Rokende puinhopen

Op de rokende puinhopen van Jacatra' stichtte Jan Pieterszoon Coen in 1619 de nederzetting Batavia. De VOC waarvan de oprichting vierhonderd jaar geleden dezer dagen uitvoerig wordt herdacht was begonnen aan haar expansie in Indië en met lokale tegenstanders werd hardhandig afgerekend.

Zou Hans Dijkstal aan J.P. Coen hebben gedacht toen hij anderhalve week geleden een zaal met politieke geestverwanten in de fiscale vrijhaven Brasschaat toesprak? De VVD-leider zei dat hij zich bij de Belgische grens had omgedraaid en tot de vaststelling was gekomen dat er in Nederland `geen rokende puinhoop' te zien was. Daarmee nam hij afstand van Pim Fortuyns politieke ego-trip, `De puinhopen van acht jaar Paars'. Hoezo, puinhopen? Dijkstal, de joviale saxofonist, noemde de aantijgingen bizar en waanzinnig.

Nee, het is hier geen rokende puinhoop. Het Koninkrijk staat er deze lente zelfs florissant bij neem alleen al dat het kabinet-Kok ervoor heeft gezorgd dat de brisante kwestie van het huwelijk van Máxima met Willem-Alexander niet is ontaard in rookbommen maar in maximania. Toch is er iets aan de hand de Nederlandse steden verslonzen al jaren en niet zo'n beetje ook. Voor vergelijkend onderzoek is het nodig iets verder te reizen dan Brasschaat, en dan wordt het schrijnende verschil in onderhoud van de publieke ruimte tussen Nederlandse en buitenlandse steden zichtbaar. In Franse en Duitse steden bijvoorbeeld zijn de straten en openbare voorzieningen fatsoenlijk onderhouden, en is het openbaar vervoer deugdelijk. Parijs is de drukst bezochte toeristenstad van Europa, maar de onbeschrijfelijke troep van Amsterdam zul je er nergens aantreffen. Niet in de elegante arrondissementen of bij de toeristische trekpleisters, en evenmin in andere delen van de stad. De straten zijn schoon, de gebouwen onderhouden en de publieke voorzieningen functioneren. Wie na een bezoek aan Parijs uit de Thalys stapt in Rotterdam, Den Haag of Amsterdam, waant zich te hebben vergist in een vuilnisbelt om van de verloederde omgeving van de stationsbuurten met hun junks maar te zwijgen.

Met het openbare vervoer is het niet anders gesteld. Niet alleen de legendarische Parijse Métro, ook de S-Bahn in München of Frankfurt drie steden waar ik recente ervaringen heb is beter van kwaliteit in vergelijking met wat Nederlandse steden te bieden hebben. De reden is simpel: er is geïnvesteerd in ouderwets deugdelijk materiaal, het netwerk is tijdig uitgebreid en er is nagedacht over de dienstverlening. Hier praten we al jaren over light rail, dagdromen we over een zweeftrein van nergens naar nergens en is er onvoldoende geld om een tweede (!) metrolijn in Amsterdam aan te leggen.

De kleinschaligheid speelt Nederland ironisch genoeg parten. De Randstad lijkt van een afstand een metropool, maar is historisch versnipperd over gemeenten en deelgemeenten. Bestuurlijke hervorming verloopt nog moeizamer dan fluiten met een beschuit in de mond. Over de verlenging van de Landscheidingsweg tussen Den Haag, Voorburg en Wassenaar is zeventig jaar gepraat. Maar dat is niet het enige. De stoet aan consultants en adviseurs die het Nederlandse publieke domein zijn gaan opvullen nadat de ambtelijke organisaties werden afgeslankt, verhinderen de besluitvorming. Ze maken een rapport, doen een aanbeveling en vertrekken naar de volgende overbetaalde klus. Zo houden ze hun werkgelegenheid in stand, maar zorgen ze niet voor voortgang. Nederland is het land met de grootste dichtheid van consultants per hoofd van de bevolking. Dat is geen aanbeveling.

De zorg voor de aanblik van het publieke domein wordt verwaarloosd in Nederlandse steden. Worden gemeentebesturen louter gedreven door hun begeerte naar precario-belasting belasting op uithangborden? Vergelijk de wildgroei van gevelverontreiniging in een Nederlandse stad met de terughoudendheid van reclameborden in de historische centra van Italiaanse steden. Wij zijn de slachtoffers van de verpretting van de openbare ruimte. Ter gelegenheid van het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima werd in Amsterdam het Damrak op gemeentelijk gezag ontdaan van commerciële straatverloedering. Dat had het begin kunnen zijn van een duurzame opschoning van de binnenstad. Maar het huwelijk was nog niet achter de rug of de uithangborden en reclamekasten verschenen weer aan de gevels.

Is dat erg? Alles is relatief. Er zijn verstedelijkte gebieden in derdewereldlanden waar de verwaarlozing dramatischer vormen aanneemt omdat de overheid over onvoldoende inkomsten beschikt en het overgrote deel van de bevolking arm is. Maar Nederland is schatrijk en verderdewereldiseert.

Burgers mogen het openbaar bestuur hierop aanspreken. De sociaal-liberale doorbraak van 1994, die in Angelsaksische landen bekend kwam te staan als de `derde weg', heeft hier misschien wel de grootste teleurstelling opgeleverd. Het proces was al langer gaande, maar onder Paars is het niet ten goede gekeerd. Integendeel, de spraakverwarring over het verschil tussen markt en overheid, plus de expansie van het grijze gebied dat zich noch van overheidssturing noch van tucht van de markt iets hoeft aan te trekken, zijn alleen maar toegenomen. Traditionele overheidsdiensten zijn in het kader van de `overheid op afstand', de `ondernemende overheid' of beloftes over `herijking van de overheid' zo vaak gereorganiseerd, dat ze zijn dolgedraaid.

Al dertig jaar woedt de discussie over hervorming van het openbaar bestuur. De overheid ís geen bedrijf en burgers zijn geen klanten. De paarse partijen, die staan voor marktwerking en solidariteit, hadden dat moeten inzien en heldere scheidingen moeten aanbrengen. Zo moeilijk is dat niet. Een aantal overheidstaken kan beter worden overgelaten aan de markt, maar dan ook helemaal; andere moeten verankerd blijven bij de overheid. Die keuzes zijn in de afgelopen jaren van hoogconjunctuur met geld toegedekt in organisatorische compromissen. Zodat de burgers nu verdwaasd om zich heen kijken in een ongemakkelijk gevoel van overvloed en onbehagen.

rjanssen@nrc.nl