`Een slavenverleden doet geen goed'

Kan een bedrijf, dat een deel van zijn succes heeft te danken aan het gebruik van zwarte slaven, meer dan 137 jaar geleden, daar nu nog op worden aangesproken?

Hoe vaak is het haar niet overkomen. De Amerikaanse Deadria Farmer-Paellmann gaat naar een winkel en betaalt met haar credit card. Negen van de tien keer wordt ze naar haar legitimatie gevraagd. Farmer-Paellmann is er van overtuigd dat dat komt omdat ze zwart is. ,,Soms zeg ik [tegen de verkoper] hé, de slaventijd is voorbij, zwarte mensen hebben tegenwoordig geld.'' Haar blanke echtgenoot, vertelt ze in de Amerikaanse krant USA Today, hoeft zich nooit te legitimeren.

Discriminatie dringt zich slechts subtiel op in het leven van Farmer-Paellmann. Maar de 36-jarige vrouw is ervan overtuigd dat de bestaande ongelijkheid tussen blanke en zwarte Amerikanen, meer of minder subtiel, direct te maken heeft met het Amerikaanse slavenverleden. Er is sprake van een ongelijkheid die volgens Farmer-Paellmann nog zo tastbaar voortleeft in de Amerikaanse samenleving dat actie onontbeerlijk is. Daarom studeerde ze rechten, deed ze vijf jaar lang archiefonderzoek met één doel voor ogen: Amerikaanse bedrijven en organisaties aansprakelijk stellen voor een verleden van verrijking over de ruggen van uit Afrika verscheepte dwangarbeiders.

Inmiddels kan Farmer-Paellmann spreken van succes. Twee jaar geleden confronteerde ze 's lands grootste verzekeraar Aetna met bewijzen van polissen die het bedrijf meer dan 150 jaar geleden had afgesloten met slavenhouders op het leven van slaven. Het bedrijf bood prompt publiekelijk zijn verontschuldigingen aan en stak 35 miljoen dollar in stimuleringsprojecten in achtergestelde zwarte buurten.

Maar daar is het niet bij gebleven. Deze week heeft Farmer-Paellmann een schadeclaim ingediend bij een federale rechtbank in New York. Daarin stelt ze drie Amerikaanse bedrijven, waaronder Aetna, aansprakelijk voor de ,,immorele en inhumane beslaglegging op het leven en de vrijheid van Afrikanen''. Farmer-Paellmann beroept zich op het volgens haar vaststaand gegeven dat de erfenis van de slavernij, die in 1865 werd afgeschaft, voortleeft in de vorm van discriminatie. ,,Slavernij is een wond die niet geneest'', zo staat het in de schadeclaim.

Haar actie is niet uniek. De VS kennen een lange geschiedenis van pogingen tot genoegdoening, maar die hebben zelden geleid tot succes. De kansen van de huidige zaak zijn echter veel groter want Farmer-Paellmann heeft de steun van belangrijke zwarte juristen en activisten. Onder hen bevinden zich de Harvard-hoogleraren Charles Ogletree en Cornel West, schrijver-activist Randall Robinson en de door de O.J. Simpson-zaak in het nieuws gekomen advocaat Johnnie Cochran. Allen geen onbekenden die een verbond hebben gesloten met de Amerikaanse advocaat Michael Hausfeld die in de jaren negentig pleidooi hield voor de nabestaanden van de jodenvervolging in nazi-Duitsland. Die zaak resulteerde uiteindelijk in de betaling van ruim acht miljard dollar aan compensatiegelden door Duitse, Oostenrijkse, Zwitserse en Franse bedrijven.

De Amerikaanse bedrijven die door Farmer-Paellmann ter verantwoording worden geroepen hebben inmiddels verklaard dat, hoewel de slaventijd ,,een tragisch hoofdstuk uit onze geschiedenis'' is, de kwestie, ,,meer dan 137 jaar na dato'', onafhankelijke bedrijven niet mag worden aangerekend.

De publieke opinie in de Verenigde Staten is volgens onderzoek vooral tegen het betalen van genoegdoeningen. ,,Waarom?'' schrijft columnist Jeff Jacoby in The Boston Globe, ,,omdat de Afro-Americans die worden gecompenseerd ver af staan van de miljoenen arme zwarte drommels die werden behandeld als vee.'' Het blijkt een mening die vooral wordt gedeeld door blank Amerika. Vrijwel geen van de 35 miljoen Amerikaanse afstammelingen van de zwarte slaven denkt daar net zo over.

De Amerikaanse juristen en activisten die de strijd in de rechtbank voeren willen niet de indruk wekken dat het een kwestie is die gaat om geld alleen. Zij hebben geschat dat de gedwongen arbeid de VS na inflatiecorrectie 1.400 miljard dollar aan onbetaald loon heeft opgeleverd. Maar wat zij eisen is een onbestemd bedrag afkomstig van bedrijven, waaronder mogelijk Nederlandse bedrijven, die teren op rijkdom die is verworven in de periode van het onrecht. Dat geld moet besteed worden aan onderwijs-, woning- of volksgezondsheidsprojecten die het zwarte bevolkingsdeel ten goede komt. De juristen zelf willen niet betaald worden voor hun diensten.

De schuldeisers vertrouwen erop dat hun aanpak succesvol zal zijn en dat veel bedrijven nog voordat ze voor de rechter gesleept zullen worden over de brug zullen komen omdat, aldus een brief van een bedrijf dat de juristen bijstaat in de procesgang, ,,een proces over een dergelijk gevoelige materie, een schadelijke uitwerking kan hebben op de reputatie van uw bedrijf''.