Ouders kritisch over inenting kinderziekten

Een toenemend aantal ouders neemt een steeds kritischer houding aan ten aanzien van de vaccinatie van hun kinderen. Met name ouders van zuigelingen kiezen ervoor om hun kinderen pas in een later stadium de inentingen van het Rijksvaccinatieprogramma te laten geven. Onder blanke Amsterdamse ouders is de daling tussen de drie en zeven procent, afhankelijk van het type vaccinatie.

Dit concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) die vandaag een overzicht publiceert over de vaccinatietoestand in Nederland over 1999 en 2000. Het IGZ spreekt van een ,,onrustbarende'' ontwikkeling, die vermoedelijk te maken heeft met een toenemende invloed vanuit de ,,alternatieve hoek'', zoals de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken en consultatiebureaus op antroposofische grondslag. Deze organisaties hebben volgens het IGZ afwijkende standpunten over het nut van vaccinaties en de tijdstippen waarop vaccinaties moeten worden gegeven. Betere informatie aan ouders over de aard en de ernst van de ziekten waartegen wordt ingeënt, acht de Inspectie noodzakelijk.

Het Rijksvaccinatieprogramma, dat vrijwillig is, biedt alle kinderen in Nederland vaccinaties aan tegen difterie, kinkhoest, polio, Hib-ziekten, bof, mazelen en rode hond. Nederland heeft in vergelijking met de omringende landen, zeker wat kleuters en schoolkinderen betreft, een hoge vaccinatiegraad (boven de 95 procent). Sinds 1998, het jaar met het hoogste inentingspercentage tot nu toe, tekent zich bij zuigelingen een dalende trend af. Die schommelt nu rond de 95 procent. De weerstand vanuit godsdienstige hoek beperkt zich niet meer tot de `traditionele' gebieden (Zeeland, Zuid-Holland, Gelderland), maar verspreidt zich over heel Nederland.

Volgens de IGZ valt uit de cijfers niet op te maken of er uiteindelijk sprake is van een echte daling of van uitstel van de vaccinatie, bijvoorbeeld tot na het eerste levensjaar. De inspectie maakt zich evenwel zorgen over deze, tot nu toe nog geringe, daling omdat ervaring im omringende landen uitwijst dat een neergaande trend moeilijk te keren valt.

Minister Borst (Volksgezondheid) deelt de bezorgdheid van de Inspectie, aldus een woordvoerder. Ze heeft op haar ministerie inmiddels een programmamanager aangesteld, die zowel verantwoordelijk is voor informatie aan ouders als de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma.