de rug van zijn duistere meester om te werken. Er is wedijver tussen de verschillende fracties van de slechte Orks (die de hobbits vaak wonderwel goed uitkomt). Tenslotte zijn er min of meer neutrale partijen zoals de Enten en Woudmensen, die zich weliswaar keren tegen de partijen die hun kwaad doen, maar zich niet lieren met mensen, dwergen, hobbits en elfen.

Tolkien mag dan wel een spannend verhaal hebben willen schrijven, hij heeft dit niet willen bereiken door een eendimensionale strijd tussen twee partijen. Loyaliteit, coalitievorming, tegenstrijdige uitgangspunten en retoriek spelen een belangrijke rol bij het smeden en schenden van verbonden. In die zin is The Lord of the Rings een politieke roman. Het geeft inleefbaar weer hoe mensen en partijen zich proberen staande te houden. Daarin blijken weinigen onfeilbaar.