Graaien in de CPB-snoepwinkel

De analyses van de verkiezingsprogramma's zijn klaar. Politieke zelfbeheersing is ver te zoeken met zo'n snoepwinkel aan economische resultaten. Alle partijen roepen zichzelf tot winnaar uit.

Het is zo simpel. Geef je veel geld uit aan kleding en uitgaan, dan houd je minder geld over voor boeken en sport. En vice versa. Vul voor kleding en uitgaan respectievelijk milieu en onderwijs in en voor boeken en sport bijvoorbeeld zorg en defensie en de essentie van een verkiezingsprogramma ligt klaar. Politiek is een kwestie van keuzes maken, of, zoals directeur Henk Don van het Centraal Planbureau (CPB) het zei: ,,There's no such thing as a free lunch.''

Zo niet in politiek Den Haag, waar deze huishoudboekjeswijsheid zo vlak voor de verkiezingen al snel achter dikke muren van partijpropaganda dreigt te verdwijnen. Gisteren presenteerden het Centraal Planbureau en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu hun analyses van de verkiezingsprogramma's (Keuzes in kaart 2003-2006 en Verkiezingen 2002, Milieu & Natuur) en het was gelijk `bal'.

Voor het eerst in de geschiedenis lieten alle acht zittende partijen hun programma analyseren door het Planbureau. Leefbaar Nederland en de Lijst Pim Fortuyn maakten geen gebruik van deze service, overigens tot unanieme onvrede van de zittende partijen. De `nieuwkomers' SGP, SP en ChristenUnie bleken snelle leerlingen. In hun eerste verklaringen na afloop van de presentatie overheerste unaniem een juichstemming over de eigen prestaties, net zoals bij de vijf partijen die al jarenlang hun programma's laten doorrekenen.

Als je de verschillende financieel-specialisten en de lijsttrekkers moet geloven, hebben de acht partijen allemaal het beste programma geleverd. De Haagse politiek ex aequo op één qua macro-economisch beleid.

Onzin natuurlijk. Het CPB leverde gisteren 231 pagina's cijfers en analyses die zich nog het best laten vergelijken met een tot aan de nok toe gevulde snoepwinkel voor opportunistische politici. De enorme veelheid aan uitkomsten maakt het voor alle partijen mogelijk juist dat puntje eruit te lichten waarvan het CPB zegt dat het goed werkt. Als vervolgens een oogje wordt dichtgeknepen voor de wat minder goede resultaten op andere terreinen, resteert voor iedereen een positief beeld.

Jezelf tot beste van allemaal uitroepen is leuk, maar nog leuker is het om de andere partijen vervolgens om de oren te slaan met de punten uit het CPB-rapport waarop zij niet zo goed scoren.

Dus verweet CDA-leider Balkenende de PvdA dat ze te weinig doet aan staatsschuldaflossing, schoot PvdA-lijsttrekker Melkert op zijn beurt wat gaten in het VVD-programma omdat de liberalen de uitkeringsgerechtigden zouden benadelen en verweet GroenLinks-leider Rosenmöller het CDA en de VVD ,,een snoeihard WAO-beleid'' te willen voeren.

Feitelijk verwijten de partijen elkaar dat ze zich hebben durven uitspreken in de programma's. De CPB-doorrekeningen dienen dan ook vooral als campagnemateriaal om de verschillen tussen de zo vaak als grijze massa aangeduide Haagse kliek wat aan te zetten. Want dat GroenLinks en de VVD fundamenteel van mening verschillen over de bestrijding van arbeidsongeschiktheid, daar heeft de gemiddelde kiezer geen planbureau voor nodig.

Waar staan de partijen precies voor? Het `vlakste' beeld in de cijferbrij vertoont de Partij van de Arbeid. Met een gebalanceerd verhaal weet de partij op nagenoeg alle punten een kleine plus te behalen. Uitschieters zitten er niet tussen, de staatsschuld wordt conform het programma afgelost, alle inkomensgroepen gaan er 1,5 tot 1,75 procent op vooruit en er wordt netjes geïnvesteerd in zorg, onderwijs en veiligheid.

De VVD maakt wat geprononceerdere keuzes die volledig in lijn zijn met wat de kiezer mag verwachten van de liberalen. Dat betekent een extra impuls voor de winstgevendheid van bedrijven, bezuinigen op de collectieve sector, meer banen in de marktsector, lastenverlichting en een denivellerend koopkrachtbeeld. Kortom: een versterking van het economisch fundament met minder aandacht voor de koopkrachtplaatjes.

Het CDA vervolgens zet in op evenwicht. Gezinsbeleid scoort goed, zorg ook. Het CDA lost de staatsschuld in een generatie af en staat, in tegenstelling tot vier jaar geleden, garant voor een forse banengroei in de marktsector. Psychisch arbeidsongeschikten wordt de toegang tot de WAO ontzegd, hetgeen een forse besparing oplevert.

Deeltijdwerk wordt echter minder aantrekkelijk dankzij het gezinsbeleid. Doordat het CDA het gezin nadrukkelijk als `fiscale eenheid' beschouwt, loont het nauwelijks om `kleine' deeltijdbanen te hebben.

D66 blinkt vooral uit in investeringen in onderwijs en een combinatie van milieuvriendelijk beleid en een stijgende economische groei. Ook het schrappen van 25.000 `bureaubanen' bij de overheid valt op.

Eigenlijk prijzen alleen de SP en GroenLinks zich nog uit de markt als het gaat om regeringsdeelname op basis van de CPB-analyse, zo bleek ook gisteren uit de reacties van de andere partijen.

Bij GroenLinks zit hem dat met name in de als te groot ervaren afwijkingen ten opzichte van de `gevestigde orde'. De productiviteit in een aantal bedrijfssectoren bijvoorbeeld neemt als gevolg van de verhoging van de milieubelasting af, hetgeen een verslechtering van de concurrentiepositie en een verhoging van de inflatie met zich meebrengt.

GroenLinks-voorman Rosenmöller erkende openlijk dat deze verslechtering een bedoeld effect is van de keuzes die zijn partij maakt. ,,Een echte structuurverandering gaat op sommige onderdelen ten koste van bestaand beleid'', zei hij.

Maar dit soort nuances, die ook Planbureau-directeur Don benadrukte, waren gisteren veelal aan dovemansoren gericht.

Stoere campagnetaal overheerste en VVD-leider Dijkstal gooide nog wat olie op het vuur. ,,Als ik consequent ben, dan blijft er geen enkele partij over waarmee wij kunnen regeren'', zei hij.