In Bukavu geldt het recht van de sterkste

Rwanda bezet een deel van Oost-Congo in het belang van zijn nationale veiligheid. Maar er zijn ook economische motieven. De Congolese bevolking lijdt.

Jean Jules Lema Landu kende Bukavu als groene idylle. De stad aan het Kivumeer, op de grens van Oost-Congo en Rwanda, ademde de sfeer van een Franse badplaats. Met palmen aan de stranden, villa's tegen de beboste heuvels, een rijk uitgaansleven. Bukavu herbergde lange tijd het enige restaurant met een Michelinster in zwart Afrika.

Dat was in de dagen voordat deze hoofdstad van de Congolese provincie Zuid-Kivu ongevraagd werd meegezogen in de turbulentie van buurland Rwanda. In 1994 was het de komst van honderdduizenden Rwandezen, vluchtend voor de genocide, die het dagelijks leven in Bukavu ontregelde. In 1996 volgde de opstand van rebellenleider Laurent Kabila tegen de Congolese president Mobutu die door Rwanda werd gesteund. In 1998 de revolte tegen president Kabila die door Rwanda en Oeganda werd geleid.

De Congolese mensenrechtenactivist Jean Jules Lema Landu zag Bukavu binnen een half decennium vervallen tot een ruïne. ,,De mensen in Bukavu worden geterroriseerd, gemarteld, vermoord, verkracht.''

Bukavu staat model voor heel Oost-Congo. Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch zijn er de afgelopen vier jaar tweeëneenhalf miljoen burgers omgekomen, als gevolg van oorlogsgeweld of door honger, ziekte en gebrek aan voorzieningen.

Rwanda en Oeganda steunen elk een factie van de verscheurde rebellenbeweging RCD. De twee landen en de twee facties hebben alleen hun verzet tegen de Congolese regering gemeen. Tegenover zich vinden ze de lokale milities die aan de kant staan van de autoriteiten in Kinshasa, met hun bondgenoten Zimbabwe en Angola. De Britse mensenrechtenorganisatie African Rights telde vorig jaar bijna twintig verschillende partijen en rebellengroepen die bij de oorlog in Oost-Congo betrokken zijn.

,,Alle partijen maken zich schuldig aan schendingen van mensenrechten'', zegt Lema Landu. ,,Maar in Bukavu gaan de door Rwanda gesteunde rebellen het verst.'' Soldaten van de RCD ontvangen geen soldij. Om in hun levensonderhoud te voorzien, plunderen ze. ,,Burgers worden op klaarlichte dag beroofd van hun schoenen, hun horloge, hun bril, hun kleding.''

Lema Landu toont een gruwelijk lijstje, opgesteld op een willekeurige dag in het dorpje Munene, onder de rook van Bukavu. ,,Verkracht door RCD-militairen: Godelive Lungwe (15 jaar); Mwenge Akili (20 jaar) door zes militairen, in aanwezigheid van man en kinderen; Mbukuma (19 jaar) door zes militairen; Namembe Mchukiwa (10 jaar); Kabudesiya (70 jaar) door vijf militairen; Fitina Wimana (28 jaar); Aiyapata Emedi door acht militairen.''

Op het platteland heerst het recht van de sterkste. ,,Boeren durven hun land niet meer op en zoeken bescherming in de dorpen. Er wordt niet gezaaid, niet geoogst. Er heerst honger en armoe.'' Scholen en ziekenhuizen zijn gesloten, of geplunderd en gesloopt. Verkeer over de spaarzame doorgaande wegen is te gevaarlijk omdat in de jungle de talloze rebellenbewegingen verscholen zitten, onder wie de moordeskaders van de Interahamwhe.

Die moordeskaders waren de belangrijkste reden voor Rwanda om zich met Oost-Congo te bemoeien. Sinds 1996 jaagt het Rwandese leger met 50.000 manschappen op deze Hutu's, die de genocide van 1994 op hun geweten hebben. Tienduizenden van hen zijn gedood of gevangenengenomen, maar volgens Rwandese schattingen moeten er nog zo'n 30.000 in Congo zitten. Een deel van hun leiders – de voormalige Rwandese generaals en ministers – geniet bescherming van president Kabila in de Congolese hoofdstad Kinshasa.

Patrick Mazimpaka is binnen de regering van de Rwandese president Paul Kagame als kabinetschef belast met Congolese Zaken. ,,Zolang de internationale gemeenschap niet in staat is de Interahamwhe te ontwapenen, zullen we hen zelf moeten vernietigen'', zegt Mazimpaka. ,,We hebben gefaald omdat we hen nog niet hebben verslagen'', geeft hij toe. ,,Maar we zijn er wél in geslaagd om hen uit Rwanda te verdrijven en te houden en in dat opzicht hebben we gewonnen.''

De aanwezigheid van Rwanda in Oost-Congo heeft ook andere motieven, zo blijkt uit een rapport van de Verenigde Naties. Het land heeft de afgelopen jaren belangrijke diamantmijnen en kopermijnen in bezit genomen. Al ontkent Mazimpaka dat er Rwandese firma's bij het delven van Congolese grondstoffen zijn betrokken.

Volgens een recent rapport van de International Peace Information Service (IPIS) controleren Rwanda en de door Rwanda gesteunde rebellenorganisatie de handel in Congolees coltan, een erts dat in mobiele telefoons wordt gebruikt. In officiële publicaties maakt de Rwandese regering ook geen geheim van de export van coltan. ,,De economie van het land is voor het eerst sinds jaren met zes procent gegroeid dankzij de export van coltan'', staat in de jaarrekening over 2001.

Beschuldigingen dat het Rwandese leger op grote schaal plundert, martelt en verkracht, wijst kabinetschef Mazimpaka van de hand. ,,De mensenrechtensituatie in Oost-Congo is de verantwoordelijkheid van de Congolese regering.'' Ook als ze daar geen gezag heeft? ,,In elke oorlog komen nu eenmaal mensenrechtenschendingen voor.''

,,Het gaat feitelijk om een bezetting'', reageert mensenrechtenactivist Lema Landu. ,,Het Congolese volk lijdt opdat de Rwandezen in vrijheid kunnen leven. Maar kun je, onder het mom van veiligheid, een buurland plunderen en terroriseren?''