Linda Kwok koos voor China

Anti-Chinese gevoelens in Indonesië dwongen etnische Chinezen meer dan veertig jaar geleden `huiswaarts te keren'.

Voor Linda Kwok is Chinees haar derde taal. Thuis in Indonesië werd Maleis gesproken, haar Nederlandse opleiding kreeg ze aan de Christelijke Lagere- en Middelbare School van Bandoeng, en Chinees leerde ze pas na haar achttiende, toen ze met een Chinees koopvaardijschip in haar huidige vaderland belandde.

De fragiele en vriendelijke Linda Kwok woont in de Zuid-Chinese havenstad Xiamen, in een flat met uitzicht op zee. Niets doet er nog aan Indonesië denken. Ook elk spoor van Nederland ontbreekt, of het moesten de oranje tulpen op de bekleding van haar bankstel zijn. Ze drukt zich inmiddels het makkelijkst uit in het Chinees, maar haar Nederlands is zuiver gebleven.

Linda Kwok vertrok in 1960 uit Jakarta, achttien jaar en ongetrouwd. Ze nam die beslissing niet zelf, maar deed wat haar vader het beste voor haar achtte. Die had in 1958 een bezoek gebracht aan Peking, en was er onder de indruk geraakt van het optimisme in het China van Mao. In Indonesië werd het voor Chinezen steeds moeilijker. Jakarta was ongelukkig met de grote rol die de Chinezen speelden in de economie van het land, en er waren sterke twijfels over hun politieke betrouwbaarheid. Wilde China soms een communistische staat van Indonesië maken met behulp van de etnisch Chinezen daar? In 1959 beval het Indonesische leger alle etnische Chinezen in de dorpen om het platteland te verlaten, waarop Peking de Indonesische Chinezen uitnodigde om `huiswaarts te keren'. Zo'n 120.000 mensen gaven daaraan gehoor. Kwoks familie woonde in 1959 in Ciledug, een dorp bij Cirebon op het eiland Java. Vrijwel haar hele dorp emigreerde in 1960 naar China, alleen haar ouders en haar oudste zus bleven in Indonesië achter.

Het China dat Kwok in 1960 aantrof, was anders dan het Peking uit haar vaders verhalen. Door een desastreus landbouwbeleid was er inmiddels in China grote voedselschaarste ontstaan. Alles was op de bon, van rijst en bakolie tot zeep en katoen. ,,Het was daar toen veel armer dan in Indonesië, zelfs een fiets was al een enorme luxe, en een wasmachine hadden ze nog nooit gezien.''

Bij aankomst in Zuid-China werden de meeste van haar medepassagiers doorgestuurd naar een staatsboerderij in het arme grensgebied met Vietnam. Omdat enkele van Kwoks broers haar vooruit waren gereisd, mocht zij zich voegen bij een broer in Shanghai. Voelde ze zich welkom in China, nu het voedsel er zo schaars werd? ,,In Shanghai viel dat nog wel mee, maar de mensen die naar Yunnan gestuurd zijn, vertelden me dat de lokale boerenbevolking niet altijd zat te wachten op nog meer monden om te voeden.

De meeste nieuwkomers hadden in Indonesië in de handel gezeten, dus het waren vaak ook niet de meest geslaagde boerenkrachten.'' [Vervolg CHINA: pagina 6]

CHINA

'In Indonesië is niets veranderd'

[Vervolg van pagina 1] Linda kreeg al snel het aanbod om naar Xiamen te komen. De plaatselijke universiteit was op zoek naar mensen die Nederlandstalige bronnen konden lezen als hulp bij historisch onderzoek. Het leek haar broer een mooi aanbod, dus Linda vertrok. Ze sprak nog geen Chinees, daarom vertaalde ze de teksten uit het Nederlands naar het Maleis, zodat anderen die weer van het Maleis naar het Chinees konden vertalen.

In 1966 brak de culturele revolutie uit, een periode waarin ook de Indonesische Chinezen onder zware verdenking kwamen te liggen. Net als in Indonesië eerder was gebeurd, werd er ook nu weer getwijfeld aan hun politieke betrouwbaarheid. Ze kwamen uit het kapitalistische buitenland, dus stonden ze wel echt aan de kant van Mao? Of waren het eigenlijk buitenlandse spionnen? Bezit van een radiootje was al voldoende om van spionage verdacht te worden.

Linda vertelt dat Indonesische Chinezen geen lid mochten worden van de Rode Gardisten, de groep van `revolutionaire strijders' die de voorhoede vormde van Mao's politieke campagnes. Ze waren niet rood maar `zwart', een verzamelterm voor alle groepen die ideologisch verkeerd en politiek onbetrouwbaar geacht werden.

Toen de culturele revolutie begin jaren zeventig over haar hoogtepunt heen was, verlieten de meeste Indonesische Chinezen het land zo snel mogelijk, een illusie armer.

Linda bleef. ,,Ik ben met een man van hier getrouwd. Hij is lid van de communistische partij. We waren bang dat een verzoek om te vertrekken hem niet in dank zou worden afgenomen. Ze zouden het hebben opgevat als verraad aan de communistische idealen.''

Ze is inmiddels blij dat ze nooit is vertrokken, zegt ze. De overheid heeft de laatste jaren de pensoenen voor wetenschappelijk medewerkers verhoogd en haar leven is zeker en rustig. ,,Ik ben in 1996 op bezoek gegaan bij mijn zus in Indonesië. Daar is in al die tijd vrijwel niets veranderd. De meeste mensen zijn er nog net zo arm als toen ik vertrok. Mijn zus leeft van de verkoop van zwaluwnestjes voor in de soep, ze houdt zelf zwaluwen in een volière bij haar huis. China is een stuk welvarender geworden, en ik ben blij dat ik hier mijn oude dag mag slijten.''