Niet thuis

Het dagmenu van het kleine restaurant was met krijt op een lei tegen de muur geschreven. Om het goed te kunnen lezen moest ik vlakbij een tafeltje gaan staan waaraan een man en een vrouw zaten. De man was voor in de dertig, de vrouw van Surinaamse afkomst leek wat ouder. Ze hadden druk met elkaar zitten praten, maar nu was de man aan een mobiele-telefoongesprek begonnen.

Er verschenen zorgelijke rimpels op zijn voorhoofd, en hij trok zijn stropdas met zijn vrije hand wat losser. Af en toe maakte hij enig meewarig oogcontact met de vrouw tegenover hem.

,,Nee, ik zit hier met Maarten'', zei hij op neutrale toon.

Het was zo'n opzichtige leugen dat ik een steek van plaatsvervangende schaamte voelde die me volledig van mijn dagmenu afleidde.

,,Ben je alleen?'', vroeg de man. Het antwoord scheen bevestigend te zijn, want de man zuchtte meelevend. ,,Vervelend'', zei hij. ,,Maar ik kan er nu echt niks aan doen.''

De vrouw keek hem besmuikt lachend aan en maakte een plagerig, waarschuwend gebaar met haar wijsvinger. Hij lachte niet terug en wendde zijn ogen van haar af. Hij had een lastig karwei te verrichten, waarvoor de volle concentratie vereist was.

,,Wat zeg je?'', vroeg hij. ,,Had je naar mijn huis willen komen? Nee, dat kan niet, dat heeft geen zin. Ik ben vannacht pas heel laat thuis. Ik ga nu met Maarten eten, dus dat wordt veel te laat.''

Een serveerster meldde zich aan zijn tafel om de bestelling op te nemen, maar hij wilde haar als een horzel wegjagen. Toen `Maarten' toch nog snel een glaasje witte wijn vroeg, legde hij zijn hand over zijn mobieltje, dook een beetje weg en snauwde: ,,Nu even stil.''

,,Een Zuid-Afrikaanse?'', vroeg de serveerster. ,,Die is wel wat zoeter.''

,,Doe maar'', fluisterde de vrouw.

,,Ja, ben je er nog?'', vroeg de man, terwijl hij zich weer in gesprekshouding oprichtte. ,,Was je vanmiddag ook al langs geweest? Maar je weet toch dat ik overdag naar mijn werk ben?'' Hij verstarde plotseling. ,,Hoe laat was je dan bij mij? Je hebt toch niet gespijbeld?''

Het antwoord bevredigde hem niet, maar hij kwam niet toe aan een indringende vervolgvraag. Sommige telefoongesprekken laten zich goed vergelijken met sportwedstrijden. Degene die het initiatief denkt te hebben, overschat zichzelf en ziet zich plotseling met een achterstand geconfronteerd.

,,Mijn auto stond er wel, maar ik was niet thuis'', zei hij. ,,Ik was met de trein naar Den Haag voor een vergadering.'' Hij schudde heftig het hoofd. ,,Welk restaurant? Dat doet er nu even niet toe. Moet je luisteren: ik zal proberen morgen vroeger thuis te zijn. Bel me om een uur of twaalf, dan weet ik wel hoe laat het wordt. Dan eten we samen ik laat wel iets lekkers komen. Kijk nog even wat tv, en ga op tijd naar bed. Beloof je me dat?''

Het was onduidelijk of hij daar antwoord op kreeg. Hij legde het telefoontje voor zich op tafel en probeerde een ontspannen houding aan te nemen. `Maarten' aarzelde tussen een blik op hem of op de menukaart. Ze koos toch maar voor hem.

,,Het oude liedje'', zei hij. ,,Zijn moeder is er niet en hij weet niet waar ze uithangt.''