Rekenschap

Het politieke bedrijf balanceert tussen beloftes en beperkingen. Niets is gemakkelijker dan een vergezicht van grazige weiden beloven, maar het is onmogelijk die bestemming zonder keuzes te bereiken. De manoeuvreerruimte is klein, een kwestie van smalle marges die de partijen naar hun eigen opvattingen zo goed mogelijk moeten benutten. De meeste Nederlandse politieke partijen zijn zich dit maar al te goed bewust. Niet alleen de partijen in het brede midden – PvdA, VVD, CDA en D66 – maar in toenemende mate ook GroenLinks, de ChristenUnie en zelfs de SP en SGP.

Deze acht partijen hebben hun verkiezingsprogramma laten onderzoeken door het Centraal Planbureau (CPB). Dat is een nuttige exercitie, omdat deze partijen er op voorhand op wordt gewezen wat hun wensen naar alle waarschijnlijkheid opleveren. Beleidsplannen hebben gevolgen en niet alles kan tegelijk. Zo worden partijen aangespoord om nog eens na te denken over de samenhang van wat ze in hun programma beloven. In de beleidsuitvoering bestaat er niet zoiets als een gratis lunch – alles heeft zijn prijs.

Het CPB verleent ook de kiezers een dienst door de programma's van deze acht partijen op financieel-economisch beleid met elkaar te vergelijken. Aangezien de politieke leiders voortdurend beweren dat het in de campagne om de `inhoud' moet gaan, is de CPB-analyse een aanknopingspunt voor het komende debat. Het is daarom jammer dat de twee radicale nieuwkomers op het politieke toneel, Leefbaar Nederland en de Lijst Fortuyn, hun programma's niet voor doorrekening hebben aangeboden. De haalbaarheid van hun voorstellen is daardoor niet getoetst en ze zijn moeilijk vergelijkbaar met die van de wel onderzochte programma`s. Van deze acht partijen krijgen de kiezers, afgezet tegen hetzelfde basisscenario van economische verwachtingen voor de volgende kabinetsperiode, inzicht in de onderdelen waarop ze zich onderscheiden. Waarbij opvalt dat de verschillen tussen de grote partijen uiteindelijk beperkt zijn. Het gaat om verschuivingen binnen aanvaardbare marges – niet onbelangrijk, maar ook niet radicaal. Er valt op grond van deze analyses wel een regeerakkoord te maken.

Een macro-economische doorrekening heeft natuurlijk beperkingen en het CPB is de eerste om dat te beamen. Partijprogramma's gaan over méér dan werkgelegenheid, begrotingsoverschot en koopkracht. Externe factoren en onverwachte ontwikkelingen zijn niet in te schatten. Er zijn altijd onzekerheden en economische modellen zijn niet zaligmakend. Die pretentie heeft het CPB ook niet. Maar de programma's zijn wel degelijk onderling vergelijkbaar en het is ook mogelijk op grond van redelijke uitgangspunten een indicatie te geven van waar de voornemens van politieke partijen toe zullen leiden. De partijen hebben hun programma's opgesteld, het CPB heeft zijn computers beschikbaar gesteld, het is aan de kiezers om van deze oefening gebruik te maken.