Stap over de grens

Oostenrijk lijkt alleen maar profijt te zullen hebben van de uitbreiding van de Europese Unie: van een land in de marge van de EU krijgt het een spilfunctie in de regio. Honderden miljoenen euro's winst en nieuwe banen liggen in het verschiet. Maar veel Oostenrijkers zijn bang en moeten niets hebben van open grenzen.

Klokslag twee uur stroomt de oude schoenfabriek van de firma Zeman in het Tsjechische stadje Znojmo leeg. De ochtenddienst zit erop en voor de prikklokken, die eruit zien of ze van ver voor het communistische regime stammen, vormt zich een rij.

De naam Zeman op het gebouw is misleidend: al sinds 1994 worden hier niet alleen schoenen gefabriceerd, maar biedt de fabriek ook onderdak aan enkele honderden werknemers van het Oostenrijkse bedrijf Egston, producent van elektrospoelen en kabelsystemen. Het overgrote deel van het personeel bestaat uit zeer jonge vrouwen, die achter een soort naaimachines spoelen in soorten en maten omwikkelen met metalen windingen. De spoelen belanden in stekkers voor mobiele telefoons, medische apparatuur, wasmachines, autodeuren en digitale camera's. Belangrijke afnemers zijn Nokia, Philips, Siemens en Lucent.

Met gemiddeld 300 euro per maand ligt het bruto loon hier vele malen lager dan in het 50 kilometer zuidelijker gelegen Oostenrijkse Eggenburg, waar het hoofdkantoor van Egston is gevestigd. Het is tobben met zulk goedkoop personeel, klaagt kwaliteitsbeheerder Karl Linsbauer, een Oostenrijker, als hij de fabriek in Znojmo laat zien. ,,Men is hier niet gewend om hard te werken. Je moet overal achterheen zitten. Het ziekteverzuim varieert van 15 tot 25 procent, vooral tijdens de wijnoogst, want dan kunnen ze in een paar dagen hetzelfde verdienen als hier in een maand. Ik zou wel beter personeel willen aantrekken, maar ik mag van het hoofdkantoor niet méér betalen.''

De sprong naar een lage-lonenland was noodzakelijk, aldus Egston-directeur Harald Hofmann in zijn kantoor in Eggenburg. ,,Met westerse lonen werden onze producten te duur. Hadden we deze stap niet gezet, dan had het bedrijf niet meer bestaan.''

Egston was na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn een van de eerste Oostenrijkse firma's die de stap over de grens waagden. Eind 1991 werd een fabriek geopend in Jemnice, in het zuiden van Tsjechië, waar nu 160 man werken. De vestiging werd al snel te klein en eind 1994 werd een deel van de schoenfabriek in Znojmo gehuurd, waar nu 450 mensen werken. Egston is nu de vijftiende Oostenrijkse investeerder in Tsjechië.

Hofmann heeft heel wat weerstand moeten overwinnen. ,,Toen we tien jaar geleden in Tsjechië begonnen, werd ik door streekgenoten uitgemaakt voor nestvervuiler. Door een fabriek te openen in Tsjechië gaf ik banen aan Tsjechen in plaats van aan Oostenrijkers. Ik heb heel wat moeten praten om uit te leggen dat nieuwe afzetgebieden nieuwe banen opleveren en meer omzet. Men begrijpt het tegenwoordig iets beter.''

Wie afgaat op de cijfers, zou zeggen dat Oostenrijk helemaal klaar is voor de uitbreiding van de Europese Unie in 2004. Met 2 miljard euro was Oostenrijk in 2000 een van de grootste investeerders in Oost-Europa. Eenzelfde bedrag werd de afgelopen tien jaar in Tsjechië geïnvesteerd, waar inmiddels circa drieduizend Oostenrijkse bedrijven actief zijn. Alleen al vanuit het Waldviertel, een economisch achtergebleven streek in het noorden van Oostenrijk, langs de grens met Tsjechië, hebben 136 Oostenrijkse bedrijven vestigingen geopend in het buurland. In totaal heeft het einde van het communistische tijdperk Oostenrijk 100.000 nieuwe arbeidsplaatsen opgeleverd. Een recente studie van het Institut für Wirtschaftsforschung (Wifo) in opdracht van de Kamer van Koophandel heeft uitgewezen dat Oostenrijk economisch alleen maar wint bij de uitbreiding van de EU. Sterker nog: als de uitbreiding niet doorgaat, kost dat Oostenrijk jaarlijks 1.300 banen en honderden miljoenen euro's aan inkomsten. Dat weegt ruimschoots op tegen de jaarlijkse bijdrage die Brussel van Oostenrijk zal vragen voor de uitbreiding: circa 200 miljoen euro. Wordt de uitbreiding zes jaar uitgesteld, zo wijst de studie uit, dan scheelt dan 8.000 banen en bijna 1 procent economische groei. ,,Oostenrijk telt 2 procent van de inwoners van de EU en krijgt straks 8 procent van de handel met de nieuwe lidstaten in handen'', aldus Christoph Leitl, voorzitter van de Kamer van Koophandel. ,,Oostenrijk wordt een van de grootste winnaars van de uitbreiding van de Europese Unie.''

De rooskleurige voorspellingen en het vooruitzicht dat Oostenrijk van een land in de marge van de Europese Unie verandert in een land met een spilfunctie, maken lang niet op alle Oostenrijkers indruk. De angst dat het land, dat ruim 10 procent buitenlanders telt, na de uitbreiding wordt overspoeld door goedkope arbeiders is groot, vooral in sectoren waar traditioneel veel buitenlanders werkzaam zijn, zoals de horeca, de industrie en de bouw.

,,Onzin'', verklaarde Erhard Busek, oud-vicekanselier en coördinator van het Stabiliteitspact voor Oost-Europa, onlangs in het Oostenrijkse tijdschrift News. ,,Door de overgangsregeling van zeven jaar, waarbij de overheid controle mag uitoefenen over de toevloed van buitenlandse arbeidskrachten, is die angst ongegrond.''

,,Onzin'', zegt ook Eva Nowotny, EU-deskundige op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Wenen. ,,De nieuwe lidstaten krijgen zoveel geld uit Brussel dat er waarschijnlijk geen grote aantallen arbeiders hier naar toe komen.'' De Oostenrijkers zouden hun kansen beter moeten benutten, vindt Nowotny. ,,Tot nu toe stond Oostenrijk altijd alleen. We zijn klein, geen lid van een verband zoals de Benelux en liggen niet in West-Europa. Bij de uitbreiding komt Oostenrijk veel meer in een eigen context terecht, waar het als rijk land een voortrekkersrol kan spelen.''

De angst in Oostenrijk voor de toetreding van Oosteuropese landen wordt flink gevoed door de rechtspopulistische FPÖ van Jörg Haider. De partij, die samen met de conservatieve ÖVP sinds twee jaar regeert, wakkert de angst voor buitenlanders stevig aan en voert met name een hetze tegen Tsjechië. In januari organiseerde de partij een volksstemming over een kerncentrale in het Tsjechische Temelín, net over de grens met Oostenrijk. Als Praag de centrale niet zou sluiten, zou Oostenrijk zijn veto uitspreken over toetreding van het land tot de EU, dreigde de FPÖ. Het resultaat: ruim 900.000 handtekeningen tegen de kerncentrale en een verziekte relatie met Tsjechië.

Het succes van de volksstemming zette Haider aan tot verder gestook tegen het buurland: Tsjechië moet de Beneš-decreten intrekken. Met deze decreten, die de naam dragen van de president van Tsjechoslowakije die ze in 1945 uitvaardigde, werden de zogeheten Sudeten-Duitsers (en de Hongaren) in Tsjechoslowakije onteigend en verdreven. Als de Beneš-decreten niet worden ingetrokken kan Tsjechië geen EU-lid worden. De in Oostenrijk heersende gevoelens over de verdrijving van de Sudeten-Duitsers worden gedeeld in Beieren en de kwestie is inmiddels uitgegroeid tot een belangrijk discussiepunt in Brussel.

De anti-Europese houding van de FPÖ zorgt voor spanning binnen de coalitie. Weliswaar toont de ÖVP zich pro-Europees en wil het wat betreft de kerncentrale van Temelín geen veto uitspreken over Tsjechië, met de Beneš-decreten ligt dat anders. Verklaarde de ÖVP-top begin februari nog dat de decreten geen struikelblok mochten worden voor Tsjechië's toetreding, een maand later vond ook bondskanselier Schüssel dat de decreten geschrapt dienen te worden alvorens Tsjechië in de EU komt. Zeker is dat coalitiegenoot FPÖ de uitbreiding van de EU tot een heet hangijzer zal maken bij de verkiezingen van 2003.

Het zijn vooral kleine ondernemers met weinig geld en innovatief vermogen die bang zijn voor de EU-uitbreiding, zegt Herbert Klement, consulent van de Kamer van Koophandel in de aan Tsjechië grenzende provincie Niederösterreich. Hij is mede-oprichter van het Grensoverschrijdend Netwerk, dat het midden- en kleinbedrijf adviseert bij vestigingsplannen in Tsjechië. Om bedrijven voor te bereiden op de EU-uitbreiding organiseert Klement workshops voor zowel Tsjechische als Oostenrijkse ondernemers. Doel: angsten wegnemen, netwerken opbouwen, het arbeidsrecht bestuderen, kijken welke vorm van samenwerking tussen handelspartners het beste is en bemiddeling bij het vinden van zakenpartners in Tsjechië. Klement: ,,De workshops trekken allerlei ondernemers, van kappers tot horeca en van timmer- tot metaalbedrijven. Tsjechen zijn vooral bang dat ze dommer zijn dan de Oostenrijkers, omdat ze nauwelijks ervaring hebben met de internationale markt. De Oostenrijkers zijn vooral wantrouwend, bang dat hun nieuwe zakenpartner niet betrouwbaar zal blijken.''

Serrebouwer Vogelsinger uit Eggenburg is met vier werknemers en een productie van twintig serres per jaar weliswaar een klein bedrijf, maar het waagde wél de stap over de grens. ,,De markt in Oostenrijk is verzadigd, we hebben nieuwe klanten nodig'', legt eigenaar Vogelsinger uit. ,,We hebben architecten aangeschreven en de respons is bemoedigend.'' De handel met Tsjechië verkeert nog in de aanloopfase, in mei hoopt Vogelsinger de eerste serre af te leveren. ,,Ik schat dat Tsjechië een potentieel van 35.000 klanten heeft. Als 1 procent daarvan bij mij koopt, zijn dat toch 350 serres.'' Hij zal niet failliet gaan als het avontuur op niets uitloopt. ,,Ik heb alleen een paar honderd euro uitgegeven voor de vertaling van mijn brochure.'' Vogelsinger heeft een Tsjechische zakenpartner gevonden. ,,Een vriend van me, anders was ik er nooit aan begonnen.''